|
Previous • De Oorlog • Toerisme • Transport • Ontdekkingsreizen • De Vrouwen • De Ljkverbranding • Algemeen |
|
Algemeen |
|
|
Gruwelen op Lombok. Krantentitel:
Nieuwe Tilburgsche Courant Datum, editie:
06-10-1889, Dag
|
|
Gruwelen op Lombok. |
In de Soer. Ct. en in de Javabode komen correspondenties voor omtremt
ernstige mishandelingen, door Arabieren op Lombok op hun slaven bedreven.
De slavenhandel, lezen wij, en de daaraan verbonden gruwelen worden daar
op barbaarscher wijze uitgeoefend dan ergens in de slaveustreken. De
bevolking van Ampenan bestaat uit Arabieren, Chineezen, Maleiers en
inboorlingen. Er zijn zoowat 90 Arabieren, meest lieden, die van
kustplaatsen op Java en op andere eilanden zijn weggeloopen, om hun
verplichtingen te ontduiken. De voornaamste Arabier is Said Abdullah bin
Abdoerahim Alkadrie. Deze man verdween een 25 tal jaren geledon van
Batavia, is nu de voornaamste raadgever van den sultau en bijna
oppermachtig. Men zegt, dat hü reeds een 75 tal inboorlingen heeft
gedood. Arabieren koopen en verkoópen slaven , zooals kooplieden in
rijst en andere voortbrengselen handelen. De slaven worden zoo
verschrikkelijk door hun meesters mishandeld, dat zij steeds trachtten
weg te loopen. Als zij op heeterdaad betrapt worden, worden zij
onmiddellijk gedood on het was op den ln Aug., dat vier menschen ter
slachtbank worden geleid, twee jonge mannen en twee vrouwen. Ecu der
mannen, ongeveer 20 jaren oud, behoorde aan den panghoeloe of priester
van de plaats. De andere drie, aan Said Abdullah toebehoorende, waren
een jongen van 16 jaren en de beide vrouwen onderscheidenlijk 20 en 25
jaren. Gedurende de maand Juli trachtten deze 4 slaven met een boot te
vluchten naar Boeleloug, maar, door slechten wind beloopen, ankerden zij
bij de kust van Lombok, werden door den zoon van hun meester Abdullah
herkend en ia ketenen naar Ampenau gezonden. Abdullah gelastte nu,
zonder onderzoek, dat de beide jonge mannen aan den zeekant zouden
worden gespietst of gekrist, 's middags te 11 ten aanschouwen van
omstreeks 500 menschen. De beide vrouwen waren daar, om getuige te zijn
van dit droevig lot en werden toen naar het huis van Abdullah gebracht.
Van ecu der vrouwen waren de handen op den mg gebonden en werd zij met
haar midden aau een boom vastgemaakt, zij bleef zoo ongeveer drie uur
lang, waarop zij 60 slagen op den rug ontving met een rottan., Deze
vrouw zou tot de familie behooren en alleen daarom waarschijnlijk kwam
ze er zoo goed af. Aan de andore vrouw sneed men neus en ooren af,
daarop ontving zij 80 rottanslagen. Op Abdullah's bevel werden hare
wonden toen ingewreven met een mengsel van zout, salmoaiak en kalk. Zij
lag toen bewusteloos en men onderstelde, dat zij niet lang moor zou
leven. Abdullah denkt baar in ketenen te houden, tot dat de dood, die
zeker barmhartiger is dan hij, haar uit haar lijden verlost.
Een ander Arabier, beschermeling van Said Abdullah, te Ampanan aan zijne
crediteuren ontloopen, Sech Moelahela genaamd, heeft omstreeks
denzelfden tijd ook een schelmstuk gepleegd. Een zijner slavinnen had
iets verkeerds gedaan, hetgeen in het oog van dien Arabier te erg was.
Zij weid daarop geheel en al uitgekleed en stevig gebonden, en met
behulp van een gloeiende tang ernstig mishandeld.
De Armenische kooplieden van Ampenan hebben huune grieven tegen de
gruwelen op Lomboksche slaven bedreven, ook geopenbaard iv de bladen van
de Straits-Settlements. Volgens hen moeten reeds vijf-en-zeventig dier
ongelukkigen op barbaarsche wijze zijn omgebracht door of' op last van
's vorsten secretaris Said Abdoellah Alkadari. Tot goed begrip der zaak
dient men te weten, dat op Lombok grootendeels dezelfde rechtspleging
bestaat als op Bali, alléén hier en daar wat draconischer getint.
Diefstal wordt daar zonder onderscheid met den dood gestraft, hetgeen op
Bali niet altijd het geval i^. Enkele vormen van doodstraf, bijv.
kruisiging, het nit elkander scheuren van den delinquent en andere
onmenschelijke folteringen, die in de Baliscbe rijken reeds lang zgn
afgeschaft, worden in het Lomboksche nog in al hunne wreedheid toegepast.
Het Soer. Bbld. wijst er op, dat volgens de bestaande tractaten van
vriendschap met Bali en Lombok, deze hunne eigen rechtspleging hebben
behouden. De doodstraf is o. a. bedreigd tegen wegloopende slaven en
slavinnen. Het gebeurde te Sassak en Lombok moet, zegt het blad, wel een
treurigen indruk gemaakt hebben op alles wat christen heet, doch zon
overeenkomstig het tractaat zgn, altijd indien dit geene onthoudenis van
martelingen heeft opgelegd. In het gebeurde is meer oen verwijt gelegen
aan het adres van de Ind. Regeering, die, na de geproclameerde
afschaffing in 1860, de slavernij op Lombok nog duldt. |
|
|
NED. OOST-INDIE. Tabanan. Krantentitel:
Het nieuws van den dag : kleine courant Datum, editie:
01-12-1903, Dag
|
|
NED. OOST-INDIE. Tabanan. |
nDen 21en dezer berichtten wij, dat de Regeering aan den commandant dcx
zeemacht bad opgedragen, twee schepen van de Javadivisie onverwijld naar
Kedoengoe te zendan, de haven van het zelfstandige Kijkje Tabanan, aan
de Zuid-Westkust van Bali, tot het houden van machtsvertoon.
De ..Java-Bode" schrijft:
Wat daarvan de reden was, vernemen wij uit de „Javasche Courant" van
gisteren: ..Nadat van den resident van Bali en Lombok bericht was
ontvangen, dat bij twee weduwen van den onlangs overleden radja van
Tabanan het voornemen bestond, zich ter gelegenheid van de verbranding
van het lijk van dien bestuurder mede te laten verbranden, weid aan den
tegenwoordigen radja,, namens de Regearing medegedeeld, dat zij zich
tegen het voornemen verzette. Ofschoon deze mededeeling door den
controleur voor inlandsche zaken te Singaradja, die zich daartoe met
twee oorlogs- schepen naar Tabanan. had begeven, met na - druk herhaald
werd, heeft de voorgenomen verbranding blijkens telegram van den
resident van den 26en dezer, toch plaats gehad."
Daar zitten we nu met onze gebakken peren op een reede, waarvan twintig
jaren geleden reeds bekend was, dat er zulk een. zware branding op staat,
dat er geen sprake van kan zijn, ecu laadings-divisie aam den wal te
zetten en wel het allerminst op dit oogenblik, na de volle Zuid-West
passaat uit den Indischea Oceaan, die branding torenhoog opzweept! Nu we
gedreigd hebben, zonder dat dit uitwerking had, zal de Eegeering
handelend moeten optreden, wil zij; op Bali haar gezag niet. verspelen.
En Tahanan is door zijn bergachtig terrein, een alles behalve
gemakkelijk te genaken land, ook van de landzijdc.
Aan- onzen eisch is door den jongen vorst van Tabanan, met wie in
Februari van dit jaar een contract werd gesloten, niet voldaan. JD©
Nederlandsche vlag is dus gehoond, en dat ka» tegenover een inkuidsch
potentaat niet geduld worden. Wat nu?
D© marine kam daar voorshands niets uitrichten, tenzij1 zij kans ziet
met hare kanonnen de prachtige poeri van den vorst te vernielen. Lang
blijven kan zij echter fcea. reede van Kedoengoe niet. . Een
debarlsement van troepen aan de Noordkust te tSingaradja zal niot baten,
want dan moet zulk een expeditie den hoogen bergketen over, die Ba,li
van West naar Oost doorloopt. Men zou dus te Den Pasar in Gianjar moeten
debarkeeren en. door dit rijkje en Mengwi tegen Tabanan oprukken,
waarbij' van bet laatste ali.icht medewerking te vinden zou zijn.
Er 3 chijnen grootsche plannen in de lucht te hangen met de Batak-landen
— zegt d© ?Java-Bode". De militaire commandant van Sumatra's Oostkust,
de luit.-kol. G. M. Bleckmann, heeft zich daarheen begeven op een
inspïctie-reis, die een maand zal duren. Hij is vergezeld van den
controleur voor de ,Batakzafcen, den Heer C. G. Westenbeig.
De communicatieweg naar Koov t Taipan, 'Vi*"* thaaa gevolgd wordt en
zooveel bezwaren oplevert wegens de. steile hellingen en groote hoogten,
welke men daar aantreft, zal hoogstwaarschijnlijk komen te vervallen,
schrijft de ?Sumatra-Bode". Men heeft door de hulp van Korintjiërs een
beter tracé gtevonden uit Ajer-Hadji naar Si Oelak. Nadat dit, onder
leiding van den betrokken controleur, uitgeka.pt was, bleken hier de
terreinhindernissen niet zóo erg en de afstand veel korter dan die van
den weg over Tapan. Een nader onderzoek zal nu moeten uitmaken, welk
tracé definitief zal worden gekozen als communicatieweg van en naar
Korintji.
Het stoomschip „Koning Willem III", dat den 29sten October van Batavia
naar Nederland vertrok, staat voor het laatst onder het commando van
kapitein D. J. Duinker, die den dienst der Stoomvaart-Maatschappij
„Nederland" gaat verlaten en rust gaat nemen. De „Jarva-Bade" van 29
October bevat ëene biographie van kapitein Duinker en neemt, aan het
slot daarvan, als volgt afscheid van hem:
Straks als uit vele monden een „goede reis" en ?bestendig welzijn" zal
klinken, de „Koning Willem III" in het donker van den komenden nacht
verdwijnt, zal spoedig ook dit afscheid, als zoovele anderen, zijn
vergeten, maar lang, zeer lang nog zullen velen in Indië zich den
schipper herinneren, die hen hier bracht en zal Daniël Jan Duinker in
hunne herinnering voortleven.
Het ga u goed', Duinker, wij; gunnen u da rust, die gij gaat hemen,
blijft uwe vrienden in het Oosten gedenken, zooals _uj bet u zullenl
doen.; |
|
|
Bali, door W. O. J. Kieuwenkamp. Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
14-04-1906, Dag
|
|
Bali, door W. O. J. Kieuwenkamp. |
Binnen kort krygt Indie weder bezoek van den conscientieuzen artist,
wiens naam hier boven piykt. Men herinnert zich dat Nieu wenkarop eene
reis heeft gemaakt door Bali, gedeelteiyk in opdracht van de Regeering,
en hy is met een schat van schetsen en teekeningen en ook van
ethnologische voor werpen naar, huis gekeerd. Eigeniyk mag men bij dezen
precieuzen. nauwkeurigen werker niet van „schetsen" spreken, daar is
niets schetsachtigs aan Nieuwenkamp. Ik heb, tydens myn verbiyf in
Europa, het voorrecht gehad er den artist en zyne gade te ontmoeten; ik
heb de schatten van zyn geriefeiyk woonschip „de Zwerver" be zichtigd.
Hy vertejde toen van Bali en van zyn wensch om een groot werk over dat
interessante en wonderschooneland te maken. Die wensch schynt in
vervulling tegaaD. Van het Bestuur van den Indischen Kunstkring ontving
ik ter inzage eene aflevering en verscheidene proefdrukken van een Stan
daaidwerk over Bali, geheel geillustreerd door W. O. J. Nieuwenkamp,
geheel ook door dezen kunstenaar gedrukt, waarby de gewone let ters wel
uit de ateliers van een onzer voorname lettergieteryen komen, maar de
versieringen, de aan van gs letters (initialeD) door Nieuwenkamp zyn
gemaakt. Het zetten en het drukken geschiedt alles op de pers van
Nieuwenkamp, door hem zelf, in zijn ruim woonschip. De kunstenaar die
handwerksman wordt: het kunstambacht in zyn edelsten vorm schijnt
daardoor te herleven. De Ned. Ind. Kunstkring steunt deze kostbare
uitgave floaLcieel. Er zullen een vijftig afleveringen zijn, het geheele
werk, compleet, zal stellig op ruim vyfhonderd gulden komen te staan.
Geen spekje voor het bekje van bibliomaoen die de avonturen van Sherlock
Holmes, af 190 verguld op snee, met trots in hunne boekenkast aanwyzen.
Deze eerste aflevering maakt een voorna men indruk. De proefdrukken der
illustraties, zelfs op het ongetinte papier, geven een rustige, kalme
stemming. De heer Nieuwen kamp is geen hartstocht-mensch maar eer van .een
beschouwende Datuur, iemand die wel diep bewogen wordt door de
schoonheid, maar niet heftig. Wat de typografie aangaat, daar heb ik
eenige bedenking tegen. Het corps van de letter is te massief en
daardoor wordt het lezen vermoeiend. Een oud-Hollandsche letter zou va.
b. i. beter gepast hebben. Ook is het begin der alineas niet door een
stop stukje aangegeven, daar waar de vorige alinea juist op het eind van
den regel sluit. Het werk begint met verscheidene geschied kvndige
mededeelingen, ontleend aan reisverhalen van oude Hollandsche
zeevaarders. Oude houtsneden, Balische godenbeelden, en mythologische
voorstellingen verluchten dit gedeelte van het boek. Alles is door
Nieuwenkamp ge teekend, in hout gesneden of geëtst en gedrukt. Het boek
draagt geheel zy n persooniyk cachet; dat van een man, singulier in
alles wat tot «yne kunst behoort, of er ook maar in de verte mee in
verband staat. Dan, na die goden en draken, komen teedere landschappen.
Vooral de Zeetempel öp pag. 16 is wonderbaar mooi, en nog schooner haast
is de Heilige Bron, op pag. 18. De Inlandsche Begraafplaats, de
Rystschuren, ne Ingang van een Woonerf, op pag. 28 dit laatste, het
Sawa-landschap (in proefdruk), men weet haast niet wat inniger, wat
gevoelder is. Indie is toch zoo schoon, men ziet het dubbel indien een
kunstenaar het ons aantoont. En het is zoo te bejammeren dat Marius
Bauer niet komt om de grootschheid van dit wondere land aan ons te doen
zien, geiyk Nieuwenkamp er de innigheid van openbaart. Caelo. Oe wankele
schreden van het Decentralisatie-kindje. Nu sedert 1 dezer verscheidene
locale laüeu, over geheel Nederlandsch Indie verspreid, zyn ingesteld,
is het den Gouverneur Generaal wenscheiyk voorgekomen de byzondere
aandacht der Residenten, binnen welker ressort zich Locale Raden
bevinden, te vestigen op de noodzakelijkheid, dat de bepalingen, den
werkkring dier raden betreffende, stipt worden opgevolgd. Vooral in den
aanvang toch acht Zijne Excellentie het licht mogeiyk, dat b. v. by het
comptabel beheer, by af en overschry vingen op en wyzigingen van de
begroetingen enz. fouten worden begaan. Dergelijke onregelmatigheden in
het beheer der locale geldmiddelen zouden by onderzoek der be
grootingsrekeningen door de Algemeene Rekenkamer tot een groot aantal
op- en aanmerkingen leiden en alsdan meerendeels niet meer te herstellen
zyn. Het aangewezen middel om het begaan van fouten en het plaats vinden
van oure gelmatigheden zooveel mogeiyk te voorkomen is naar het inzien
van den Landvoogd gelegen in een nauwkeurig toezicht van de betrokken
Hoofden van gewestelyk bestuur op de beslissingen der locale raden, —
nauw gezette voorbereiding van de raadsbesluiten en zoo noodig schorsing,
door de Voorzitters der raden, van die beslissing van dezen, welke als
in stryd met de algemeene vergaderingen of met het algemeen belang door
den Land voogd zouden kunnen worden geschorst of vernietigd, — alsmede
het vragen van iniich tingen aan den Regeerings Commissaris voor de
decentralisatie by eiken twyfel omtrent de juiste bedoeling en de
toepassing der bepalingen.
„Brand in de Jonge Jan". Gaarne herißneren wy aan de voorstelling, op
morgen-avond, in den Schouwourg. |
|
|
Chineezen op Bali. Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
01-03-1907, Dag
|
|
Chineezen op Bali. |
„Sanoer is voor den har,del van Zuid-Bali een voorname plaats, schryft
men van daar aan de Loc.; de haven Pabean Sauoer (vflf minuten gaans ten
Oosten van S.) is do men uitvoerhaven voor het achtergelegen land.
Door 102 Chineesche personen werd reeds het verzoek gedaan zich tusschen
genoemde plaatsen te mogen vestigen. Deheeröchwartz, onze assistent-resident,
heeft hun verzoek 'ngewilligd en den zonen van het Hemelsche Rflk een
plaats tot vestiging van een Chine«sch-kamp aangewezen. De heeren werden
te Den Pasar ten stadhuize (vroeger de poeri van den vorst van Badoeng)
verzameld en daar besliste het lot welk plekje van de kamp den lotenden
staartbroeder werd afge«(¦gori Hoe die grond voor de Chineesche kamp
beschikbaar kwam ? 01 dat pikt de heer Schwartz heel praktisch in: de
domeinen van den overwonnen vorst van Badoeng zfin groot in aantal en nu
wordt eenvoudig den Balier, welke grond afstond in die kwestie een
domein-sawahtj e in ruil daarvoor gegeven, Balier geheel tevreden af. De
assistent-resident heeft de bepaling gemaakt dat elk der 102 heeren
Chineezen te zorgen heeft dat binnen zes maanden de fundamenten voor zyn
„Warenhaus" gereed zyn en binnen 1 jaar het gebouw compleet klaar lift
of trottoir-roulant incluis. Wie niet voldoet aan dien eisen wordt
gebust. Eigenaardig is het dat de hoofden der bevolking te Den Pasar het
verzoek hebben gedaan de vestiging van Chineezen in de hoofdplaats van
Badoeng niet toe te staan, zy wi'len hun waar rechtstreeks te Sanoer
verkoopen, die schijf te Den Pasar hebben ze niet noodig en ze
verwachten dat op dia wflze hun sapies, varkens, copra enz. hen meer
zullen opbrengen, tevens wenschen zfl den kleinhandel te Den Pasar en
omstreken zelve te drijven."
Of de Heeren Baliers John Chinaman ook reeds in de gaten hebben !. .. |
|
|
Korte Verslagen. Zuid Bali. Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
14-01-1907, Dag
|
|
Korte Verslagen. Zuid Bali. |
Aan het kort verslag betreffende Zuid Bali gedurende de maand November
1906 is het volgende ontleend:
Kort na de verovering van het landschap Badoeng heeft de bevolking der
tot het voormalige Mengwi behoord hebbende desa's de gehoorzaamheid
opgezegd aan de Badoengsche poenggawas onder wier bestuur zi) stonden,
wegens ondervonden slechte behan heling en in sommige desas door het
plegen van ongeregeldheden uiting gegeven aan haar haat tegen hare
vroegere bestuurders. Tegen over ons heeft ztj zich daarentegen steeds
gedragen als loyale onderdanen en alle bevelen van ons bestuur uitgegaan
prompt uitgevoerd. Dadelijk na de vestiging van het bestuur over Badoeng
op 11 November is deze kwestie ter hand genomen en na een bezoek van den
Assistent Resident voor Inlandsche zaken aan de hierbedoelda desas om
den toestand plaatselijk na te gaan, tot genoegen van al de daarbjj
betrokkenen geregeld. De schuldigen aan de ongeregeldheden, waarvan
boven sprake, werden gestraft. Ook by de regeling van het bestuur in het
eigenlijke Badoeng, verleenden poeDggawas en mantjas de gewenschte
medewerking. Vermelding verdient nog dat de poenggawas van de bfl
Badoeng ingelijfde districten Sibang en Alöeansemal gegeven bevelen
behoorlijk opvolgen en aan het verlangen tot inlevering van geweren
reeds gedeeltelijk hebben voldaan. Van Albeansemal werden 11 en van
Sibang SO geweren, waaronder repeteer-geweren, ontvangen. Volgens
informaties zouden in eerstgetosmd district geene vuurwapens meer
aanwezig zijn. Blijkens rapport van den Controleur van Gianjar werd van
Banglische zijde medewerking ondervonden bij de herstellicg van
Giacjarsche waterwerken. Het bestuur in het landschap Badoeng is thans
met medewerking en volle in stemming van alle nog in leven zijnde
poenggawas en mantjas en van de talrijke familieleden van gesneuvelde
landsgrooten geregeld. Zooals bekend is voerden de lands grooten,
poenggawas en mantjas tydens de vorstenregeering niet het bestuur over
een streek met vast afgebakende grenzen, maar over een zeker aactal
personen in verschillende vaak zeer verspreide desas gevestigd. Dat op
die wijze het voeren van een krachtig bestuur moeilijk is behoeft geen
verder betoog. Thans is het eigenlijke Badoeng verdeeld in 9 afgeronde
districten met vaste grerzen. Als poenggawas zijn uit de invloedrijkste
families de personen gekozen, die voor die betrekking de meeste
geschiktheid bezitten. Al degenen, die vroeger binnen bedoelde
districten onderhoorigen en dus bemoeienis hadden met het bestuur,
hebben zonder uitzondering daarvan afstand gedaan ten behoeve van de
nieuw aangewezen poenggawas, hunne bloed- of aanverwanten. Het westelijk
en nooiöelijk deel van Badoeng dat geheel uit desas van het voormalige
Mengwi bestaat, is gesplitst in twee districten met poenggawas aan het
hoofd, verwant aan het Mengwische vorstenhuis en zonen van personen, die
in dat rijk het heft in handen gehad hebben. Daar ook de overige deelen
van het oude Mengwi bestuurd worden door poenggawas van daar afkomstig,
zoo staat derhalve de geheele bevolking thans onder afstammelingen van
hare vroegere bestuurders, hetgeen zooals de geschiedenis heeft geleerd
waarborg geeft voor den goeden gang van zaken aldaar. In het landschap
Tabanan, waar nog niet alle factoren, die het onderwerp beheerschen
bekend zjjn, kan een indeeling in districten ais boven nog niet tot
stand worden gebracht.
Nu het bestuur in Badoeng geregeld is, zullen maandelijksche
vergaderingen met de hoofden (Sangkepan) ingesteld worden.
In Tabanan, waar vroeger geene geregelde
Sangkepans plaats hadden, zal de Controleur voor het vervolg op een
vasten datum (boeda manis) een bijeenkomst met de poeggawas houden. De
laatste vergadering werd op 31 October belegd, doch i toen gehouden
besprekingen staan in bet verslag van dien ambtenaar niet vermeld. Te
Gianjar heeft de Controleur nog geen Sangkepan bijgewoond. Aan de
hoofden zoowel 'in Tabanan als Badoeng i 3 te kennen gegeven, dat geene
nieuwe slaven, slavinnen of pandelingen erkend worden en dat beide
instellingen geleidelijk zullen worden afgeschaft op nader te regelen
wijze. Toegezien wordt, dat de pandeüngen, die hun schuld wenschen af te
doen, daarin niet verhinderd werden, zooals vroeger geregeld geschiedde,
en na voldoening van de schuld hucna vrijheid krijgen. Zoo ztjn in de
tweede helft van verslag maand vijf pandelingen vrij gelaten. Voorts
zjjn op vrije voeten gesteld de slavinnen uit de hoofdpoeri's van
Denpasaren Pametjoetan van wie 38 zich bü het bestuur aangemeld hebben.
Volgens opgave van den Controleur van Tabanan moet het aantal slaven en
slavinnen van de hoofdpoeri en vaa de djro'3 der verbannen vorstentelgen
te zamen naar schatting 400 bedragen, zij allen zijn in vrijheid gesteld.
Pandelingen moeten in Tabanan weinig voorkomen; met het onderzoek naar
het aantal slaven, slavinnen en pandelingen is aangevangen. Ia de
landschappen Badoeng en Tabanan is overal, waar de tijd daarvoor
aangebroken is, met de sawah-werkzaamheden een aanvang gemaakt. Handel
en scheepvaart namen in Badoeng gestadig in omvang toe. Ook in Tabanan
was de handel levendiger dan in de maand October.
Het passer-bezoek is overal vrij druk; ter hoofdplaats Denpasar in het
bijzonder. Hoewel daartoe geen last was gegeven heeft de bevolking de
voornaamste verkeerswegen belangrijk verbeterd. Aangezien met het
sawah-werk begonnen is, werden geen heerendiensten gevorderd. Tot en met
ultimo van verslagmaand werden in Badoeng ontvangen aan in- en
uitvoerrechten f 9365.54.
Met de inning van de Soowinih in de Mengwische desa's, welke de
bevolking geweigerd had te voldoen aan de belastinggaarders van den
vorst, is een aanvang gemaakt onder leiding van de twee nieuwbenoemde
poenggawas. Van den Controleur van Tabanan werd geene opgave ontvangen
van de aan hem afgedragen belastingen.
Gedurende verslagmaand viel in Tabanan, Badoeng en Gianjar zeer veel
regen.
De gezondheidstoestand was overal zeer bevredigend. Slechts gevallen van
koorts, soma gepaard gaande met buikziekte, kwamen voor en hadden een
gunstig verloop. |
|
|
Korte Verslagen. Bali. Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
13-05-1907, Dag
|
|
Korte Verslagen. Bali. |
Aan het kort verslag over de maand Maart 1907 is het volgende ontleend:
De politieke toestand in Badoeng en Tabanan, zoo ook in de overige
landschappen op Zuid Bali, was gunstig. Zoowel in Badoeng als in Tabanan
kan getuigd worden dat de poenggawas de ontvangen bevelen behoorlijk
uitvoeren en hunne werkzaamheden met toewijding verrichten.
Op den 17dea van verslagmaand begaf zich de assistent-Resident voor
Inlandsche Zaken, ter voldoening aan een door den Resident gegeven
opdracht, per Gouvernements stoomschip Beiger naar Gianjar op de
Noordkust van Karangasem en van daar vervolgens naar Batoemejeh voor de
beëindiging van het tussehen genoemd landschap en Bangli reeds lang
hangende grensgeschil.
Het plaatselijk onderzoek, in tegenwoort digheid van de gevolmachtigden
der bestuurders ingesteld, heeft den Stedehouder van Karangasem in het
gelijk gesteld. Ter voorkoming van verdere kwesties werd de geheele
gren3 tussehen de desas Gianjar en Moenti (Karangasem) en de desas
Blandingan en Sengan (Bangli) tot genoegen vaa alle daarbij betrokkenen
geregeld, ne Resident begaf zich den 18 Maart naar Lombok ter afdoening
en bespreking van eenige dienstzaken en den 20sten via Gianjar, ter
afhaling van den Assistent Re&ident voor Inlandsche Zaken naar
Karangasem, alwaar met den Stedehouder behalve andere dienstzaken de
overname van pachten en in- en uitvoerrechten nader besproken werd.
Omtrent hot bedrag van de schadeloosstelling voor de over te nemen
middelen werd overeenstemming verkregen, terwijl de Stedehouder zich
voorts beleid verklaarde f 7500.— 's jaars bij te dragen voor de
algemeene bestuurskosten.
Den 22ste n was ZHEd Gestr. weder te Singaradja terug.
Ondanks stellige belofte van den zelfbestuurder van Bangli aan
rapporteur tijdens het in het begin van verslagmaand gebrachte bezoek om
binnen 14 dagen zijn onderdanen Daging en Inggwan die eenige jaren
geleden in de afdeeling Boeleleng diefstal gepleegd hadden en om wier
uitlevering vóór de expeditie herhaalde malen doch tevergeefs was
verzocht, naar Boeleleng op te zenden, waren de schuldigen op den
vastgestelden datum nog niet te Singaradja aangekomen. Bij onderzoek
bleek dat wel door den radja last was gegeven voor hunne opvatting en
opzending, doch dat die last door het betrokken hoofd niet behoorlijk
was nagekomen. Aan den radja werd daarop vier dagen tijd gegeven om
genoemde personen op te vatten en aan den poenggawa van het Inlandsch
bureau, die daarvoor naar Bangli werd gezonden, over te leveren en
voorts te kennen gegeven, dat wanneer mocht blijken dat hij niet bij
machte was aan die opdracht te voldoen, het Gouvernement met eigen
middelen de opvatting zou bewerkstelligen, Drie dagen daarna waren de
opgevraagde personen te Singaradja. Aangeteekend zij hier nog, dat het
onderzoek naar de vigeerende belastingen in de Zelfbesturende en
Gouvernements landschappen wordt voortgezet en tevens de terzake van de
inlandsche bestuurders ontvangen opgaven geverifieerd worden. Te
Singaradja (Boeleleng) en Negara (Djembrana) werden op den 9den Maart de
gewone maandelijksche hoofden-vergaderingen gehouden. Op den 4den dezer
had te Denpasar de gewone maandelijksche vergadering met de hoofden
plaats. Verschillende bostuursaangelegenheden werden behandeld als: de
volksgezondheid, de landbouw, het onderhoud der desas, politie
en.justitie. Nadere instructies werden gegeven voor de registratie van
de slaven en pandelingen; eene regeling werd getroffen voor de
districtspost en het overbrengen van brieven naar de Zelf bestuurders en
stedehouders. Nog zijn bevelen gegeven voor het uitkomen van
heerendienstplichtigen voor de verbetering en verharding der bestaande
wegeó en den aanleg van nieuwe weggedeelten. Te Tabanan werd op 20 Maart
door den Controleur de maandelijksche sangkepan gehouden. Bijzonderheden
omtrent het daarbij verhandelde staan in zijn verslag niet vermeld. De
Controleur te Gianjar woonde op 25 Maart de vergadering van den
Stedehouder met zijne poenggawas bij. Met hen werd de verbetering van
den weg Gianjar-Denpasar besproken en tevens ieders aandeel in dien weg
bepaald. Voorts dienden enkele poenggawas. opga ven in van in hun
ressort aanwezige slaven en van het aantal huisgezinnen in de binnen hun
gebied gelegen desas. Zooals boven reeds opgeteekend werd, ztjn bereids
instructies aan de hoofden gegeven voor de registratie van slaven en
pandelingen, Ook aan de Zelfbestuurders en de Stedehouders zijn, zooals
in het vorig verslag reeds medegedeeld werd, ter zake besprekingen
gehouden. In Gianjar zijn reeds enkele opgaven ontvangen.
Het aantal slaven in dat landschap moet volgens rapport van den
Controleur niet gering zijn.
In de poeri van den poenggawa van Oetoed b. v. bevinden zich 166
slavinnen. Iü Badoeng zijn aan twee slavinnen na betaling van een
losprijs ad f 50. — en aan een pandeling' na voldoening van de schuld
hunne vrijheid gegeven.
Gedurende versïa?maand viel overvloedig regen; voor de soebaks waarvan
het gewas rijpende was, viel er zelfs te veel regen, welke echter niet
veel schade aanrichtte. Door de veelvuldige regens is de stand van het
gewas zeer bevredigend te noemen. In 2 soebaks is piet het oogsten een
aanvang gemaakt. Ook in de afdeeling Djenbrana vielen over- • vloedige
regens, In bijna alle soebaks heeft men daar de bibit overgeplant. Alle
soebaks ia Badoeng en Tabanan zijn afgeplant, ook in de overige
landschappen zijn de sawahwerkzaamheden afgeloopen. Over het geheel is
de stand van het gewas gunstig. Hier en daar in Badoeng en in Gianjar
komt ziekte voor. In het Zuidelijk deel van Badoeng werd over
watergebrek geklaagd. Volgens ontvangen informaties moet dit jaarlijks
het geval zijn. Het zal wenscbelijk ztjn daar een beurtvioeiïng in het
leven te roepen, doch het bestuur is nog niet voldoende op de hoogte van
het irrigatiesysteem' om daarin verbetering te kunnen aanbrengen.
Slechts werd naar aanleiding van ingekomen klachten van ingezetenen vau
Samoean (district Blahkioch) Tjarangsari en Getasan (onderdistrict
Tjaraogsari) omtrent watergebrek en omtrent waterdiefstallen en in
verband met de omstandigheid, dat te weinig irrigatie-water ter
beschikking staat om de soebaks gelijktijdig te bevloeieD,. voor de
sawah-complexen aldaar een beurtvloeiing tot stand gebracht, waarmede
met het volgende seizoen zal worden begonnen. Ten eind© in.het bestaande
watergebrek eenigermate te voorzien is last gegeven tot toepassing vaa
het poengkatanstelsel.
Ziekten onder het vee werden niet geconstateerd.
Uitgevoerd werden 824 runderen ter waarde van f 41400.— waarvan naar:
Singapore 238, Batavia 335, Soerabaja 64, Makasser' 99, Ambon 45, Piroe
20, Wahaai 15 en Ternate S, benevens 2097 varkens, ter waarde van f
36320.— waarvan naar: Singapore 2075, Makasser 14 en Ambon 8.
Van Djembrana werden uitgevoerd naar Banjoewangi:
888 runderen, 23 buffels en 6 paarden, De uitvoer gedurende verslagmaand
bedroeg :
van Badoeng over zee naar Java an Boeleleng 1364 varkens; san Tabanan
naar Djembrana 546 runderen, 33 karbouwen, 4 paarden; van Tabanan naar
Boeleleng 500 runderen, 8 karbouwen en 1 paard*
Ziekten onder het vee werden niet gerapporteerd.
De handel in koffie in Singaradja was levendiger dan in de vorige
verslagmaand. De prijs was van t 28.50 tot f 29.— de pikol.
Uitgevoerd werd caar buiten het tolgebied 424 pikol 16 kattie.
Copra werd in geringe hoeveelheden aangevoerd. De prijs was van f 14.—
tot f 15.— de pikol.
Katjang werd slechts zeer weinig aangevoerd ; de prijs is sedert tot f
4.25 de pikol gedaald.
Ter reede van Boeleleng werden uitgeklaard 124 en ingeklaard 124
vaartuigen met een inhoud respectievelijk van 55944,56 en 55742.51 M 3.
Ter reede Tjoepel werden ingeklaard 21 prauwen metende totaal 296 35 M 3
en uitgeklaard 31 prauwen met een totaal inhoud van 441.05 M 3.
In het geheel werd gedurende verslagmaand in Badoeng voor eene waarde
van f 39226.— uit- en voor eene waarde van f 12091.— aan diverse
handelsartikelen ingevoerd, tegen respectievelijk f 36975.— en f 14050.—
in de maand Februari jl.
De perceptie aan in- en uitvoerrechten bc* dioeg in genoemd landschap f
3261.175 tegen f 3259.26 in Februari 1.1.
In Tabanan werden geheven aan uitvoerrechten naar Djembrana f 128 625 en
aan men uitvoerrechten te Bantiran f 112.26 en te ISatoeriMe f 1045.43,
tegen respectievelijk f 143.50, f 80.825 en f 654.44 in de maand
Februari jl.
Nu de sawahs beplant zijn, wordt in Badoeng, Tabanan en Gianjar hard aan
de wegen gewerkt. Voor eenige gedeelten in de wegen van Sanoer naar
Denpasar en van Denpasar naar Koeta en Tabanan werden nieuwe tracés
gemaakt. De hoofdweg Sahóer-Denpaaar-Tabanan zal buiten de desas 7.5
Meter breed worden en daarbinnen minstens die breedte behouden, en over
eene breedte van 5 Meter verhard worden. Waar voor de verbreeding van de
wegen of voor den aanleg van nieuwe weggedeelten over sawahs, tuinen of
woonerven moet beschikt worden, zullen de eigenaren schadeloos gesteld
worden met domeingronden. Over de leidingen, die den weg van Sanoer naar
Denpasar snijden, zijn bereiis tijdelijke bruggen geslagen ; zoo ook
over de rivier Ajoeng en de leidingen in rien weg van Denpasar naar
Gianjar. Van Sanoer is de hoofdplaats reeds per as te bereiken.
In Tabanan is met de verbreeding van den weg naar Badoeng begonnen.
Onder persoonlijk toezicht van den Controleur te Gianjar is een aanvang
gemaakt met de verbetering van den hoofdweg van Badoeng naar Gianjar
loopende door EatoeboelahTjeloek, Soekawati, Sakah, Blahbatoe,
Tegallinga en Bebita. Voor eenige gedeelten heeft hij nieuwe tracés
moeten zoeken. Volgens van hem ontvangen rapport komen de
heerendienstplichtigen goed op en ztjn de poenggawaa es miadere hoofden
hij het werk tegenwoordig. Sommige trajecten in dien we? zijn reeds per
aa begaanbaar, doch voor de overbrugging van de riri»rea Oös, Petanoe en
Pekrisan zullen de krachten der bevolking te kort schisten. Sedert de
tweede helft van verslagmaand werd voor de verbetering der wegen zoowel
in Badoeng a's in Tabanan veel heerendienst gevorderd. Goeneriei
moeilijkheid wsrd bij oproepingen ondervonden; de heerendienstplichtigen
kwamen trouw op en werkten me' veel ijver. Met de verhoringen van de
domeintuinen en erven, waarmede de Adspirant Controleur belast is, ward
in Badoeng voortgegaan. Overigens zijn hieromtrent geene bijzoader*
heden te vermelden. De opiumpachtars van Badoeng ca TabanaO hebben de
verschuldigde maaudelrjkacbB pachtschatten bij den Assistent Resident
voor Inlandsche Zaken op tijd gestort. De regenval bedroeg te
SingaradjaSo7 mM* in lÖ'regendagen, te 218: mM. ml" regendagen en te
Denpasar 346 mM. in 1* regendagen. In Gianjar en Tabanan viel in de
eerste helft van de maand Maart veel regen en was hit ia de tweede Helle
zeer droog. D 3 gezondheidstoestand was over het alge* meen bevredigend-
Naar aanleiding? van de mededeellng valden poenggawa van Oemboed, dat in
de desa Penistaan (Gianjar) vele gevallen vaa buik' ziekte- voorkwamen
met doodelijken afloop< werd den inlandsehen arts opgedragen zicb
daarheen te begeven. Volgens zijn rapport waren in het geaeel gedurende
de maand Maart 12 personen overleden en, te oorüe^len naar de ontvangen
informaties, aaa dysenterie. In de desa trof hij S zieken aaa, 3 lijd
end 6 aan malaria en 5 aau dysenterie, van wie een ernstig. De overige
lijders waren herstel' lende.. De noodige geneesmiddelen zijn ver*
strekt. Verd6r z|jn geene ongunstige bericb' ten meer binnengekomen. De
inlandsche arts zal zich weldra weer daarheen begeveE om zich van den
toestand te vergewissen. Volgens rapport van den Controleur te Gianjar
zijn circa 125 kinderen met succes gevaccineerd» In de desa Bilabadjang
(afdeeling Boeleleng) ontnam een man zich door ophanging' het leven;.
hetzelfde geschiedde in de desa Oema-anjar in die zelfde afdeeling. Op
den 23sten Maart werden ter herinnering van den SQOOsten geboortedag vaa
Michael Adriaacszoon de Ruijter verschillende roei' wedstrijden gehouden
waartoe veel animo bestond. De Gouvemementskantoren waren disn dag
gesloten. |
|
17-08-1911 |
 |
|
|
|
28-11-1912 |
|
 |
|
|
Gemengd Nieuws TIJGERPLAAG. Krantentitel:
Het Centrum Datum, editie:
29-06-1926, Dag
|
|
Gemengd Nieuws TIJGERPLAAG. |
|
Avonturen op Balt. Bali biedt een ruim terrein voor de tijger» ,'acht.
De tijgers lijn daar een ware plaag èn vértoonen zich zelfs in de
eintuur gebrachte streken, waar in het vorige jaar 40 koeien. 4 paarden
en bijna 80 geiten door tijger» werden verslonden. De heer A. Varoon.
eigenaar van de onderneming Sendang o,' Bali, beleefde kort geleden de
volgenae avonturen, waarover aan het Soer. rib!, het vogende wordt
meegedeeld: Op klaarlichten dag viel een tijger een paar ossen aan. die
voor een tjikar(kar) gespannen waren. Met één Hinken sprong zat het
beest boven op de tjikar. wat te veel was voor de anders voor geen klein
.«eruchtje vervaarde tjikarvoerders. die onder hulpgeroep een goed
heenkomen zochten De »apie(ossen) door de aanwezigheid van den tijger
half dol van angst, hepen wat ze loopen kouden naar de redding bren
gende menschen op de fabriek, waar ze nog 3een 300 meter vandaan waren,
terwijl de tijger, nog altijd boven op de meegesleepte kar door het
schudden en klotsen hiervan blijkbaar dusdanig van zijn stuk was
gevracht, dat hij verdwaasd bleef zitten. De heer Vardon, die juist in
de fabriek was en het leven en hulpgeroep hoorde, greep naar zün geweer,
snelde naar buiten en zag het niet alledaagse!, hierboven beschreven
schouwspel Nog altijd renden de ossen voort, recht op de fabriek aan en
passeerden den lieer Vardon op een drie meter alstand. Deze hiel zijn
geweer op. legde aan. en schoot om zoo te zeggen met den loop tegen het
beest aan. zijn geweer af, den ko«e! juist door den nekwervel van het
dier legend, dat a's een blok dood neerviel. len anderen keer. liep de
heer V met een zijner employés langs een voetpad door het bosch naast de
fabriek, toen zij plotseling om een hoek vlak voor een koningstijger
kwamen te staan. ben seconde stonden beide partijen roerloos. Maar juist
op he?moment dat de heer V. znn geweer wou «rijpen, dat aan zijn
schouder hing. sprong de tijger onder gebrul over hun hoofdtn heen" met
één zijner achterpoten Sen hoed van den heer V nog even afwer» oend Deze
keerde zich bliksemsnel om en loste een schot uit zijn dubbelloops
geweer, dat evenwel met loopers geladen was waardoor de tijger, hoewel
gewond, toch n°sochtSéenPdezer dagen had de heer V. het ?emk weder een
tijger neer te leggen, die ife al' te bont maakte en zich niet tevreden
stelde met uitsluitend het vee weg te rooven maar zelfs tweemaal een
koelie aanviel. O? dezen ..man eater" werd ernstig iacht eemaakt en twee
dagen later viel hij onder he? schot van den heer V.. J-«£ toen h j 's
mididags 5 uur ongeveer over de om- N2?eerine sprong niet ver van den
heer V. gdie in de hooge alang-alang verborgen, oo dé loer stond. Lij
meting bleek het d.er °75 meter lang. terwijl bij het groepen van d™
huid eenige loopers voor den dag kwamen, een souvemrtje van den heer V^.
hem eenigen tijd geleden gegeven. |
|
|
Leprozerieën op Bali en Lombok Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
31-07-1926, Dag |
|
Leprozerieën op Bali en Lombok |
De heer van Lonkhuyzen, hoofd van den dienst der Volkgezondheid, heelt
onlangs eene leis naar Bali gemaakt voor de bestudeering van het
vraagstuk eener andere huisvesting van lepralijders, gelijk bereids
geseind werd.
Naar bekend is, zoo meldt het Soer. Handbld. nader, vindt men thans op
Bali een vrij groot aantal, leprozerieën, over heel het eiland verspreid
en gedeeltelijk zóó gelegen dat een bezoek Van den geneeskundige vrij
bezwaarlijk is.
Het aantal lepralijders op Bali is nogal groot; iedere lijder aan deze
ziekte wordt door de bevolking uitgestooten omdat men rampen voor het
land vreest, indien de lijder aan lepra, hier genoemd sakit gedeh, in de
volksgemeenschap blijft.
Er zijn reeds vele jaren geleden voorstellen 'aanhangig gemaakt tot het
brengen van meer systeem in de huisvesting van lepralijders.
Men wilde indertijd een groote centrale leprozerie in het hartje van
Bali inrichten doch verschillende overwegingen hebben zich daartegen
verzet.
Nu de heer v. Lonkhuyzen zich door een onderzoek in loco van den stand
van zaken heeft kunnen overtuigen, zal door den dienst der
Volksgezondheid worden uitgewrerkt een plan tot reorganisatie der
leprozerieën op Bali.
Eerstens overweegt men meer centrali satie; men heeft genoeg aan drie
groote Jeprozerieön, ieder voor 500 a 600 zieken, voor geheel Bali, mits
bij de oprichting rekening wordt gehouden met den eisch der gemakkelijke
bereikbaarheid dezer inrichtingen door de geneeskundigen. Zoo dacht men
zich ééne leprozerie in Karangasem (Oost Bali),; ééne in Den Pasar (Zuid-Bali
en de derde te Boeboeg, (Noord- West-Bali). De hierdoor overtollig
wordende bestaande inrichtingen kunnen dan worden opgedoekt.
Wat het eiland Lombok betreft, hier denki men genoeg te hebben aan eene
grooteeen trale leprozerie. |
|
|
Gemengde Berichten. Tijgerplaag op het eiland Bali Een
overval op klaarlichten dag. Krantentitel:
|
|
Voorwaarts : sociaal-democratisch dagblad |
|
Gemengde Berichten. Tijgerplaag op het
eiland Bali Een overval op klaarlichten dag.
Bali biedt een ruim terrein voor de tijgerjacht. De tijgers zijn daar
een ware plaag en vertoonen zich zelfs in de cultuur gebrachte streken,
waar in het vorige jaar 40 koeien, 4 paarden en bijna 80 geiten door
tijgers werden verslonden. De heer A. Vardon, eigenaar van de
onderneming Sendang op Bali, beleefde kor de onderneming Sendang op
Bali, beleefde kort geleden de volgende avonturen, waarover aan het Soer.
Hbl. het volgende wordt meegedeeld:
Op klaarlichten dag viel een tijger een paar ossen aan, die voor een
tjikar (kar) gespannen waren. Met één flinken sprong zat het beest boven
op de tjikar, wat te veel was voor de anders voor geen klein geruchtje
vervaarde tjikarvoerders, die onder hulpgeroep een goed heenkomen
zochten. De sapie's aossen) door de aanwezigheid van den tijger half dol
van angst, liepen wat ze loopen konden naar de redding brengende
nmecshen op de fabriek, waar ze nog geen 300 nieter vandaan waren,
terwijl de tijger, nog altijd boven op de meegesleepte kar, door het
schudden en klotsen hiervan blijkbaar dusdanig van zijn stuk gebracht,
dat hij verdwaasd bleef zitten. De heer Vardon, die juist in de fabriek
was en het leven en hulpgeroep hoorde, greep naar zijn geweer, snelde
naar buiten en zag het niet alledaagsch, hierboven beschreven schouwspel.
Nog altijd renden de ossen voort, recht op de fabriek aan en passeerden
den hoer Vardon op een drie meter afstand. Deze hief zijn geweer op,
legde aan, en schoot om zoo te zeggen met den loop tegen het beest aan,
zijn geweer af, den kogel juist door den nekwervel van het dier jagend,
dat als een blok dood neerviel.
Een anderen keer, liep de heer V. met ëén zijner emploijé's langs een
voetpad door het bosch naast de fabriek, toen zij plotseling om een*
hoek vlak voor een koningstijger kwamen te staan. Eén seconde stonden
beide partijen roerloos. Maar juist op het moment dat de heer V. zijn
geweer wou grijpen, dat aan zijn schouder hing, sprong de tijger onder
gebrul over hun hoofden heen, met één zijner achterpootendën hoed van
den beer V. nog even afwerpend. Deze keerde zich bliksemsnel om en loste
éen schot uit zijn dubbelloops geweer, dat véenwal met loopers geladen
was, waardoor de tijger, hoewel gewond, toch nog ontsnapte.
Doch één dezer dagen had de heer V. het geluk, weder een tijger neer te
leggen, die het al te bont maakte en zich niet tevreden stelde JS5%t
uitsluitend het vee weg te rooven, maar zeiT^ tweemaal een koelie
aanviel. Op dezen „man eater" werd ernstig jacht gemaakt en twee dagen
later viel hij onder het schot van don heer V., juist toen hij 's
middags 5 uur ongeveer over de ompa'ggering sprong niet ver van den heer
V. af, die, in de hooge alangalang verborgen, op de loer stond. Bij
meting bleek het dier 2.75 meter lang, terwijl bij het afstroopen van de
huid eenige loopers voor den dag kwamen, een souvernirtje van den heer
V., hem eenigen tijd geleden gegeven. |
|
|
„N.V. Electricitsit Mij. Bali en Lombok”. Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
20-09-1927, Dag
|
|
N.V. Electricitsit Mij. Bali en Lombok”. |
|
Men meldt aan het Soer. übld. uit Singaradja. Met de werkzaamheden voor
den aanleg en de aansluiting aan het electrisch net te Singaradja, is
men sinds eenige maanden aangevangen; het werk vordert goed. De meeste
huizen te Singaradja hebben reeds een installatie gekregen, terwijl men
ook te Boeleleng flink opschiet, De benoodigde transformatoren-huisjes
werden reeds gebouwd; met de laatste Vrijdag-boot arriveerde de kabel,
waarvan inmiddels reeds circa 2 K. M. in den grond gelegd werd. Ook de
fundamenten der fabriek werden reeds gelegd. Het wachten is thans op de
machines en de bestelde ijzeren fabriek. Indien alles tijdig arriveert,
zullen tegen het einde van dit jaar Singaradja en Boeleleng electrisch
licht hebben. Ook te Denpasar (Badoeng) is de maatschappij met haar
werkzaamheden aangevangen. Verwacht wordt dat kort na het „draaien" in
Noord-Bali ook Denpasar electrisch verlicht zal zijn. Daarna, en
misschien reeds eerder, komt Lombok aan de beurt. |
|
|
Oprichting centraal krankzinnigengesticht op Bali.
Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
26-07-1927, Dag
|
|
Oprichting centraal krankzinnigengesticht op Bali. |
Aneta bracht gisteren het bericht, dat er plannen bestaan om op Bali een
centraal krankzinnigen-gesticht op te richten, waarin plaats zal zijn
voor duizend lijders.
Voorloopig wordt bij uitvoering gerekend op vijfhonderd lijders.
Wh wisten niet, dat er op Bali zooveel gekken waren of zullen komen.
Maar wat we wel weten, is, dat de tegenwoordige resident Caron een groot
voorstander is van de oprichting van dergelijke „huizen van bewaring."
Als assistent-resident ter beschikking van den eersten burgerlijken
gouverneur van Atjeh, Van Sluys, heeft hij ook krachtig geijverd voor de
oprichting van een krankzinnigen-gesticht aldaar, hetgeen dan ook te
Sabang is opgericht. Algemeen bekend is het, dat onder het bestuur van
gouverneur Van Sluys, toen Atjeh gepacificeerd was en tot iederen prijs
dien naam moest behouden, iedere Atjeher, die het waagde een aanval op
de compenie of op een z.g. kafir te doen, direct ernstig onder
verdenking van „krankzinnigheid" kwam. üan toch had het geen e politieke
beteekenis .... J Begrijpt men ? Verschillende „politiek niet
ongevaarlijke Atjehers" stonden bij wijze van „voorbehoedmiddel" ook op
de lijst van „zwakzinnigen." Een soort veiligheidsklep dus om den
toestand „politiek gunstig te houden." Zou men thans op Bali dien
kant.óók op willen ? Een uitgebreid geneeskundig onderzoek zou misschien
van te voren niet kwaad zijn. |
|
|
BALI EN LOMBOK. Be vulkaanuitbarsting op Ball.
Krantentitel:
Nieuwe Rotterdamsche Courant Datum, editie:
30-08-1926, Avond
|
|
BALI EN LOMBOK. Be vulkaanuitbarsting op Ball. |
Nadere bijzonderheden. Ns redding der bevolking. — Het rapport van
den resident.
- Do heden ontvangen Indisch© bladen behelzen de perste meer uitvoerige
berichten omtrent do uitbarsting van den Batoer op Bali; d.d. 6 Augustus
werd uit Singaradja gemeld: De eruptie van ds Goenoeng Batoer ving
plotseling Dinsdagnacht aan, met een reusachtige vnurzuil van 6 tot 700
M. hoogte, welks eveneens duidelijk waargenomen werd door den
wachthebbenden officier van heb stoomschip «Barentsz", op .0 mijl van d©
kust van Bali, stoomend© van Hlakassar naar de Padangbaai.
Dinsdag waren zware donderslagen duidelijk hoorbaar te Boeleleng. Alhier
is geen enkele schok go» voeld.
Óp d© westelijk© helling van den Batoer is tot d© halve hoogt© van den
berg, benoorden van het dorp Batoer een reusachtige ©pleet ontstaan,
waarin engeveer 20 voortdurend spuitende kraters lava, rook en steen
uitwerpen met zwaar gedreun. Het Batoermeer is volkomen rustig. De
vorder© omgeving is intact.
Te I-intamani viel een lichte aschregen. Woensdagnacht was er verhoogd©
werking, met «eu nieuwen lavast.oom.
Woensdagmiddag bereikte d© lava het dorp. 's namiddags was dit geheel
bedolven. De westelijke helling is nog zwaar werkend. Er is een nieuwe
kegel gevormd. Hedenochtend was de werking minderend.
De redding der bevolking is alleen te danken aan het doortastend
optreden van het BH., dat dwangarbeiders, militairen en politie
reauireerde. Onverpoosd vormen zich meerdere, ongeveer op een rij
gelegen openingen waaruit gassen en steenen te voorschijn komen,
dreunend eu sissend als donderslagen en waaruit voortdurend lava
Oostwaarts stroomt. Het geheel vertoond© zich 's nacht* ala «en groot
vuurzee waardoor de gansene omtrek helder verlicht werd. Er werd geen
honger geleden, doch '« nachts wel koude ouder de bevolking daar Batoer
hooggelegen is. Vele kleinhandelaren beschikken nog over contanten.
Aangezien d© hoofdweg naar den Pasanggrahan loopt over een ouden
kraterwand, kan niemand garandoeren of verzakkingen of aardstortingen te
vreezen zijn of dat het doorgaand verkeer zal moeten worden stopgezet.
D© heilige tempel t© Batoer. welk© bij de laatst© groote eruptie van '05
gespaard werd. daar de lavastroom voor den tempel stopte, is ook ditmaal
ten deel© staand© gebleven, door d© iete hoogere ligging en d©
Oostewaartsche richting van den lavastroom. De bevolking is rustig, doch
volkomen terneer geslagen en onbekwaam voor zichzelf voorzieningen te
treffen. Een vrouw is bij de algemeene vlucht door den schrik overleden;
overigens zijn er geen persoonlijke ongelukken. De snelheid van den
lavastroom bedraagt ongeveer 1). K.M. per etmaal, zij dreigt het geheele,
lagere gedeelte van het dal op te vullen en zal vermoedelijk reiken tot
de basis van het weggedeelte l-intamini Penolokan. Voor zoover thans na
te gaan, is er nog geen verandering ingetreden in het niveau of den
toestand van het Batoer» meer. Het is de hevigste beving sedert menschen»
heugenis en vermoedelijk van langoren duur. Ds oude krater vertoont geen
verhoogde werking, en stoot als gewoonlijk slechts rook nit. «Ziften
voor de getroffenen kunnen toegezonden worden aan het Batoerfonds en de
Balische Volksbank te Ungaradja. Indien er geen nienwe erupties komen is
het bestuur den toestand volkomen meester.
-' De resident van Bali seinde de regeering van de plaate des onheils
terugkeerend, dat ds aanvang der eruptie in den nacht van 2 op 3 dezer
om 12 nur' plaats had en, in een reeks van ongeveer 20 kraters in de
richting van de berghelling aan den Z.W. voet is ontstaan, 2 K2J. ten
N.O. van de dessa Batoer. Er klonk een onafgebroken donderend geraas, er
waren rook, vuur en steenen te zien. De lavastroom bewoog zich in Z.W.
richting. In den nacht van - op 4 Aug. traden er hernieuwd© werkingen
in. Op het hoogte» punt van den kraterreeks is een nieuwe, groote krater
ontstaan. Er is een zware lavastroom, welke zich beneden in het dal N.W.
en Oostelijk splitst, waarvan de Oostelijk© arm de dessa Batoer langzaam
naderde. Ds heele bevolking van Batoer is gevlucht met medeneming van
alle roerende goederen. Toen de lavastroom de dessa bereikte, ontstond
er brand. De bidplaats, de meroe, is gedeeltelijk afgebroken en in
veiligheid gebracht. De tempels te Batoer zijn tot nn toe gespaard
wegens hun iets hoogere ligging. De ibva-trooln heeft een frontbreedte
van ongeveer 8 meter, zal de dessa Batoer absoluut verzwelgen en dreigt
het ondergedeelte van het dal geheel op te vullen. Militairen en
gestraften verleenen hulp bij et -brengen' huisraad en afbraak naar
veilige plaatsen, alwaar tijdelijke woning worden opgericht. De
bevolking van de desea Batoer bedraagt 2004 zielen, waarvan er ongeveer
800 in de naburige de«sa zijn ondergebracht en de overigen in loodsen.
Er zijn ongeveer 500 gebouwen vernield; de schade nan gebouwen en
landbouwgewassen bedraagt ver» moedelijk IV, ton, afgescheiden van de
vernietigde bouwgronden. De voedselvoorziening geschiedt door
distributie. Aan het Zmeroefonds is om f 10000 ge» vraagd. Er is een
comité opgericht voor het bonden van inzamelingen ter voorziening in
voedsel en bouwmaterialen. Er zijn afdoende beschuttingen tegen het gure
klimaat. Er hebben geen persoonlijke ongelukken plaats gehad. Ds
eindindruk is, dat men met een betrekkelijk oppervlakkige eruptie to
doen heeft, welke voor de verdere omgeving nog geen gevaar oplevert,
ofschoon er «ware luchttrillingen zijn, waardoor de ruiten van de
pasanggrahan te l-intamni gesprongen zijn. Er Dy» sseen waarneembare
aardschokken. __„.,. _. |
|
|
Het leven van een Nederlandsch gezin op Bali.
Krantentitel:
Tilburgsche courant Datum, editie:
12-04-1927, Dag
|
|
Het leven van een Nederlandsch gezin op Bali. |
Ts de ..Katholieke Vrouw" lazen wij ondc-r<*taanden prettigen brief van
een Nederkndßch* moeder, op bezoek hij haar kindeïm op Bali.
„Bij 't ontwaken dien eersten morgen, drong 't eerst nog niet goed tot
me door: ,;ik ben op Bali", maar toen ik 't primitieve petrolcumlampje
zag branden, inplaats van 't electrische licht op de suikerfabriek, —
begreep ik 't dadelijk, en sprong haastig u?t de klamboe. Bij 't
openslaan der ramen zag !k uit op 'n tuin, zóó enorm, als ik zelden heb
gezien, 'n uitgestrekten keurig-Engelsch «angelegden tuin. 'k Hoorde al
stemmen in de voorgalerij, schoot gauw 'n kimono aan, even 'n kam door
m'n korte haren en toen óók naar voren. Dat is 'n vaste Indische
gewoonte: dadelijk bij 't opstaan in kimono en pyama, de bloote voetjes
in muiltjes, samen in luie stoelen vóór te komen zit» ten, gezellig
pratend en genietend van den prachtigen, rustigen, koelen ochtend, al
koffiedrinkend (café au kit). De avonden zijn benauwend, drukkend,
unhehnjsch, maar de ochtenden maken alles weer goed. „Wat 'n tuin zeg,
wat 'n tuin hebben jullie!" was 't eerste wat 'k zei. „Och Moes, daar
hebt U nog net niks van gezien," zegt m'n zoon, „kom, drink uw koffie
uit, dan gaan we samen 'n wande-» Hng maken," 't Leek 'n wandeling door
'n ruim park: sierlijk glad geschoren perken, massa s kleurige, geurige
bloemen. En toen naar den moestuin; weer 'n heele uitgestrektheid:
manggaboomen vol vruchten; hooge klapperpalmen, en haast even hoog de
papajas (vruchten zooaets als meloen).... „En, kijk 's Moeder, dit is
m'n trots, de „Hollandsche afdeeling". Te Zag met bewondering naar de
lange, lange bedden tomaten met Veel prachtige vruchten: spercieboontjes,
komkommers, preien, radijsjes. Daarnaast 'n kleine ctëerenafdeéhng: vier
melkkoeien, twee paarden in den stal, 'n groot kippenhok met *n 60
kippen, 'a duiventil met veel te veel durven, en *a klein grijs aapje,
'n speelaapje voor den smjo (jonge heer).
„Heerlijk, je woont hier in 'n paradijs." De eigenaar van dit paradijs
begint te lachen: „Zeker Moes, voor 'n maandje.... maar dan " Ja, ik kan
't me indenken; zij zijn hier aleen als Europeanen, nergens, nergens in
den omtrek 'n dokter te bereiken, haast nooit 't gezellig verkeer, met
vrienden); de eenige Europeanen in de buurt wonen 5 uur verder en zijn
heel moeilijk te bereiken. Ze wonen eenzaam als m'n kinderen op 'n
groote klapperondememhrg, héél ver, maar tóch staat op m'n program: ook
'n tocht daar naar toe — door de wi.-dernis.
„Kom moeder", zegt mijn zoon, „nu gaan we ons kleedten en ontbijten,
want straks komen de Inlandsche hoofden U hun opwachting maken." Al
dadelijk na 't ontbijt wordt er 'n groote mand gebracht met allerlei
fruitsoorten,, dat is afe 'n groet vooruit bedoeld; en na 'n poos, als
we in de voorgalerij zitten, komen daar de Inlandsche hoofden; ze komen
naar ons toe, en groeten op.de Oude onderdanige manier, het bovenlichaam
sierlijk gebogen, de handen gevouwen tegen het voorhoofd. Een verbannen
vorst is erbij, die om politieke redenen maar deze afgelegen plaats is
verwezen, 't Is 'n afschuwelijke dikke kerel, maar zijn kleeding is
prachtig: 'n sarong, zwaar met goud bestikt, evenals dé randen van zn
donkerblauwe jas, en de sfendang om zn middel, waarvan bij de jasopenrng
maar 'n klein stuk te zien is; het opvallendst is de kris achter op zijn
rug; 't is *n prachtstuk, zóó kostbaar als In Holland niet gezien wordt:
massief goud, kwistig bezet met diamanten, van héél groot tot heel klein.
Ik kan me met de hoofden niet onderhouden; ik spreek nog tè weinig
Maleisch, maar mijn zoon spee.t voor tolk.
Spoedig vertrekken ze, weer buigend en groeten als bij hun komst; en
loópen in gebukte houding tot ze uit de voorgalerij verdwenen zijn. En
voor de zooveelste maal bewonder ik hun prachtige houding, die hoe
onderdanig ook, toch fier, bewust en vol gratie blijft.
'k Kan niet nalaten het tegen mijn zoon te zeggen: „Vindt u dat zoo
moot? Dan moet u straks met me meegaan; Te moet in den tempel een eed
afnemen van 'n ambtenaar." Na 'n kwatiertje, 't is net half tien, rijdt
de auto voor. Gedeeltelijk rijden we langs de kampongs; die staan bekend
als ongehoord vuil: kippen, honden, varkens, menschen alles leeft er met
elkaar in één huis, maar van dat alles is niets te zien. In
tegenstelling met Java is de heele kampong omringd door 'n lagen,
steenen muur.
Na 10 minuten .zijn we al bij den Hindoetempel, waar de plechtigheid zal
plaats hebben. Aan den voorkant is 't een vierkant uit rood steen
bewerkt gebouw, zooals er ¦zooveel staan afgebeeld. We gaan 'n trapje op
van 6 treedjes, en meteen ook weer n trap naar beneden af. De tempel
blijkt van binnen 'n open ommuurde ruimte, zonder dak, de zon schijnt er
fel binnen. In één hoek zitten de vrouwen samengehurkt, in 'n ander de
mannen; afgezonderd zitten de muzikanten .voor.de gamelanmuzick. Vóóraan
staan fauteuils voor ons gereed. Zoodra we gezeten zijn begint de
eigenlijke plechtigheid. Op 'n mat vóór ons hurkt de keurig gekleede
Inlander, die vanochtend den eed zal afleggen. Naast hem staan
verschillende spijsoffertjes en eenige bloemstukken. Daaromheen de
verschillende Inlandsche hoofden. De penghoeioe (Inl. priester) zegt
iets in de landstaal tot den persoon in kwestie, en verwijdert zich
daarna naar 'n hoek van den tempel, waar op 'n overdekte verhooging
verschillende offers liggen tentoon gespreid. Ik hoor hem gebeden
mompelen. Dan keert hij terug, strekt zijn hand uit over den
eedsaflegger, die nu gaat staan, en zich keert naar den controleur ah
drager van 't Europeesch f'ezag. Nu treedt de rechter naar voren, en
eest een formule voor, het is alles in 't Maleisch; hij belooft trouwe
dienst en aanhankelijkheid aan 't gouvernement, dat hem aanstelt als
schrijver voor deze gemeente. Daarna gaat de nieuwbenoemde ambte» naar
weer op de mat zitten. Een Inlander treedt nu naar voren, en houdt een
pajong (parasol) boven zijn hoofd. (De pajong is 'n reeken van
waardigheid, die bij geen enkele beurtenie ontbreekt, zelfs bij 'n
begrafenis wordt nog 'n pajong boven de baar gedragen). De penghoeloe
gaat naar 't hoekalraartje, mompelt weer gebeden, — en teruggekomen —
besprenkelt hij den nieuwen ambtenaar met gewijd water. Hierna is de
plechtigheid afgelioopen. Wij rijden naar huis terug. Mijn zoon moet nu
naar 't kantoor, waar ook 6poedïg de nieuw-benoemde schrijver komt om
zijn werk te beginnen.
In de koele binnen galerij wacht mijn dochter op me, met 'n glas
aerdjeroek (kwastVmet ijs. „Hoe vond u 't. Moeder?" „Ik begrijp er niet
veel van.... maar ik vind 't warm, wanml" Om één uur gaan we eten; we
zullen rijsttafe! eten; ik vind 't erg interéssant, want heb tot nu toe
altijd Europeesch gegeten. Gewone droog gestoomde rijst is feitelijk de
hoofdschotel, maar 't groote aantal bijgerechten zijn toch de hoofdzaak.
De djongos (hulsbediende) gaat eerst rond met 'n schaal rijst leder
bedient er zich van in 'n diep bord. Nu komen de vleeschschotels,
gesneden rundvleesch, gehakt van rundvleesch, stukjes vleesch in 'n
pikante saus; kip, eveneens op verschillende manieren toebereid. Ha!
daar te iets Holïandsch: kleine ronde tomaatjes in boter gebakken;
daarna verschillende „sambals en sajoers": „sambal vedang" (van garnalen)
en verschillende andere, grootendeels van Inlandsche vruchten en
groenten bereid; geraspte en daarna gebakken klapper; hardgebakken
katjang (oÜenootjes). Ik zie ook nog kleine schoteltjes, waarvan de
inhoud •min of meer rood getint is. „Pas daarmee op, Moes", waarschuwt
Zus, „da's lombok, hoor." Ik wil even profceeren maar de tranen rollen
me over de wangen; het ia nog veel heeter dan 'n stuk Spaansehe pepérl
Ze hebben er allemaal plezier im.
Al die bijgerechten komen op 'n apart bord te liggen, en van alles
afwisselend wat bij de rijst gedaan. Ik neem mijn vork en mes, en wil
beginnen, maar zje. meteen dat Te toch nog 'n echte tofcok ben; want
rijsttafel hoof je met vork en lepel te eten.
Hét is nog wat ongewoon, maaf tóch geloof 'k, dat 'k 't op den duur wel
heerlijk zal vinden; en 'k neem me voor om — als 'k weer in Holland
terug ben, ook V zoo goed en zoo kwaad als 't gaat, rijsttafel klaar te
maken."
De Eruptie van de BatoerDe redding der bevolking is alleen te danken
aan het doortastend optreden van het 8.8., dat dwangarbeiders,
militairen en politie requireerde.
Onverpoosd vormen zich meerdere ongeveer in eene rij gelegen openingen
waaruit gassen, steenen met dreunen en sissen en donderslagen ontsnappen
en waaruit voortdurend ook lava Oostwaarts stroomt.
Het geheel geleek des nachts één groote vuurzee, waardoor de omtrek
helder werd verlicht.
Er wordt geen honger geleden door de bevolking, doch 's nachts wel koude.
Vele kleinhandelaren beschikken nog over contanten.
Aangezien de hoofdweg naar de pasanggrahan loopt over den ouden
kraterwand, kan niemand garandeeren of er geen verzakkingen of
aardstortingen te vreezen zyn. De mogelijkheid dat het doorgaand verkeer
voor toeristen wordt stopgezet, is niet buitengesloten.
De z.g. heilige Batoer-tempel, welke bij de laatste groote eruptie in
1905 gespaard werd, daar de lavastroom voor den tempel stopte, is ook
ditmaal tot dusver gedeeltelijk staande gebleven. _ Dit komt omdat de
tempel iets hooger is gelegen, en door de Oostwaartsche richting van den
lava-stroom.
De bevolking is rustig, doch volkomen ter neer geslagen en onbekwaam om
uit zichzelf voorzieningen te treffen. Een vrouw is bij de algemeene
vlucht van schrik overleden, overigens hadden geen persoonlijke
ongelukken plaats. De snelheid van den lava-stroom is ongeveer li/2 K.M.
per etmaal. De stroom dreigt het geheele lagere gedeelte van het dal op
te vullen en zal vermoedelijk gaan tot de basis van het weggedeelte
Kintamani- Penolokan.
Voorzoover thans is na te gaan, is er nog geen verandering in het niveau
en den toestand van het Batoer-meer.
De eruptie is de hevigste welke sedert menschenheugenis plaats had, en
vermoedelijk ook van langeren duur dan eenige vorige uitbarsting.
De oude krater vertoont geen verhoogde werking, en stoot als steeds
slechts rookwolken uit.
Giften voor de getroffen slachtoffers kunnen worden gezonden aan het
Batoerfonds en de Balische Volksbank te Singaradja.
Indien geen nieuwe erupties plaats heb ben, kan het bestuur den toestand
vol komen meester blijven.
_ De resident van Bali seinde aan de regeering dat hij van de plaats des
onheils was teruggekeerd. De eruptie van den Batoer ving aan in den
nacht van 2 op 3 dezer om 12 uur.
Een reeks van ongeveer 20 kraters is ontstaan in de richting van de
berghelling aan den Z. W. Voet, 2 K. M. N. O. van de desa Batoer. Een
onafgebroken donderend geraas deed zich hooren, rook, vuur en steenen
kwamen uit den berg, en een lavastroom bewoog zich in Z. W. richting. In
den nacht van 3 op 4 dezer had hernieuwde werking plaats en op de hoogte
van de krater-reeks ontstond toen een nieuwe, groote krater. Een zware
lavastroom vertoonde zich, welke zich beneden in het dal N. W. en
Oostelijk splitste. De Oostelijke arm vloeide langzaam op desa Batoer
toe. De heele bevolking van dit dorp vluchtte met medeneming van alle
roerende goederen. Toen de lavastroom de desa bereikte, ontstond er
brand.
De bidplaats Meroe is gedeeltelijk afgebroken en in veiligheid gebracht.
De Batoer-tempels werden tot nu toe gespaard, door hun iets hoogere
ligging. De lavastroom heeft een frontbreodte van ongeveer 1 K.M. en een
hoogte van ongeveer 8 M. Hij zal de desa Batoer absoluut verzwelgen, en
dreigt het ondergedeelte van het dal geheel op te vullen. Militairen en
gestraften verleei* d oor huisraad en afbraak naar veilige plaatsen over
te brengen, alwaar tijdelijke woningen wordt opgericht. De bevolking van
desa Batoer telt 2004 zielen waarvan ongeveer 800 in naburige desa's
zijn ondergebracht en de overigen in loodsen.
Het aantal gebouwen dat vernield werd is ongeveer 500. De schade aan
gebouwen en landbouwgewassen aangericht bedraagt vermoedelijk li/2 ton,
afgescheiden van de vernietigde bouwgronden. De voedselvoorziening
geschiedt door distributie.
Aan het Smeroefonds is om f 10.000 gevraagd. Een comité voor
inzamelingen is opgericht, ter voorziening in voedsel, bouwmaterialen en
afdoende beschuttingen tegen liet gure klimaat. Er zijn geen
persoonlijke ongelukken gebeurd.
De eind indruk is dat men te doen heeft met een betrekkelijk
oppervlakkige eruptie, welke voor de verdere omgeving nog geen gevaar
oplevert, ofschoon zware luchttrillmgen worden opgemerkt. Zoo zwaar dat
de ruiten van de pasanggrahan te Kintamani zijn gesprongen. |
|
|
De melaatschen op Bali. Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
01-04-1927, Dag
|
|
De melaatschen op Bali. |
De verzorging, onderbrenging en medische behandeling der leprozen op het
eiland Bali laat nog zeer veel te wenschen over. De zieken worden voor
een zeer klein gedeelte in enkele verspreid liggende inrichtingen
opgenomen, doch de behandeling, die deze ongelukkigen daar krijgen, is
eigenlijk veel minder dan die welke zij genieten, wanneer zij zich in de
dessa blijven ophouden.
Men gevoelt, en terecht, dat aan dezen toestand een einde moet komen.
Afzondering, doch daarmee gepaard gaande goede huisvesting en medische
verzorging, dat is de minimum-eisch, die gesteld moet worden, in het
belang der maatschappij, en ter verlichting van het lijden der kranken.
Vol gens de Loc. heeft zoo juist Dr. Bargehr, de door de Regeering
aandemelaatschen-kolonie Pelantoengan toegevoegde geneesheer, een
inspectie-reis door Bali gemaakt, waarbij hij tot de conclusie kwam, dat
de zorg voor de melaatschen aldaar en op Lombok, waar hij ook vertoefde,
zoo zeer te wenschen liet, dat verbetering in den toestand dringend
noodzakelijk was.
Het ligt thans in de bedoeling om op Bali een centrale inrichting voor
opname en verpleging der leprozen te stichten, . dan in de eerste plaats
de thans in de drie bestaande inrichtingen opgeborgen leprozen zullen
ondergebracht wordeD, terwijl voorts het werk der afzondering krachtiger
ter hand genomen zal worden.
Dr. Bargehr, die met een kort verlof naar Europa gaat, zal na ommekomst
van dit verlof, zoo vernemen we. waarschijnlijk aan het hoofd dezer
inrichting worden geplaatst. Een langjarige praktijk in de eenzaamheid
van het Pelantcengansche gesticl't zal dezen medicus in staat stellen de
nieuwe inrich ting op de b. st mogelijke wijze en tevens de meest
moderne wijze te utileeren.
Daarmee zal dan een groot werk verricht zijn voor de Balische bevolking
in het algemeen en voor de zieken in het bizonder,
|
|
|
Muntzuivering op Bali. Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
10-12-1925, Dag
|
|
Muntzuivering op Bali. |
Het Volksraadslid Tjokorde Gde Rake Soekawati heeft op 5 Dec. de
volgende vraag aan de regeering ingediend: Tengevolge van het feit, dat
de muntzuivering op Bali nog niet is doorgevoerd, is de Balische kep e n
g onder de bevolking nog steeds het voornaamste betalingsmiddel. Waar
echter alle belastingen in Nederland sch-Indische munt dienen betaald te
worden en de zich ten th'de van deze
betaling in bezit moet stellen van Nederlandsche-Indische munt,
tengevolge waarvan hiernaar een groote vraag ontstaat, daalt in dien
tijd de koers van de kep e n g ten opzichte van het Nederlandsch-Indisch
geld; is de belastingtijd vooiby', dan vermindert de vraag naar N. I.
munt en gaat de koers van de kep e n g weer opwaarts. In den tyd van den
belastingaanslag moet men voor een rijksdaalder 1500 —1800 k e p e n g
betalen ; daarna 1200 — 1500 ke p e n g. Tengevolge van deze
koersschommelingen drukt de belasting ongeveer ll^ maal zoo zwaar op de
bevolking als uitgedrukt in Nederlandsen-Indische munt. Uit economisch
oogpunt verdient daarom eene muntzuiverhig op Bali overweging, temeer
omdat hierbij gebruik zou zijn te maken van de in 's lands kas te
Mataram en in andere Landskassen aanwezige groote hoeveelheden
overtollige pasmunt. Het lid Soekawati zou de vraag willen stellen, of
de regeering den tijd niet gekomen acht om tot muntzuivering op Bali
over te gaan.
|
|
|
SPORT. VOETBAL. De Zwaluwen op Bali.
Krantentitel:
De Indische courant
Datum, editie:
29-10-1929, Dag
|
|
SPORT. VOETBAL. De Zwaluwen op Bali.
|
|
Het gaat onzen jeugdigen stadgenooten op Bali naar den vleeze. Nadat zij
het Woensdagnacht aan boord nogal te kwaad hadden gehad met de vrij
onrustige houding van de Reynst, vergoedde de ontvangst op het eiland
veel. Donderdagmiddag traden zij in het veld tegen het Boeleleng-elftal
en wisten zij een vrij gemakkelijke 3—O-overwinning te behalen, die
reeds vóór de pauze was bevochten. Ook de tweede wedstrijd, Zaterdag jl.,
tegen een vertegenwoordigend Bali-team leverde een overwinning voor de
Soerabaiasche scholieren op. Het heeft er toen echter om gespannen. Met
de rust was de stand I—o voor de Balmeezen. De trekvogels wisten echter
in de tweede speelhelft de score op 2—l in hun voordeel te brengen, doch
hierop maakten de eilanders weer gelijk. Tenslotte gelukte het den
gasten om een derde puntje te scoren en zoodoende met 3—2 te zegevieren.
De jongelui, die op Boeleleng overal even gastvrij ontvangen waren,
zijn hierop den volgenden dag naar Den Pasar gereisd, waar eveneens twee
wedstrijden gespeeld zouden worden. |
|
|
Vlleguitstaplcs naar Bali. Krantentitel:
Het Vaderland : staat- en letterkundig nieuwsblad Datum, editie:
02-09-1930, Avond
Vlleguitstaplcs naar Bali. |
|
|
|
De H_NXL_M. heeft naar het Soer. Hbl. meldt thans ook haar oogen op Bali
gevestigd en wellicht zal men in do nabüo toekomst hiervan reeds kunnen
profiteeren. Enkele heeren van genoemde MU. hebben een bezoek aan het
eiland gebracht, om te onderzoeken of een vliegdlenst van Soerabaja mt
perspectieven zou openen. Tevens werd het vliegveld te Grogak aan de
Noordkust van Bali. op een kleine 40 lc^l. van Slngaradja gelegen, aan
een grondig, onderzoek onderworpen. Reeds enkele malen Hn militaire en
andere vliegtuigen vroeger geland, en met eenlge verbeteringen zou
genoemd vliegveld voor geregeld gebruik in orde te maken Hn. Singaradja
is met een auto goed te bereiken en zelfs is het grootste gedeelte van
dezen we? reeds geosphalteerd. Het blad veraam zelfs zeer grootsche
plannen, die In overweging worden genomen. nX om geregelde
weekenddiensten van Batavia en Soerabaja naar Bali te openen. De
bedoeUng zou dan Hn om Vrijdags van Batavia met do vliegtuigen te
vertrekken, te Soerabaja andere weekenders op te nemen en door te
vliegen naar Ball. Des Zaterdags zou dan het vliegtuig weer naar
Soerabaja vertrekken. waarbU inwoners van dit eiland in do golegenheid
zouden worden gestold do weekend te Soerabaja door te brengen. Den
Maandag dra/v. wederomver» trek mt Soerabaja naar Ball. waarna de
weekenders op Ball naar huis. te Soerabaja. Semarang, Bandoeng of
Batavia gebracht zouden worden. Indien do prijzen nlet hooger zoudon Hn
dan de H_P.M.-tarieven. gelooft het blad, dat er ook op Ball animo
genoeg voor zou bestaan, vooral door den vluggeren overtocht en het met
gebonden Hn aan de afvaarten van schenen, wat al een zeer groot voordeel
kan genoemd worden.
|
|
|
|
|
Lijkverbranding van.... ratten. Krantentitel:
Het Vaderland : staat- en letterkundig nieuwsblad Datum, editie:
14-05-1936, Avond
|
|
Lijkverbranding van.... ratten. |
Op Bali heerscht een . ongekende rattenplaag. Ceremonleele
lijkverbranding van het gedierte als laatste middel.
Met het groot ceremonieel van een echte lijkverbranding is kort geleden
«en symbolische verasschlng van ratten gehouden, schrijft de
colrespondent op Bali van de Ind. C. Aan het strand van Saneer
verrichtten priesters hun Indrukwekkend gebed en wijding, offers lagen
gespreid, gamelans speelden de ritueele melodieën, verbnindingsdleren
stonden te wachten op de dieren die daarin verbrand zouden worden. Geen
menschen dus ditmaal. Een wel ongewone gebeurtenis, die heel wat volk
bijeen bracht. Heelt» des ochtends In de vroegte was alles voor den
grooten dag in gereedheid gebracht en de tijd werd gekort met het
vertoonen van maskerspelen etc.
Deze symbolische verbrandingen zijn een oud instituut op Bali. Zij
hebben slechts plaats, wanneer de ratten, dle leder Jaar hun deel van
den oogst opelschen. op buitengewoon desastreuze wijze huishouden.
Deze schadelijke dieren hebben het vorige Jaar een vemleUngsfestljn
gehouden van zoodangen omvang, dat alleen ouden van dagen op Balt zich
uit hun verleden lets dergelijks konden herinneren. En het heeft er
allen schijn van, dat men dezen rampspoed nog nlet te boven is: ook In.
deze voorjaarsdagen ziet men weer menig padiveld. ook daar waar nog geen
korrel te bekennen Is en de halmen eerst twee, drie maanden in den grond
staan, waar de onberekenbare en vraatzuchtige dieren hun «lag hebben
geslagen. Men krijgt een denkbeeld van den* omvang, dlen dit kwaad het
vorig jaar aannam, wanneer men weet, dat alleen ln Zuld-Ball voor een
waarde van ongeveer / 500.000 aan te velde staande padi werd vernield,
opgevreten. De daarmede co»»espondeerende vermindering van de landrente
bedroeg ruim / 60,000. Het verdient opmerking, dat voornamelijk «te
onderafdelingen Badoeng, Glanjar en Tabanan getroffen werden, zoodat «te
vermindering van 60.000 gulden' «uisluitend deze drie gebleds» deelen
betreft. Het totaal der landrentehefflng In geheel Zuid-Bal! bedraagt
ruim / 1,000,000. De vermindering is derhalve percentsgewijs nlet zoo
ernstig, doch wd ls een bizonder groot waardeverlies de vernieling van
de padi.
Ten einde de bevolking tegemoet te Komen, is bepaald, dat men na
vernieling van den oogst gerechtigd is, nieuwen aanplant In den grond te
brengen, over «*elk» oogst dan later geen landrente verschuldigd ls.
Hiervan Is het vorige Jaar wederom druk gebruik gemaakt.
Op alle mogelijke en onmogelijks manieren hebben de Ball«rs getracht,
het euvel te be strijden. In Zuld-Ball alleen ls ruim een mllhoen ratten
doodgeslagen. Men ving ze ln vallen, men Joeg er «te honden op al — dle
echter al gauw genoeg kregen van het ratten» vleesch! — men gebruikte
vergif: niet» echter mocht afdoende baten De rattenverbrandlngen. welks
thans met plechtig ceremonieel gehouden worden, helpen misschien nog het
best! Immer» een letter te «lnUcht» -djn bepaald aantal rat- tenstaarten
ln te leveren en dat dwingt tot rattenvangst.
Van bestuurszijde zijn ook verschillende middelen beproefd. Er ls een
bepaald rattenvergif ingevoerd, doch wanneer enkele dieren er van
gevreten en het tijdelijke met het eeuwige verwisseld hadden, dan kregen
de andere het in «te gaten en.... geen beest raakte er meer aanl •
Wellicht zou men meer succes hebben met het middel, dat in Engeland
samengesteld werd en dat ds ratten eerst veertien dagen na. het nuttigen
doet bezwijken. Het schijnt, dat dan «te rattengemeente geen „causaal
verband- legt en het gif doorvreet. De Times bracht hierover, naar we
ons meenen te herinneren, nlet lang geleden uitvoerige blzonderheden.
Wanneer «Ut gif Inderdaad werkt zooals het beschreven wordt, dan ware
toepassing daarvan stelllg een middel, dat succes hebben zou.
Voorloopig echter houden we het op ds verbrandingen met de verplichte
Inlevering van staarten.
|
|
|
|
|
|
|
Kop:
Noesa Penida, het Bandieten-eiland. Krantentitel:
Het Vaderland : staat- en letterkundig nieuwsblad Datum, editie:
20-12-1929, Ochtend
Noesa Penida, het Bandieten-eiland.
Voorziening In watergebrek.
lloesa Penida. of het Bandieten-eiland, «oo genoemd, vnjl het vroeger
door de vorsten van Kloenkoeng als ver» banningsoord werd gebruikt, ligt
ten ZO. van Bali. en verdient tegenwoordig zeker den naam niet meer.
welke ongetwijfeld in vroegere tijden door Hollandsche zeeraarder, er
aan werd gegeven. Het Is een rustige sym-1 vathleke bevolking (van
ongeveer 14.000 nwoners). die haar uiterste best doet —> zoo vertelde
prof. dr. Roden» walt. inspecteur voor Oost-Java. Bali en Lombok van den
D. V.G. aan het Soer. Mbi. — «n nog iets te maken van het dorre, droge
eiland, dat vermoedelijk grootendeels bestaat uit een opgeheven
koraalrots- het ls treffend te zien, hoe zij alle eenigs^ln, voor
beplanting ln aanmerking komenden grond ah.w. bij elkaar schraapt en
benul. Bovendien wordt op Noesa Penlda gedaan aan veeteelt. Er ls den
laatsten lijd een economissie opleving merkbaar; men heeft een motorboot»
verbinding met de Padangbaal. en voor het volgende jaar zijn credieten
beschikbaar ten behoeve van aanleg van een auto-weg rondom het eiland.
De D.V.G. zal naderhand ook de mogelijkheid onder de oogen zien van
vestiging van een polikliniek en cc mantil-verplezer. 1 Blijkt derhalve
ook ran de zijde van de Overheid groote belangstelling in het algemeen
voor dit eilandje te bestaan, zeer speciaal geldt deze de voorziening in
het watergobrek, waaronder men ginds lijdt, en de zcowel een beteren
gezondheidstoestand van de bevolking in den weg staat, als de
ontwikkeling van de veeteelt (bllzoderiiJk de varkensfokkeriJ). De
bevolking vangt er sinds eeuwen het regenwater op in flesch-vormige
reservoirs, uitgehouwen ln de kalkrotsen; maar deze geven in de eerste
plaats geen mooi water, en ln de tweede plaat, weinig water, wijl de
wanden zeer poreus zijn; men kan er op rekenen dal niet veel meer dan 10
procent van het daarin verzamelde .water overblijft voor de bevolking.
Door de 8.0.W. zijn twee waterreservoirs gebouwd, één van 400 kub. M. en
één van 600 kub. M. inhoud; bovendien komen er nog twee bij. deze staan
althans op het program. Maar een betere ontwikkeling van den
economischen toestand van de uitvoering van de voor«teilen van den
8.0.W.-ingenleur Van Hasselt, de beslaande waterkelder, te veibeteren en
eenige uitbreiding aan hel aantal te geven, waardoor over hot eiland 29
van dergelijke waterkelder, zouden zijn verspreid Hel is nl. gebleken,
dat de beslaande kelders van de bevolking zich zeer goed leenen voor
verbetering, door een regelmatige bekapplng van de wanden, bemelsel'.ng
er ran en door het vervangen van de atappen-opvan_daken door zinken. Er
ls uitgerekend, dat elke dan on» geveer 40 kub. M. bevatten.
Indien voor deze werkzaamheden de noodige credieten worden verleend (tot
een bedrag van ongeveer 28 mille), kan daarvan een belangrijke
vetbeterlng van de watervoorziening worden verwacht.
|
|
|
NEDERLANDSCH INDIË Transmigratie en ontginning in
West-Bali. Krantentitel:
Het Vaderland : staat- en letterkundig nieuwsblad Datum, editie:
14-01-1936, Avond
|
|
NEDERLANDSCH INDIË Transmigratie en ontginning in
West-Bali |
Van waar te weinig bosch en te veel «enscben djn naar waar te veel bosch
en te wdnlg «enscben zijn.
Ben bijzondere medewerker schrijft ons uit JNall:
West-Bali, grootendeels ln beslag genomen door do onderafdeeUng
Djembrana, bedt een gebed ander aanzien dan de overige deden van het
eiland.
In plaats van uitgestrekte vlakten of hellin«en met meesterlijk
aangelegde sawah-terrassen. vindt men hler een groot blok van berg- en
heuvelland, dat hler en daar een hoogte mn «neer dan 1000 M. bereikt,
dicht begroeid met oerwoud. Lang» den zuidrand daarvan loopt «en smalle,
ten deele bebouwde kuststrook, die dch soms verbreedt bijv. daar waar de
hoofdplaat» Negara ligt Maar vaak is de afstand van de bergen tot de
kust nlet grooter dan «nkde kilometer».
In de geheele onderafdeeUng wonen nog geen 80.000 menschen en enkele
duizenden van hen zijn Mohammedaan. Men herkent hen aan de niet ommuurde
erven van bun hulzen, bun voor» liefde voor het houden van tortelduiven,
ln kooien opgehangen aan hooge palen, en aan enkele nlet-Ballsche
eigenaardigheden in bun Ideedij. De vrouwen hebben het bovenlichaam
bedekt en dragen een sluier over bet hoofd, zooals men dat ln de
Soendalanden zooveel det Ook de donker gekleurde Nuweelen muts van de
mannen herinnert aan Java; zij wordt ge» dragen zooals de fez in andere
Mohammedaan» «ch« landen. Eik van deze bijzonderheden af» zonderlijk kan
men ook elders wd opmerken, «aar waar dj zoo veelvuldig en in
vereerdging voorkomen ligt de invloed van den Islam voor bet grijpen;
van den Islam en van de vreemdelingen, die dch hler gevestigd hebben.
Ved van de Balischs Mohammedanen of Bail» Islam djn namelijk Malelera,
Javanen. Madoereezen en Boeglneezen. de reeds van gedadit op geslacht in
Djembrana wonen. Zij hebben verschillende Ballsche gewoonten overgenomen
«i» nebben zelf» hun eigen taal verloren. Zij «preken than» een
rerbastsrd Maleisen, door» «pekt met Balischs. Javaanse!» en andere
woorden. Toeristen kom ln deze streek decht» weinig. Alleen dj. dle met
het overzetvesr van Banjoewangl naar Glllwanoek zijn overgestoken, «norren
met hun auto» of met den autobus over den grooten weg vla Negara Tabanan
naar Denpasar. Voor ds overbevolkte «n arms deelen van Bah «n van bet
nabijgelegen eiland Noesa Penlda belooft Djembranda een uitkomst to
worden Weliswaar moet een groot gedeelte van hst oer» bosch gespaard
blijven met bet oog op de bosch» «serve, maar bet 1» gebleken dat
Indertijd de grens daarvan bier en daar lager 1» gesteld dan noodig is.
Er kan du» nog boscb plaat» maken -worbebouwd land en daaraan l»
momenteel groots behoefte. Er zijn arms bewoner» van de overbevolkte
streken genoeg, dle aan land ge» holpen moeten worden en teven, zou door
bet «verplantsn van grondbezitter» uit boschanne dselsn van be» eiland
weer terrein beschikbaar komen voor de n«t»bo»«mln«. Dit laatste ««val
doet dch bijv. voor in ds tottt^deeltag Kiiwi-ta-, ww ten -Hl»-». tekort
ls aan de bosschen. die onmisbaar zijn voor bet voorkomen van banjirs.
De bosschen houden Immers het overtollige water vast om dlt langzaam aan
los te laten en verhinderen het afstorten van de ravijnwanden, dat
anders zou maken dat de rivieren en sawahs zouden verzanden. Om tot
reboisatie te kunnen over» gaan heeft «en nu den grond van verschillende
desa'» ln het Itarangasemsehe dlstrikt Rendang moeten koopen. Daardoor
moeten meer dan duizend menschen hier sawahs missen. Van bet geld, dat
dj daarvoor ontvangen hebben, zouden zij wel eenigen tijd kunnen
rondkomen, mits net hun in kleine bedragen ter hand werd gesteld, maar
een blijvende biöodwl>Lnlng zouden zij niet meer hebben.
Nu kwam bet surplus aan beschikbaren grond ln Djembrana te pas. De
Karangasemers in kwestie kregen gedeelten toegewezen van de heuvelruggen
Badlngkajoe en Asahdoeren in het dlstrikt Mendojo Badlngkajoe ligt op de
zuid» helling van het Koetodgebergte tuaschen de rivieren Jeb Leb en Jeh
Lebah op «n hoogte van ca. 250—500 meter. De grond 1» vruchtbaar, het
klimaat zoo koel, dat er ook ln den Oostmoesson verschillende wlandsche
«ulttnirgewas» sen geplant kunnen worden: cassave, bataten en wellicht
ook mal». Ook bestaat de hoop. dat hler op den duur koffie geplant zal
kunnen worden en wd robusta, die een grooteren oogst oplevert dan de
verder op Ball gebruikelijke arablea. Een door de Karangasemers
afgevaardigde commissie beeft dan ook vastgesteld, dat transmigratie
teven» vooruitgang beteekent. Sedert half Juni 1935 zijn bun landslieden
ln Badlngkajoe aan het werk.
Het andere transmigratiegebied der Karangaseiners ls de moendoek (heuvelrug)
Asahdoeren, vlak boven de klapper» en rubberonderneming Poeloekan, lager
gelegen dan Badlngkajoe. Het terrein l» er sterker geacddenteerd. maar
de grond ls even goed. Behalve de pa» gekomen Karangasemer» werken hler
ook nog andere Baliers, immigranten ult Glanjar en Karangasem, dle reed»
ze» jaar ln deze streek, met name ln Manglssari op de grens van
Djembrana en Bedeling, wonen.
De ontginning van bet oerwoud op ds berg» hellingen l» thans reed» een
goed eind gevorderd. Groots «tukken bosch hebben plaat» gemaakt voor
bouwgrond, waarop vergrijst, bataat en mal» groeien. Os grond ls
momenteel nog wat te bard. maar daarin zal spoedig verandering komen. I,
na drie Jaar gebleken, dat de immigranten hun werk goed verrichten, dan
wordt de ontginningsvergunning omgezet ln een acte van inlandsen
bedtsrecht. De be» bouwde gronden liggen ten oosten van den weg,
waarlangs men ook per auto de ontginning kan bereiken. Aan den anderen
kant liggen de erven, dle nog nlet gereed rijn. Er wordt nog druk gekapt
en gebrand, maar toch staan er al enkele geraamten van hulzen en de „sociëteit",
een klein open gebouwtje, l» reed» feestelijk Ingewijd.
Behalve de IQuangaseirier» en ds reed» tevoren aanwedgs Immigranten djn
er nog anderen, dis geholpen moeten worden: de bedtdoozs Heden uit ds
overbevolkte «treken. Hit Glanja, sn Tabanan kwamen vele aan» vragen
binnen, maar ds nood l, hooger ge» stegen ln het dorre Noesa Penlda «n
du» heeft dit den voorrang gevegen. Voor ds immigranten ult dit eiland i»
een langs «mail» strook van 3000 HJ. gereserveerd. Een ved grooter
gebied dan de belde andere transmlgratlegeUeden. dle decht» 300—400 ha.
beslaan, -naar ds grond l» bier minder vruchtbaar, zoodat nlet meer dan
duizend gezinnen of «00 delen hierheen overgeplant kunnen «orden. Eén
gedn heeft hier du» 3 ha. noodig. ter-vyl in Badlngkajoe Asahdoeren 1
ha. per gedn voldoende wórdt geacht. De bedoeling is, dat In 1936 250
menschen uit No«»a Penlda naar Djembrana «allen komen om ln het bedoelde
.«bied vijf kolonl» «aUsjM-lsn te n-nnon. als meetrekke» dn». waaromheen
den dan de later komenden zullen kunnen groepeeren. Te voren komen nog
30 mannen om met het boschbouwpersoned de Juiste grenzen van het te
ontginnen gebied te bepalen, Zoodoende wordt een kern van goeds
terrelnkenner» gevormd, terwijl teven» het gevaar wórdt vermeden, dat
uit onkunde de ravijnhellingen ontboscht worden. Om ds ko»-. ten van den
eersten tijd te dekken, 1» een fond» gedicht, waaruit den transmigranten
steun ln natura verleend wordt.
Natuurlijk l» bet ln Djembrana beschikbare terrein beperkt. De
overbevolkte en arme streken zullen er niet afdoende door ontlast kunnen
worden. Dlt Noesa Penlda zullen bijv. nlet 5000, maar 7000 lieden moeten
emigreeren wil' het eiland genoeg grond voor zljn bewoner» bieden. Er l»
echter nog de mogelijkheid, en stellig de wenachdljkheid, dat een
uitgestrekt «tuk land aan het ontginningsterrein toegevoegd kan worden.
In het weden van Djembrana ligt namelijk het land TJandlkoesoema. 15,000
hui. groot, dus geschikt voor de ontvangst van nog talrijke ge» zinnen.
Nu wil echter het geval dat een Jaar of 75 geleden een inheemsen vorst
dlt land geschonken heeft aan een paar Europeanen, met het gevolg dat de
beruchte «TJandlkoesoemakwestie" ontstond, dle ten gevolge bedt gehad,
dat nu nog duizenden h-a. goede grond ongebruikt blijven liggen. Moge
hieraan thans ten langen leste een eind komen, zoodat de voortzetting
van de ontginning ook over dit «trulkd» blok zal kunnen heenstappen. |
|
|
|