|
Previous |
|
Bali 's Historie van de 6
de eeuw tot 1949 |
|
1906 HERINNERINGEN AAN
BALI, DOOR W. O. J. NIEUWENKAMP. |
|
 |
|
In het begin van dit jaar was er in de zalen van het Genootschap
,,Arti et miciti;e" te Amsterdam tentoonstelling van een collectie
foto's en voorwerpen van Bali, ingericht door de redactie van het
tijdschrift „Nederlandsch-Indië,Oud en Nieuw". De foto's waren gemaakt
door Dr. G. Krause, die eenige jaren geleden aan een compagnie
infanterie was toegevoegd geweest als tijdelijk officier van gezondheid
en als zoodanig, gedurende een anderhalf jaar ongeveer, te Bangli
vertoefde. Met veel geduld had hij met een heel klein toestel, dat haast
ongemerkt gehanteerd kon worden, honderden scènes uit het dagelijksch
leven der inlanders vastgelegd. Een bloemlezing uit de best gelukte
opnamen, die door een bekend fotograaf te Amsterdam op voortreffelijke
wijze sterk vergroot werden, was in „Arti" tentoongesteld, temidden van
een kleine, maar uitgezochte verzameling beeldhouwwerk, geweven en
beschilderde doeken, krissen en andere voorwerpen van Bali
afkomstig.Voor mij was het een groot genot die talrijke prachtige
opnamen te bekijken; wat al herinneringen wekten ze bij mij op! Precies
10 jaar geleden vertoefde ik op Bali. Zeven maanden aanéén had ik gansch
het eiland doorkruist, van Noord naar Zuid, van Oost naar West, te voet
en te paard. Per stoomboot, maar vaak ook in een smal prauwtje, heb ik
meer dan eens het hcele eiland omgevaren. Wanneer zal ik het wederzien?
Tien jaren zijn verstreken en nog is mijn hartewensch niet vervuld.
Buiten giert de gure wind om de hoeken van mijn huis en jaagt de natte
sneeuw- en regenvlagen voort door de druipende naakte takken der boomen.
Ik huiver van de kou, want mijn werkplaats is groot en de brandstof nu
zoo schaarsch; maar toch, als ik mijn oogen sluit...., dan ben ik weer
op Bali. Dan is het of ik de zoete bedwelmende geuren weer ruik van
boomen en bloemen, het lieflijke geklater hoor van de dartele beekjes en
speelsche watervalletjes tusschen de rijstvelden, of ik den zoelen wind
voel mij langs de slapen streelen. En honderden heerlijke beelden
trekken als een oneindige film mijn geestesoog voorbij. Wat is mijn Bali
toch schoon! ,,Vergeefsch zouden de pogingen zijn van alle vernuften om
uwe bekoorlijkheden, uwe lieftalligheden te schilderen. Even moeielijk
als het vallen zou om al de bloemen op aarde te tellen, even moeielijk
zou het wezen, als men u beschrijven moest. Niemand zou daar ’t geduld
toe hebben, men zou er stokoud bij worden en nog zou ergeen einde zijn
aan de schildering van zooveel schoons."„Des morgens, bij de eerste
schemering van het daglicht komen de bekoorlijkheden ruischend van alle
zijden opdagen om zich aan u vast te hechten; van het opgaan der zon tot
den ondergang toe, wassen zij aanen stapelen zich op, den middag en den
avond door, en nog met middernacht waaien zij u zacht suizend tegen en
omhullen u." Aldus de bekoorlijke vleitaal van een vorst tot zijn
gemalin, de beschrijving van de schoonheden van een vorstin in het op
Bali zoo geliefde heldendicht, de „Brata-Joeda" of „Broederkrijg". Deze
woorden zijn volkomen toepasselijk op Bali. Ja, Bali is een wonderland.
Van de hooge bergen en de geheimzinnig duistere wouden, van de woeste
bergstroomen en de stille bergmeren, van de onheilspellend donderende
kraters en de groene zacht golvende vlakten, van de steile rotsige
kusten met de machtig rollende branding en de vlakke breede stranden;
van de prachtige tempels, door hun weelderig ornament versteende
bloemboomen gelijk en de wonderlijke kunstnijverheids voortbrengselen
van een mooi en krachtig volk; van dit alles en nog veel meer gaat een
bekoring uit, zoo sterk, dat, heeft men die eenmaal ondergaan, men die
nimmer meer ontkomen kan. Is het landschap op Bali verrukkelijk schoon
en oneindig wisselend van aspect, zijn de huizenen tempels vaak ware
kunstgewrochten en is de kunstnijverheid het bestudeeren meer dan waard,
toch is en blijft het heerlijkst op Bali het volk zelve. En juist van
het volk, al is het dan ook maar van het volk uit één enkele streek,
gaven de foto's op de tentoonstelling in Arti een uitstekend beeld. Wat
deden 2e duidelijk uitkomen den krachtigenbouw van de jongelingen en de
mannen, de bevallige slankheid van de jonge meisjes en de vaak classieke
schoonheid van de en licht en sierlijk, op het hoofdeen ronde vrouwen.
Wat een reeks prachtige beelden! mand balanceercnd met aardewerk,
weefsels En om zulk een reeks beelden te zien op Bali of andere koopwaar;
wat schitterende groep! behoeft men werkelijk niet lang te zoeken. Daar
komt een man aan met op één Men zet zich maar ergens neer aan den
schouder een draagbamboe waaraan twee «en of anderen weg in de buurt van
een mooie gevlochten korven bengelen, met marktplein, of beter nog,
onder een van vechthanen er in; alweer een schilderij! •de reusachtige
waringins die op alle markten Daar komt een andere kerel, torsende hun
koele schaduw spreiden over de dichte groote uitgeholde kalebassen, met
palmwijn menigte koopers en kooplui, en overal in 't gevuld; maar nog
vóór ge goed hebt kunnen rond ziet men een steeds wisselende reeks
opnemen hoe prachtig die kerel loopt en hoe van de prachtigste
tafereelen. gemakkelijk hij zijn zwaren last hanteert, Een koopvrouw,
gehurkt achter haar koop- wordt uw aandacht alweer getrokken door waar,
reikt een vrucht over aan een vrouw een heele reeks achter elkaar
loopende vroudie zich bukt om die vrucht in ontvangst wen, kostelijk
uitgedost en met hooge kleurige te nemen; wat een prachtige beelden!
gevaarten op het hoofd. Deze gaan offeren Een paar meisjes gaan u
voorbij, vlug in een naburigen tempelj wat ze op het hoofd dragen zijn
hun offers van kunstig tot Enkele van de foto's konden we in deze
bladkleurige torentjes opgestapelde vruchten, zijden
reproduceeren..Bekijk ze eens aandachbloemen en gebak. En zoo gaat het
onop- tig. Is dat geen prachtig bronzen beeld gelijk, houdelijk maar
door. Ge wordt moe in-het die moeder die een dikke straal water zich
hoofd ten laatste en uwe oogen gaan u pijn langs het lijf laat gutsen op
de foto „het doen van het kijken naar die oneindige reeks bad"? Bestaat
er mooier figuurtje dan dat kostelijke tafereelen. En ge staat op en
gaat vrucht en verkoopstertje met het ernstige heen om een rustig plekje
te zoeken. gezichtje, of is er schooner beeldje denkbaar Toevallig komt
ge bij een badplaats. Dik- dan dat voorovergebogen vrouwtje met de ke
waterstralen spuiten uit ruw bewerkte stecnen goten. Hier is het goed
rusten, denkt ge, in de koele schaduw bij het klaterende water. Maar
ziet, daar komt een groep vroolijk babbelende jongens en mannen. Van het
weinige, dat ze aanhebben, hebben ze zich spoedig ontdaan en ze laten de
frisse he waterstralen zich op de lendenen kletteren. Ze draaien en
wenden zich naar alle kanten opdat het verkwikkende water hun geheele
lichaam, aan alle handen op de knieën in ’t midden van de groep biddende
vrouwen in een tempel? Heeft het tweede meisje van rechts op de foto van
de „Vier Balische schoonen" geen prachtig classiek gevormd lichaam? In
't begin van dit jaar werd door nog wat anders onze aandacht weer
gevestigd op Bali; nu niet door mooie foto's, maar door alarmeerende
telegrammen, die spraken van hevige aardbevinzijden, bespoelen kan. gen
die op 21 Januari Bali geteisterd Vooral van badende mannen en vrouwen
zouden hebben. had Dr. Krause mooie opnamen gemaakt. Dat Deze
telegrammen waren echter zoo onkon hij doen, doordat hij zelf, dag in
dag uit, duidelijk en verward dat er niet uit op te baden ging te midden
van dezelfde inlanders, maken viel, wat er eigenlijk gebeurd was. zoo
hun vertrouwen won, en zij ten laatste Alleen bleek wel dat er heel wat
schade was geen acht meer op hem sloegen. Ongemerkt aangericht. Dezer
dagen nu gaven de dag kon hij ze toen opnemen. Heel belangrijk ook
bladen eindelijk een uittreksel uit het waren de vele foto's die op
lijkverbrandingen eerste uitgebreide verslag van den resident, etrekking
hadden en ook op andere feesten, f. Uit dit verslag is wel op te maken
dat ditmaal geen uitbarstingen van den Batoer als de laatste van 1905,
waarbij gloeiende lavastroomen den ' grooten Batoer-tempel verwoestten,
de rampen veroorzaakt hebben. Maar toch heeft de Batoer weer schuld.
Vermoedelijk is een deel van den steilen top van dezen nimmer rustenden
vulkaan ingestort en is daardoor de groote krateropening verstopt
geraakt. De geweldige onderaardsche krachten hebben toen een nieuwen
uitweg zich gebroken in den oostelijken zijwand van den vuurberg en
hebben daar twee nieuwe gapende wonden geslagen. Dit heeft niet alleen
den heelen Batoer maar het gansche eiland doen sidderen en beven. Van
den Goenoeng Abang die misschien wel duizend meter loodrecht oprees aan
den anderen oever van het Batoer-meer zijn geweldige brokken afgeschud,
terwijl nog andere gedeelten van den reusachtigcn kraterwal om de
Batoervlakte, waarin de Batoer en het meer liggen, over een lengte van
vijf paal zijn ingestort. Van het dorpje Koeta Dalèm, op den rand van
dezen kraterwal gelegen, zijn een vier en twintig huizen mede omlaag
gestort. Zoowel in het Noorden in Boelèlèng als in het Zuiden in Tabanan,
Badoeng, Gianjar, Kloengkoeng en Bangli zijn tempels en woningen
ingestort of beschadigd, zijn wegen en bruggen vernield en hebben
honderden inlanders er het leven bij ingeschoten. Dat de top van den
Batoer instorten moest, dat stond al lang bij mij vast. In 1906 toch,
had ik, als eerste beklimmer (op 2 Nov.) den top van den Batoer bezocht*).
*) Zie voor de beschrijving van dezen tocht (waarbij o.a. een kaartje
van den Batoer en omgeving het „Tijdschrift van het Koninklijk
Nederlandsch Aardrijkskundig genootschap- en „Zwerftochten op Bali". Met
veel moeite was het mij toen gelukt de hoogste krateropening te bereiken.
Na urenlang geklauter over de vlijmscherpe nieuwe lava-beddingen had ik
den bovensten steilen bergkegel bereikt. Op handen en voeten kroop ik
het laatste gedeelte van de steile helling op, telkens een schap", 1908,
Januari-afleveringi ook „Bali en Lombok" stukje en weer een stukje. Het
leek me een ontstaan hadden te danken aan het water cindelooze tocht,
een eindelooze arbeid, als van dat meer, dat gestadig door den bodem van
een slaaf in een tredmolen, tot opeens, en in den krater sijpelt. De
schoorsteen of wel zóó plotseling dat mijn bloed er van stil schacht
dien ik boven een 150 meter wijd stond, er vóór mij geen grond meer was,
maar acht, was dan over de 900 meter diep! In den een peillooze diepte,
een gat zonder bo- loop der laatste jaren moet de scherpe kradem, een
wand die loodrecht afdaalde zonder einde. En in die diepte zag ik dikke
rookkolommcn zich omhoog wervelen en hoorde ik dofdreunende knallen
elkaar regelmatig opvolgen; de loodrechte wanden dreunden en brulden
eiken slag onderdvoudig na. Toen, voor een oogenblik, bekroop me de
vrees dat die scherpe kam van losse steenen, waarop ik was aangeland, af
zou brokkelen ; dan zou er onder mij geen steun meer zijn en ik zou naar
beneden storten. Voorzichtig ging ik daarom zitten met één been in, en
één been buiterrand allengs zijn afgebrokkeld en voor een groot deel
naar binnen toe zijn ingestort, wat ten laatste de verstopping van de
krateropening ten gevolge moet hebben gehad. Ook den GoenoengAbangheb ik
beklommen (3 November 1906). Het bovenste gedeelte van dezen berg (±
2200 meter hoog) was heel steil en daardoor wel lastig te beklimmen. De
zijde aan het meer was één, bijna loodrechte wand. Het leek me toen al
een raadsel dat zoo’n duizelingwekkend hooge bergwand kon
blijvenstaan.Het is dan ook niet te verwonderen dat door het ten dat
onheilspellende gat. schudden en beven van den Batoer, ook deze Volgens
mijn meening daalde de schoor- wand is ingestort. Volgens de berichten
toch steen, op den rand waarvan ik toen zat, af zijn daarvan zulke
geweldige stukken in het minstens tot een eind onder de oppervlakte meer
gegleden, dat het water gestegen is en. van het Batoer-meer, aan den
voet van den de oevers verlegd zijn. In den top moet reeds vulkaan, daar
de dampkolommen die er op verren afstand een groote kloof zichtbaar
voortdurend uit opstegen, zeker wel hun zijn die vóór de ramp niet
bestond. De dessa Boea.han aan den voet van den Abang en aan den oever
van het meer moet op enkele huizen na onder de aardstortingen bedolven
zijn terwijl er 300 van de 400 inwoners vermist worden. Maar dan zijn
zeker ook de dorpen Abang en Troenjan, en misschien ook wel Scngan, die
nog dichter onder den steilen Abang-wand lagen, wel onder de vallende
massa's begraven. Het dorp Batoer, meer in de vlakte gelegen, schijnt
ditmaal gespaard te zijn. In geheel Bali zijn zekerlijk verscheidene
honderden tempels verwoest of zwaar beschadigd, heel wat mooie sierlijke
poorten ingestort en heel wat beeldhouwwerken vernield. Toch geloof ik
dat over enkele jaren weer vele van die tempels opnieuw zullen zijn
opgericht, niet hersteld, want herstellen ligt niet in den aard van-het
volk. Een Baliër zal wel met veel moeite en kosten een tempel oprichten,
maar gewoonlijk zoowat niets doen om dezen te onderhouden of te
herstellen. Maar men moet zich vooral niet een te groot denkbeeld vormen
van de verwoeste tempels en daarbij denken aan de prenten die men gezien
heeft van verwoeste kerken en kathedralen in Noord-Frankrijk of België.
Het zijn slechts ommuurde pleinen of pleintjes, met sierlijke poorten
tot toegang. Op die pleinen staan dan een aantal tenten en grootere of
kleinere offerhuisjes, dat is meest alles.Ook vermeldt het verslag dat
de poeri (vorstelijke woning) te Gianjar geheel verwoest en die van
Bangli zwaar beschadigd is. Maar ook van een poeri of „paleis" moet men
zich geen te grootsche voorstelling maken. Van de grootste poeri op
Bali, die van den Pasar, maakte ik in November 1906 een plattegrond*).
Deze poeri bestond, en zoo zijn ook de andere, kleinere pocri's op Bali,
uit een groot aantal ommuurde pleinen en pleintjes, waarop ontelbare
kleine onaanzienlijke woninkjes en schuurtjes. Alleen op de pleinen door
den vorst en zijn gezin bewoond, waren wat grootere gebouwen, waarvan er
enkele met snijwerk versierd waren. Ook eenige poorten die toegang gaven
tot de grootste der pleinen waren prachtig versierd en voorzien van
zware met weelderig ornament overdekte deuren. Van deze deuren heb ik
nog een prachtig stel voor het Museum te Leiden kunnen redden; want ook
deze poeri is verwoest, met den grond gelijk gemaakt, maar niet door den
Batoer! Treft een Baliër of zijn gezin het een of andere ongeluk zoo
schrijft hij of zijn priester dat zoowat altijd toe aan den toorn zijner
huisgoden als gevolg van het onvoldoende onderhoud van zijn huistempel.
Hij gaat dezen dan, zeer tegen zijn zin, wat oplappen en offert zijn
goden. Treft een dessa een ramp b.v. een epidemie, dan is dat ook gevolg
van het verwaarloozen van den een of anderen dorpstempel. Zoo zien ook
nu de Baliërs de oorzaak van deze algemeene ramp in het verwaarloozen
van een van de heiligste tempels op Bali op den Goenoeng Agoeng of Piek
van Bali.Voor de priesters is een ramp altijd een prachtige gelegenheid
öm hun tempels een goede beurt te doen krijgen. Zoo is er toch altijd
nog een geluk |
|
 |
|
|
|
 |
|
|
|
 |
|
|
|
 |
|
|
|
 |
|
|
|
 |
|
|
|
 |
 |
|
|
|
|
 |
 |
|
|
|
|
Previous |
|
|
|