|
Previous • De Oorlog • Toerisme • Transport • Ontdekkingsreizen • De Vrouwen • De Ljkverbranding • Algemeen |
|
Toerisme |
|
|
Een reis en een rede. Oost Indië. Krantentitel:
Nieuwe Rotterdamsche Courant Datum, editie:
28-06-1924, Avond
|
|
Oost Indië. Een reis en een rede. |
(Particuliere correspondentie.) Weltevreden, 26 Mei. Do Plancius is
teruggekeerd van een reis naar „den Grooten Oost". De directie van de
Koninklijke Paketvaart Maatschappij heeft haar nieuwste en grootste
vaartuig, alvorens het in te leggen in den dienst van Singapore naar
Priok, doen inwijden met «en vaart door den archipel. Een gezelschap
toe«risten, particniieren, ambtenaren en enkele journalisten, vrij veel
Chineezen ook, werd op di© wijz© in staat gesteld iets te zien van d©
verre gewesten, die door slechts enkelen van wi© in Indië wonen worden
gekend. D© proeve is zoo goed geslaagd, dat deze reis d© eerst© zijn zal
van een reeks: telkenjare zal voortaan do K. P. M. een dergelijke vaart
organiseeren om daarmede ons groot© eilandenrijk beter bekend ie maken,
ook, naar men hoopt, bij vreemdelingen. Voor hen immers, die uit toet
buitenland, uit Engeland of uit Amerika hier komen om iets van Indië t©
zien, is dit een prachtige gelegenheid. Nn zien zij alleen iets van
Java, den Preangor, de Vorstenlanden, Tosari, en op het allerbest eens
iets van Sumatra. Doch indien aan d© jaarlijksche reizen voldoende
bekendheid wordt gegeven, kunnen de vreemdelingen in drie weken met een
ruim en weelderig stoomschip de blauwe zeeën van Indonesië bevaren en
althans een glimp aanschouwen van dio wijde, onbekende wereld.
Men kan zelfs verder gaan. Er laat zich een organisatie deuken, welke
het mogelijk zou maken eenig Nederlandsch toerisme naar Indië te leiden.
De samenwerking tusschen do K. P. M. en de maatschappijen van de" groole
vaart is uiteraard gemakkelijk tot stand te brengen. Voor dc
tusseheuhaveus heeft nu-n co, regeling noodig en do beschikkingen, door
do K. P. M. getroffen, leerden wel hoe goed zioh uitstapjes, recepties,
borgtochten eu dergelijke toerist ische vermaken laten regelen door de
transporlmaatschappijen zelf. Op die wijze zoudon. in drie tot vier
maanden uit en thuis, toeristen-tochten ingesteld kunnen worden van
Nederland naar Indië.
Waarom zouden Nederlanders niet naar ludië komen kijken?
Men gaat dan toch telkenjare naar Zwitserland, of naar Zuid-Frankrijk,
men ontmoet landgenooten iv de Italiaansche steden en aan de Rivicra,
men vindt hen des winters in het Zuiden van Europa en des zomers tochten
makend naar de Noorsche fjorden. Waarom niet naar Indië?
Indien slechts do gelegenheid wordt geschapen van sncllo accomodatio en
een tot in de geringste ouderdeden verzorgde regeling, dan zullen er
stellig wel» gestelde Nederlanders zijn die. voor de afwisseling, toch
ook wel eens enkele maanden wille» bestede» om, via 'Zwitserland eu
Genua of Parij, en Marseille, naar Port Said eu Colombo te var. n,
binnen enkele weken Sabang reeds te bereiken, IS inga po re te zie» e»
hier te worden verwacht voor een verdere reis. Enkele weken voer Java,
dan de „Plan<-iu-"»<ocr naar Borneo, Celelx!», Ambon, Tcrnate, Baud,-.
I'.uli, overal rijtochten en tentoonstellingen, welke het merkwaardige
in korten tijd doen zien: wafc den Amerikanen /oo goed bevalt zou ook
deu Nederlander» niet mishagen.
Dit geldt de toekomst. Voor ditmaal was het voor» naamste van do „Plancius"-reis
de eindelijk geschapen aanleiding voor veel meusehen-van-lndië zelf om
iets van Grooter Indië te aanschouwen. Me» voer naar Balik Papan e,»
bezichtigde er de moderne oliestad, geschapen aan de grenzen van het
Borneosche oerwoud: een gemeenschap van Europeesche tuinhuizen op
heuvelen gebouwd, electrische trams, clubs en theaters, de grootste
centrale van Indië. tanks en landinrichtingen en gonzende machines, daar
tusschen woud en zee gelegen onder de schroeiende tropenzon en aan drie
zijden omgeven door 'het nict-verwounen oerbosch van Borneo's onmetelijk
binnenland. Van daar voer men naar Menado en werd er ontvangen door een
juichende bevolking, die toespraken hield, meisjes in de properste
kloedij zond om welkomstliederen to zingen en bloemen te strooien; men
waakte er een autorit naar Tondano, die als een zegetocht door do
Minahasa werd, met feestelijke begroetingen in ieder dorp en allo
blijken van hartelijkheid eener frissohe, vroólijke bevolking. Zoo
wonderlijk 'was die ontvangst, dat zelfs de minst-ontvankelijken onder
de bezoekers wel getroffen werden door de eigenaardige mengeling van
verknochtheid aan Ne» derland en ihet vorstenhuis met den sterk
ontwikkelden zin voor zelfstandigheid.
Van de Minahasa, van zijn zorgelooz© bewoners, di© eer bij do Zuidzee
dan bij het Oosten behooren, van deze ver-Nederlandseht© Christenen met
hun toch zoo sterk nationalisme, heeft men binnen zeer korten tijd een
verhoogd© actie t© verwachten voor provinoialo autonomie wolk©, op
straft© van de pijnlijkst© gevolgen, een zeer welwillende overweging
eischt. Men bezocht dan nog Ternat© en Banda, zag d© overblijfselen van
langverleden glorie, de marmervevloeide huizen der perkeniers in Banda,
waar thans muskaat en kruidnagel nog slechts een armelijk bestaan
verschaffen aan de nazaten van de grooten dier dagen en waar do rijkst©
handel van de Compagnie is overgegaan aan Arabieren en Chineezen. Men
be» zocht Ternate, nietig aan den voet van den vulkaan, schamel
overschot alweer van vergane grootheid, waar do bewoners met wezenlek©
smart het schip vertrekken zien, dat hen even aan de bewoonde wereld
deuken deed en dat hen weer achterliet in eenzaamheid. Ambon deed men
aan, en men zag de gestrande Heemskerck in de Staringbaai; men voer dan
terug naar Makasser, het eigenlijk© bestuurs» en handelscentrum van de
Oostelijk© eilanden, en men besloot met het schitterend effect van een
tocht door Bali, als wilde men den archipel ten laagte zijn schoonst
kleinood doen toonen.
Eén diepe indruk bleef bij allen achter. Het is di© van de ontzaglijk©
uitgestrektheid van het Indische rijk. Van dc wijdheid dier tropische
zeeën, van de afstanden welke de eilanden scheiden, van hun vergoten
eenzaamheid en hun door weinigen gekend© schoonheid. 0, — in theorie
weet hier een ieder ho© groot Indië is» dat men Nederland vele
tientallen malen zou kunnen verliezen in Borneo en Sumatra, dat d©
archipel, over Europa uitgelegd, afstanden van Amsterdam tot IJsland,
van Nederland tot den Kaukasus, van Rotterdam tot ver achter Moskon
bevat; men weet hoe Merauke weinig dichter bij Medan ligt dan Sabang bü
d© Middellandsoh© Zee Maar men moet, naar het schijnt, van dio afstanden
zelf iets hebben afgelegd om ze werkelijk te begrijpen^ Men moet weken
varens do Moesi of d© Kapoeas op zijn geweest, getrokken hebben door het
oerwoud van Sumatra of Borneo, men moet ervaren hebben hoe lang het
duurt aleer men Timor of Manokwari, Ceram of Halmaheira van Java uit
bereikt heeft. Dan weet men, dat Nederlandsch-Indië geheel iets anders
beteekent dan men, op Java georiënteerd, vermoedde. Dan eerst begrijpt
men. ho© groot en uitgestrekt, hoe ver en wijd en onafzienbaar dat rijk
van eilanden is, van duizenden eilanden, welke toch all© het gezag
hebben t© erkennen van dio Nederlandsche vlag, zooals di© daar waait van
de gezaghebberswcning op eiken feestdag. En die ook alle recht hebben op
de vervulling van verplichtingen, door d© uitoefening van zulk een gezag
ontstaan. Nederland! en Indi© hebben tot heden op den ©pos» dichter van
dit grootsch© rijk vergeefs ««wacht. Kipling heeft, behalve een
geromantiseerd imperialisme, het Engelsch© volk het begrip kunnen
scheuken van d© grootheid en d© beteekenis van hun Rijk; Jack London
bracht, met zijn, al evenzeer geromantiseerd, realisme, den Amerikanen
iets bij van d© schoonheid der zeeën en eilanden van het Oosten en den
Pacific. Deze schrijvers hebben, welke verder hun beteekenis zij, in elk
geval d© verdienste gehad van ©en begrip t© populariseeren. Zij hebben
niet duizenden, maar millioenen hunner landgenooten een glimp doen zien
van do groot© wereld»; zij heb» ben, vooral Kipling, d© menschen van het
moederland doen weten ho© uitgestrekt, ho© verscheiden, hoe groot en
wonderlijk hun rijk is, en welk oen verantwoordelijkheid dit oplegt aan
hen di© het besturen. Het is te betreuren, dat Indie niet op die wijze
be- zougen en beschreven weid. D© beteekenis van da „Plancius'»io!s is
vooral deze: dat door eigen aan» schouwing het begrip verkregen werd
hetwelk anden» alleen uit het werk van dichter» en schrijven, t»
erlangen is. En nu zon men zoo gaarne zien, dat dit begrip, deze
rijksgoda.htc, di© erkenning vau d© verantwoor» (lelijkheid eener
bestuursvoering over een 200 mate» loos groot gebied, ook uitdrukking
vond in d© woorden en daden van hen, di© dat bestuur metterdaad! hebben
to voeren.
*
Jui.t toen d© „Plandus" op d© thnis-vaart wa«, sprak voor den nieuwen
Volksraad d© landvoogd _iijn jaarix.de uit. Men vernam, ho© eindelijk d©
sluitend© begroot ing voor 1925 weer is bereikt en hoe ©r zelfs weer een
overschot is; men hoorde ho© d© regeering dc lovlilo Inlandsche bewoging
welgezind is doch illoyalc leidere met streng© straf bedreigt; men leerd©
hoe de toestand dor cultures bevredigend wordt ge» acht, hoc do
beteekenis der buitengewesten wordt erkend en hoe daar concessies grif
verleend zullen worden, zonder overdracht echter van publiekrechtelijke
bevoegdheden; men hoorde d© verzekering, dat dc onncl wijsje'egenheid
steeds vorder verruimd zal worden en dat het ambtcuai>en-«orp» het
vertrouwen van de regeering bezit.
,'at dc landvoogdelijk© redo vel© vragen onbeantwoord liet, dat zij niet
gewaagde van vol© zaken, welke dc openbare aandacht bezighouden en dat
zij het, tijdstip van de invoering der boswurshervoi'ming evenmin
aanduidde als den stand van het salarisvraag-tuk — veel van dat alles
kan men wijten aan het feit. dat dc gouverneur-generaal thans nog d©
bevoegdheden mist, hem bij do nieuwo staatsinrichting toebedacht, zoodat
men van het Haagsch© Plein meer nieuws omtrent het lot van Indië t©
wachten heeft dan van het Bataviasche Hertogspark. Mot uitzondering van
dc passage waarin d© instelling van den Volks.!».»! werd verdedigd en in
krachtig© b©» woordingen het nut en de beteekenis van dit instituut!
werd vastgesteld tegenover hen die, zoo hier al» in; Nederland, op zoo
onverwacht© wijz© critielc uitoefenen en Indië een vertegenwoordigend
lichaam willen onthouden, bevatte do redevoering weinig hoogtepunten.
Ook dat kan men wijten aan «en zeker© vermoeidheid, aan een natuurlijk
verlies aan idealisme van een landvoogd, di© zijn bewind voortnamelijk
te wijden had aan het herstel van d© financiën en die nit hoofd© daarvan,
zoo tallooze maleis het onverbiddelijk© „neen" moest spreken. Doch
hetgeen men, te scherper door do gebeurt©» nis van do „Plan.ius"-reis,
wel nood© mist©, dat wa«j de breedheid van opvatting, do grootheid van
lijn, do flinkheid van taal, welke toch de kenmerken zouden moeten zijn
eener beginselverklaring van een regeering, welke zich weet t© heersohen
over een zoo wijd en uitgestrekt domein als Insnlind©. Indië heeft, in
Nederland «oowd als binnen 6© eigen landsgrenzen, bewindvoerders gekend,
di© w©l doordrongen waren van de grootheid van hun rijk. De beteekenis
van Indië is aan het Nederlandsch© volk ook op ander© wijze uiteengezet
dan, zooals thans zoo veelvuldig geschiedt, met voorrekening van hetgeen
er aan verdiend wordt. Dio herhaald© verklaringen van do ©economisch©
beteekenis van Indië voor Nederland wekken, nuttig als zij mogen zijn,
goeddeels denzelfden indruk als landvoogdelijk© redevoeringen van het
ook dit jaar gegeven type j den indruk van een gemis.
Een gemis aan geestdrift namelijk, een tekort aan bezieling. Men zou
hier zoo gaarne den klank ver» nemen, welken men kent uit vroeger jaren
eu nit andere koloniën, getuigend van de erkenning der grootheid van de
bestuurstaak, van de zwaarte onzer verantwoordelijkheid en den omvang
onzer plichten. Juist thans zijn de bestnursproblemen zoo overtalrijk.
Juist thans wachten zoo tallooze vraagstukken oplossing, zoo velo
belangen behartiging, zoo vel© nooden leniging, De laatste jaren kenden
een wellicht noodwendigen stilstand. Wat in 1921 te doen was moet ook
thans nog gedaan worden. Thans stelt de werkelijkheid aan de
bewindvoerders een schier onoverzichtelijk complex van eischen. Lang
voorbereide maatregelen op elk gebied wachten op voltooiing en invoering.
De erkenning van dit alles zon men zoo gaarne vernemen. Het vertrouwen,
dat inderdaad d© over» heid in Nederland en in Indie dez© taak zal
kunnen volbrengen, zou er door gestaald worden, „Met d© begroeting
1925," zeide de G.-G., „is ©en tijdperk afgesloten." Men kan slechts
hopen, dat d© volks-, raad, aanstonds zijn openbare zittingen aanvangend,
blijk zal geven de eischen van het ingetreden nieuwe' tijdperk te
beseffen. |
BALI EN LOMBOK. De ontwikkeling van het toerisme
Krantentitel:
Nieuwe Rotterdamsche Courant Datum, editie:
18-12-1927, Ochtend
|
|
BALI EN LOMBOK. De ontwikkeling van het toerisme |
|
Bali een Indisch Marken ? |
lyn voor en tegen. — Vooral veel tegen. — Misdragingen van
toeristen. — Lrgeriyke ongepastheden. — Schending van beelden en
diefstal. — Bestryding van dit kwaad Is dringend noodig.
Hen vertegenwoordiger van het Soer. Hbl. is op Ball Deweest en sohrytt
nu o.a. over de ontwikkeling van et toerisme — sijn voor en tegen. Br is
veel tegen en de schr. moet constateeren dat in vele gevallen het op»
treden van toeristen „hoogst onaangename en ergeriyke historie" vormt.
„In Badoeng werd een feest gevierd waarby Ballsche dansen werden
vertoond. Het was op het erf eener woning, en het particulier karakter
der vertooning bleek du, wel zeer duidelijk.
Maar een toerist schynt nu eenmaal in dit land geen leest te kunnen zien.
of hy denkt dat het te zijner «er wordt gegeven, althans, dat hy er by
hoort. Eigenlijk niet: er by. doch er in, of vlak bovenop. Dus nam «en
Amerikaan tusschen de dansenden plaats. De controleur zond er een
oppasser op «f. die den vreemdeling met gebaren beduidde, heen te gaan.
Zonder resultaat.
Tot tenslotte de controleur er zelf op af moest en den man in het
Engelsch aansprak. Die haaide toen een brief voor den dag. waarin namens
den Landvoogd de ambtenaren werd verzocht den reiziger, waar noodig, te
helpen. Men schijnt met dit soort brieven wel een beetje te royaal te
zyn; bovendien worden zy door de houden beschouwd als een recht om zich
allerwegen in te dringen. Dus llet de controleur hem van het erf
verwijderen met de mededeeling dat hy. als hij brieven had te toonen,
dit den volgenden morgen op zyn kantoor kon" komen doen.
Er zou lijkverbranding zyn in het landschap Glanjar Voor verschillende
gasten was gezorgd voor logies, ter» wyi ook een paviljoen voor den
regent van Glanjar was ingericht. Zooals immer was het Oostersche hoofd
een uitent correct gastheer, die het zyn gasten aan niets liet ontbreken.
Een gezelschap Engelsche en Amerikaansche toeristen «ing naar het
paviljoen van den regent en eischte di an- Ken van den „native". Deze,
met het air van den grand seigneur, bleef zich volkomen beheerschen en
liet alle gewenschte dranken serveeren.
Bij een andere lijkverbranding zaten de gasten te eten. toen toevallig
aanwezige vreemde toeristen zich bij de overigen aansloten en zeiden: „wy
willen ook eten." Het ergerlijkste was wel het volgende: De resident was
aanwezig by een lijkverbranding van dijzondere beteekenis, het
gebalsemde lijk lag reeds op de katafalk — welke den vorm van een rund
heeft — toen den resident, als uiting van respect jegens den hoogsten
vertegenwoordiger van het Gezag, werd gevraagd of hy den doode nog even
wilde zien. Een moment later werd de katafalk bestormd door toeristen,
ziek van nieuwsgierigheid. Het was een tafereel, in de hoogste mate
stuitend vooral voor de aanwezige Voorname Baliers.
Het was wel duidelijk dat het zoo niet langer ging. en hy de jongste
lijkverbranding te Oboed liet de resident militairen van Badoeng
requireeren. die het terrein hebhen afgezet.
En zóó ziet men dat toeristen-wangedrag dwong tot militaire maatregelen.
In of by de tempels komt mutileering van beelden of beeldhouwwerk
herhaaldelijk voor; diefstal ls ver» «heldene malen geconstateerd. Net
bestuur werd wel verplicht de meeste tempels te doen afsluiten, zoodat
men er niet meer by kan komen zonder dat tenminste de djoeruekoentj!
toezicht kan houden. De reiziger meent, dat toeristenbureaux hier ln de
eerste plaats de schuldigen zljn. Vooral dient er tegen te worden
gewaakt dat geen toeristenbureaux of concerns welke by toenemend
personenvei". oer belang hebben, op Ball eenige leidende rol gaan spelen.
Deze zetten maar van alles op hun veelkleurige programma's: tempels, een
lustverbiyf van een Ballsch hoofd, eene oudheid. alsof dit alles d.ngen
waren. waarover zij het beschikkingsrecht hebben verkregen. althans:
welke zy in exploitatie mogen nemen. De Vesuvius. Toet-Ank-Amen en
Jeruzalem zijn van Cooks Office, en dit Is al erg genoeg. Ik kreeg hier
en daar den sterken indruk dat men in de laatste vyf of zes jaren op
Bali ln deze richting veel verder is gegaan dan door my bij vroegere
bezoeken Is waargenomen. Het bestuur is voor het tourisme inschikkelijk
genoeg; ambtenaren van het eiland zelf — ik doe! niet op het heirieger
ambtenaren van Java dat. behartiging van het landsbelang veinzend,
voortdurend op Bali neerstreekt voor inspectie, voor bespreking,
vooinformatie enz. — vinden op hun dienstreizen in de beter gelegen
passangrahans soms ternauwernood plaats, terwijl het werken hun er
veelal onmogelijk wordt gemaakt door bezoekers die van meening zyn dat 'eder
en alles voor hen moet klaar staan. Per saldo heelt de ambtenaar van het
eiland toch de meeste aanspraak op «en verbiyf ln de koelte waar hy
rustig kan werken. Ik ben er van overtuigd, dat het huldig bestuur ten
volle in staat en bereid !s den heeren exploitanten van Ball „hands off"
toe te roepen Er moet snel een einde komen aan een systeem dat
niet-Baiiërs gelegenheid biedt, uit zucht naar geldelijk voordeel
godsdienst en cultuur van dit volk te beschouwen als in hoofdzaak te
dienen tot bezienswaardigheid, tot rariteiten-kabinet, zooals by een
bezoek an.: de slagvelden in Noord-Frankryk de gids met «ijn. „big
eemetry on the left"; ..verv interesting battlefield on the rlghf. den
indruk wekt als ware eigeniyk de groote oorlog in scène gezet om
toeristenbureaux aan attracties en winst te helpen." En dlt alles klemt
te meer. nu het aantal toeristen .stijgt
In 1925 kwamen er 200. In 1926 400 en in 1927 zal de IUX» wal worden
bereikt. |
|
|
|
Bali.... een Indisch Marken?
Krantentitel:
Het Vaderland : staat- en letterkundig nieuwsblad Datum, editie:
02-05-1927, Avond
|
|
Bali.... een Indisch Marken? |
Grol gdld voor slechte waar. — Nieuw antiek! — Priesterbeeld je als
auloniascette. Het Is goed, dat sr ook eens gewezen wordt op de
demoraliseerendo werking, die een te -.Amerikaansch" opgezet toerisme op
een uit zijn afgeslotenheid gehaalde bevolking kan oefenen. Mevrouw H-Glarkson—i
Rooien, te Jogja. schrijft in bet Koloniaal Weekblad spijtige dingen
over de verwording van de Balin.e-! sche kunst, en 'de Balineesche
moraal, als gevolg van het toenemend toeristenbezoek aan het eiland: «Onder
invloed van het toeristenverkeer is'de men» taliteit van.^.eeu deel. dor,
;bWolking ; hier zeer ; zéker veranderd. Om zich te overtuigen hoe men
graag veel gold vraagt voor slechte waar, onderzoek, men maar het
slordige weefwerk, dat aan den passanggrahan to iKloougkoeng wordt te
koop geboden, door vrouwen, die daar don geheelen dag posten, om iederen
toerist op te kunnen vangen. Opmerkingsgave kan hun zeer zeker niet
ontzegd worden: hoe juist begrijpen ze wat het Engelsche en
Amerikaanscho publiek verlangt door elk oud ding als „antiek" aan te
prijzen. Een antieke kam (doek), ja, maar dan antiek geworden aan het
lichaam van een BaliVr, die «en antiek stuk ruilt voor gold, genoeg om
zich een paar nieuwe antieken aan te schallen. Een kop mét vleugels,
afgebroken van een eertijds gave, maar grof gesneden garoeda (mythologische
vogel), wordt met een geheimzinnig gebaar van iets heel kostbaars voor u
neergezet, „antiek, duur". In Kloengkoeng zag ik alleen knnstvo!
gesneden klapperdennen, en goed (afgezien van het gehalte, waarvan
bedrog ter plaatse Moeilijk te constateeren valt) zilverwerk. Wil men
echter een keuze doen, dan dient veel als foutief, met gaatjes en
soldeerplekjes, op zijde te worden gelegd, en op den gevraagden prijs
moet minstens 25- pot., soms meer worden afgedongen, waarbij men gelaten
een- stortvloed, van Mal ei woorden ' over zich heen moet laten gaan, en
niet verwonderd moet zijn, als na hardnekkig weigeren de koopwaar, als
mon reeds in de auto is, wordt nagedragen. Steeds krijgt hun zucht tot
overvragen voedsel door het leveren aan vreemdelingen, die noch de
qualiteit van de geboden waar, noch do levensstandaard van het volk
kunnen beoordeolen_ en waarmee bovendien slechts met behulp 'van do
vingers onderhandeld kan worden. Het koporwerk, in de kampong .van de
koperwerkers zelve, was zeer slordig van afwerking. Gaf een van die lui
niet van aanpassingsvermogen blijk, door een koperen priesterbeeldje te
vervaardigen, bevestigd aan den dop van een radiator, om als auto-mascotte
dionst te doqp?" De schrijfster zegt ten slotte: „Het tourlst-hverkeer.
juist op Bali. dat door zijn beperkten omvang vergeleken b.v. met Java
de nadeoligo gevolgen ervan in versterkte mats. ondervindt, is een
ernstige studie overwaard, waarbij dan tevens do voordeden, dio er
tegenover staan, eveneens nauwkeurig onderzocht dienen te worden, Do
oplossing moet gezocht worden in de richting, hoe, met behoud van het
vreemdelingenverkeer, de nadeelige gevolgen ervan, zooveel mogelijk zijn
te verkleinen. Immers, al heeft men te aanvaarden dat bij
voortschrijdende beschaving bet Volkskarakter, zich wijzigt, en do kunst
als volkskunst verdwijnt, toch eischt een goed beleid voor land en volk
dat do lae, tor, die dit proces versnelt, het teeristenvorkeer geremd
wordt, opdat men meester blijve over de ongei wilde gevolgen, welke dit
verkeer op Bali te voor. schijn roepen". Wol kan Bali niet met
prikkeldraad worden afgezet, maar men behoeft het daarom nog niet over
te geven aan do willekeur van het bui» tenlandsche publiek, om ei» op
zijn gunstigst een „tweeden Marken" van te laten maken.' |
|
|
Bali en het toerisme. Krantentitel:
Nieuwe Rotterdamsche Courant Datum, editie:
06-11-1928, Avond
|
|
Bali en het toerisme. |
|
De K. P. M.. die enkels maanden geleden het hotel te Den Pasar op Bali
van hst gouvernement overnam, heeft, naar wy in hst Soer Hbld lezen, in
de sedert behaalde resultaten aanleiding gevonden, tot oen doelmatige
uitbreiding en verbouwing over te gaan. De twee aangrenzende perseden,
ongeveer 2000 M 2. groot, werden aangekocht: binnenkort wordt met bouw
en verbouwing aangevangen. lnplaats van 16. komen sr thans 56 kamers,
een behoorlijke lobby, restaurant. sciiri il k£iin6r etc. Ten gerieve
der touristen laat de K.P.M, nu reeds de boot op de uitreis van
Soerabaja Boelelei.g (aan de Noordkust) aanloopen. zoodat eenmaal per 14
dagen een werkelijk zeer gunstige gelegenheid voor een zesdaagsen
verblijf op Bali geboden wordt. Ook zal nagegaan worden, of h? 5 aandoen
van Bah door de Australië-lijn te eeniger tijl mogehjk zal wezen. Zooals
wel te verwachten was. heeft de K.P.M, niet genoeg aan liet Bali-Hotel
te Den Pasar, om op den duur den steeds meer en meer aangroeiende»!
stroom van touristen op de meest aangename en practische wijze onder dak
te brengen. Waarschijnlijk reeds per 1 Januari a.s. zal zij de
pasanggrahan ie Kintamani vn het gouvernement in huur nemen, en wellicht
later ook die te Singaradja. Beide pasanggrahans verkeeren in zeer
goeden westand. terwijl die te Kmtamani natuurlijk door uiterste
gunstige inging tegenover het Batosr-complex en Batoer-meer de
trekpleister van eiken tourist is. Te Kintamani komt een waterleiding
zoodat dan het gebrek aan voldoend bad- sn drinkwater verholpen zal zijn. |
|
|
Het toeristenverkeer op Bali. Krantentitel:
Nieuwe Rotterdamsche Courant Datum, editie:
02-07-1929, Avond
|
|
Het toeristenverkeer op Bali. |
De toevloed van toeristen naar dit eiland neemt gestadig toe. Was in
vorige jaren de maand Mei een der kalmste maanden voor Bali. wat betreft
buitenlandsché bezoekers, ditmaal is de Mei-maand, naar uit Bali aan de
locomotief wordt geschreven, zeer druk geweest, ook in verband met het
Pacific Science Congres te Batavia. Vele buitenlandsché geleerden en
bekende persoonlijkheden. o. w. jhr. Röell en prof. v. Eerde, hebben,
alvorens het congres bij te wonen, eerst een tocht over dit eiland
gemaakt en nog meer deelnemers aan het congres werden in den loop der
maand Juni verwacht. Aan den neer Morzer Bruyns. den vertegenwoordiger
van het Tourist Office te Singaradja, moest wegens de drukke "erkNamheden
een employé worden toegevoegd. De __.P.M. heeft aan een aantal
congressisten een reisje naar Bali aangeboden. Zü zouden met een apart
schip hier arriveeren..
Aan de uitbreiding van het K.P.M.-hotel te Denpasar wordt hard gewerkt.
Men hoopte eind Juni met het eerste paviljoen, waarin tien le klas
hotelkamers, gereed te komen. De verdere uitbreiding zal op zijn vroegst
tegen het einde van dit jaar gereed zijn. De nieuwe hotelkamers worden
op de modernste wijze ingericht. Het hgt in de bedoeling om mettertijd
ook een strijkje voor het hotel te engageeren. Was vroeger Singaradja de
eenige ontschepingsplaats voor de toeristen, met de vermeerderde
diensten der K.P.M. worden thans ook te Benoa en Padangbaai bezoekers
aan land gebracht. Ja zelfs te Tjepoel en Djembrana komen toeristen met
een prauwtje over van Banjoewangi. Zoetjes aan kan gesproken worden van
een invasie van vreemdelingen en de tijd zal niet meer verre zijn. dat
ieder zich respecteerend Amerikaansch huisgezin, behalve een pofbroek,
een paar klompen uit Mar» ken en Volendam. ook een Balisch afgodsbeeldje
of eèn Bauneesche kaïn in zijn bezit heeft. |
|
|
|
Een Franschman over Bali.
Krantentitel:
De Indische courant Datum, editie:
03-12-1929, Dag
|
|
Een Franschman over Bali. |
ln L'lntransigeant schrijft Jean la Veyrie, een officier van de Jules
Michelet, zeer enthousiast over Bali, dat volgens hem een sprookjesland
is, waar wij er zorgvuldig voor gewaakt hebben, dat het inheemsche leven
met al zijn tradities en gebruiken niet werd verdrongen door het
indringen van Westersche invloeden.
Om een rijken schat toe te voegen aan hun klein maar zoo geliefd
vaderland hebben de Hollanders, moderne Argoiiauten, Insulinde zoo goed
als geheel gemonopoliseerd, en Koningin Wilhelmina, Die kan terugzien op
een roemrijk verleden van Haar volk, mag Zich nu Heerscheres over
vijftig millioen onderdanen aan gene zijde van den oceaan noemen Aan
Haar kroon, die schittert van kolonialen luister, is Java zeker het
kostbaarste kleinood van verblindenden glans, zoo dithyrambeert de heer
La Veyrie.
Oh, indien gouverneur-generaal Pasquier, de landvoogd van ons
Indo-China, en admiraal Stotz, de te vroeg ontslapen vlootvoogd, wiens
verscheiden zulk een leegte heeft achtergelaten in de Fransche marine,
indien deze twee trouwe dienaren van hun land, diein Mei j. I. aan boord
van de Jules Michelet een officieel bezoek aan Nederlandsch-Indië hebben
gebracht, de vrijheid hadden ronduit te spreken over hun indrukken,
indien zij gezamenlijk een boek hadden geschreven overal het wonderlijke
en buitengewone, dat zij hadden gezien en beleefd gedurende hun reis van
tweeduizend kilometer door Indië, dan zou ik aan den uitgever van dit
werk een overweldigend succes hebben voorspeld.
Maar zulke persoonlijkheden zijn, zooals men begrijpt, aan eenige
reserve gebonden, en het eenige, wat ik van hun onmiddellijke omgeving
heb kunnen loskrijgen, toen ik sprak over mijn impressies van zonnig
Indië, was de overigens weinig compromitteerende confidentie, dat het
lakensche groot-uniform en de geveerde steek in de tropen niel erg
aangenaam te dragen zijn.
Omdat de hopge Indische ambtenaren zich bij voorkeur in gala steken,
konden de twee Fransche vertegenwoordigers heel moeilijk een andere
vestimentaire gedragslijn volgen. De hierdoor veroorzaakte overmatige
ontwikkeling van calorieën heeft heel veel Franschen tijdens dit bezoek
doen lijden.
Wat betreft de beweegredenen, waarom jhr. De Graeff, de
gouverneur-generaal van Nederlandsch-Indië, zulk een decoratieve kleedij
aan, zijn ondergeschikten verplichtend heeft voorgeschreven voor de
ontvangst van den heer Pasquier, moet men niet denken, dat dit enkel
geschied. zou zijn, zooals sommige humoristisch aangelegde Franschen
hebben beweerd, om te bewijzen, dat een Hollander, in welk klimaat hij
zich ook bevindt, zijn koelbloedigheid nimmer verliest. Zijne
Excellentie moet hiervoor wel zijn bijzondere redenen hebben gehad,
omdat zij niets lichtvaardig doet. De heer De Graeff geniet daarginder
van een zeer sterk prestige: hij is een groot Nederlander met hooge
moreele beginselen.
Maar laten wij terugkomen op Insulinde. Bezoekt Java niet, Java met zijn
honderd werkende of gedoofde vulkanen, •net zijn ten doode opgeschreven
restje van oerwouden, dat aan het verdwijnen is als gevolg van het
dagelijksch offensief der planters, wanneer gij geen gelegenheid hebt om,
verzadigd van koloniale wonderen, kennis te maken met Bali, het
nabijgelegen geheimzinnige eiland, waartoe a"e nieuwsgierigen zich
voelen aangetrokken, dit einddoel van aller verlangens Gij hebt slechts
een nauwen zeearm, zooiets als de Bosphorus, over te steken, en ge zijt
er. En deze scheid'ig door de zee, waar zich de vliegende v'sschen
vermeien, beteekent liet einde van de wereld.
Want hier houdt het Westen op, hier is de grens, waar, tegenover
primitieve zeden en gewoonten, de beginselen en decreten, welke elders
de grondslag zijn voor het bestuur van den archipel, van geen geldigheid
meer zijn. In vergelijking met Java, een onmetelijken tuin, overbevolkt
en gemoderniseerd, is Bali, dat kleine stukje aarde, eigenlijk van
weinig beteekenis. Maar • wij treffen er, dank zij de delicaatste
overwegingen, die ooit den geest van veroveraars Hebben beziggehouden,
namelijk zelf hun voortdringen te stuiten terwille van een ideaal, een
elementaire en bekoorlijke beschaving aan, welke elders verdwenen is.
Omdat zij reeds veel, te veel, te veel eilanden zelfs, in den
hidonesischen archipel bezaten, kwamen de Hollanders op het denkbeeld
één dezer aan hun oorspronkelijke bezitters terug te geven (!!!)
Daarom hebben zij op Bali, en slechts pour la fonne, drie Europeesche
bestuursambtenaren gehandhaafd. Zij laten den toeristen er ook niet toe
dan onder conditie van een verblijf van korten tijd, gedurende welken
dezen zich uitsluitend in het hotel van Singaradja mogen ophouden (het'
staat er letterlijk : ils n'y ont accepté les touristes que sous la
condition d' vn séjour litnité et au seul hotel de Singaradja).
Het Nederlandsche bestuur heeft bovendien uit deferentie voor de
overgebleven tradities den missionarissen verzocht hun werkzaamheid
elders uit te oefenen : zij hebben hiertoe ruimschoots gelegenheid in
andere streken vaji Insulinde. Hetgeen gemaakt heeft, dat Bali, op last
'van hoogerhand, is geworden een onaantastbaar en prestigieus gebied van
behoud van het eerbiedwaardige historische, de getuige van het verleden,
dien men niet heeft trachten om te koopen, de weerspiegeling van het
antieke en waarachtige. Dat is zeker iets zeldzaams.
Bali ? Het eiland als een wachter, domineerende een vulkaan, en aan den
voet van dien vulkaan een meer, een vochtige kroon der vlakte, welke het
tropische zonnelicht in gloeiende glanzen zet. Vanaf dit meer verloopen
de dalen stersgewijze. In elk dezer dalen twintig a honderd dorpen,
verscholen onder den mantel van het woud.
Het geluk heerscht er. Dit zachte volk heeft voldoende aan rijst, le
père de la race, die door de mannen geoogst en door de vrouwen gekookt
wordt.
Voor het overige brengt men den dag door met zingen en dansen, zonder
nochtans de traditioneele riten te verwaarloozen, waardoor men de
heilige dieren zou kunnen ontstemmen. Onder den zegenenden hemel van dit
eiland kent men geen andere beslommering dan die van den dood, den
universeelen leider van het menschelijk bestaan. En wanneer de dood is
gekomen, wordt het stoffelijk overschot van den overledene in een
buffelhuid genaaid, opdat het er zich op zijn gemak kan gevoelen—touchante
intention.
Een eenvoudig leven zonder wreedheid en zonder complicaties. Men gaat er
in volle naaktheid, zonder reclame en zonder bijgedachte. Men beleeft er
in een gouden tijd een eenvoudige gelukzaligheid onder de discrete
bescherming van een goeden meester.
Gelukzaligheid ? Waarlijk ? Zoo dwaas is de onverbiddelijke wet onzer
Westersche samenleving, die ons gebukt doet gaan onder, allerlei zorgen,
ons geld en onze telefoons, dat wij, weder op Java teruggekeerd, het
gevoel hebben alsof wij uit een droom zijn ontwaakt.
Tot zooverre de beschouwingen van den zeeofficier-prozaïst La Veyrie.
Wij willen geen onvriendelijke opmerkingen maken over dezen Franschman,
die zooveel goeds weet te zeggen van Indië en het Hollandsche bestuur,
maar wij achten het niet zoo heel onwaarschijnlijk, dat hij inderdaad op
Bali zwaar gedroomd heeft. Aan een Fransch marine-officier, die
misschien nooit van te voren van Bali gehoord en er slechts enkele dagen
vertoefd heeft, is veel te vergeven, vooral als hij dichterlijke
neigingen bezit.... |
|
|
|
 |
|
|
CHARLIE CHAPLIN AMUSEERT ZICH En blijft nog vat op Bali
Krantentitel:
De Sumatra post Datum, editie:
08-04-1932, Dag
|
|
CHARLIE CHAPLIN AMUSEERT ZICH En blijft nog wat op Bali |
|
Singaradja 8 April (Aneta). CharlieChaplin die thans in het Bali Hotel
te den Pasar verblijft, is dermate enthousiast over Bali, vooral over de
Balische dansen en de muziek, dat hij besloten is zijn verdere
reisplannen te wijzigen. Het vertrek van Bali naar Soerabaja, dat op 10
April zou plaats hebben is nu tot 17 April uitgesteld. Charlie heeft
eenige van zijn films besteld en is voornemens de volgende week op de
aloon te den Pasar voorstellingen voor de Balische bevolking te geven. |
|
|
GEZELSCHAPSREIS OVER SUMATRA, JAVA EN BALI. Krantentitel:
De Sumatra post Datum, editie:
18-04-1932, Dag
|
|
GEZELSCHAPSREIS OVER SUMATRA, JAVA EN BALI. |
|
Het Reisbureau Lissone-Lindeman, dat de laatste jaren op zoo actieve en
succesvolle wijze het tourisme in deze landen bevordert, heeft de
gelukkige gedachte gehad een gezelschapsreis naar en door lndiö te
organiseeren. 25 April a.s. zal een zestal dames en heeren met het m.s.
„Marnix vanSt. Aldegonde" te Belawan aankomen. Het aantal deelnemers was
van stonde af aan tot 12 beperkt, doch de economische toestand heeft een
ongewild grootere beperking in de deelname opgelegd. Dientengevolge is
aan gegadigden in Indië de gelegenheid open gesteld zich bij dit
reisgezelschap, bij zijn aankomst in Indië, aan te sluiten. Voor degenen,
die de tocht "Dwars door Sumatra" reeds gemaakt hebben of om andere
redenen er de voorkeur aan geven alleen Java en Bali te bereizen, is het
mogelijk zich pas te Batavia bij het gezelschap te voegen. De geheele
reis geschiedt fa comfortabele luxe auto's en, voor zoover per boot, in
de eerste klasse. In de reissora is alles begrepen: niet alleen
bootpassages, auto's en logiezen en maaltijden in de beste hotels, doch
ook een Nederlandsche gids, fooien, koelieloonen, entreegelden, e.d.
Alleen de dranken zijn niet inbegrepen. De route—onvermeld latend de
vele zijdeliDgsche uitstapjes en bezienswaardighede — is als volgt:
Medan — BrastagJ — Parapat —(Samosir) —Bonan Dolok — Kota Nopan — Fort
de Koek —Padang — per K. P. M. naar Batavia — Buitenzorg— Soekaboemi —
Wijnkoopsbaai — Bandoeng — Garoet — Wohosobo — Djokja — Solo — Poedjon —
Malang — Nongkodjadjar — Tosari — Soerabaya — per K. P. M. naar
Boeleleng (Bali) — 10 Daagschetour op Bali — Boeleleng — per K. P. M.
naar Soerabaya — per K. P. M. via Semarang naar Batavia — RL. (m. s.
Indrapoeïa) naar Belawan. Aankomst te Belawan 18 Juni. Voor verdere
bijzonderheden zie men de advertentie in ons blad van hedenterwijlalle
inlichtingen en reisprospecti bij de Stoomvaart Maatschappij „Nederland"
te Medan verkrijgbaar zijn.- |
|
|
DOUGLAS FAIRBANKS Van Bali terug Krantentitel:
De Sumatra post Datum, editie:
25-11-1932, Dag
|
|
DOUGLAS FAIRBANKS Van Bali terug |
|
De populaire Douglas Fairbanks is weder te Soerabaia aangekomen met de
Melchior Treub, aldus de Ind. Cit. Hij heeft een oogenblik op Bali
vertoefd en evenals Charlie Chaplin, dien wij ook biiv nen onze veste
hebben gezien, was hij niet uitgepraat over de schoonheid van dit eiland,
dat hij een wondertuin noemde. Fairbanks is een eenvoudig man, hy'meent
wat hij zegt en het kwam hem uit het hart. Wat hem trof, was het
ongekunstelde, het nog echte en onbedorvene, dat Bali onderscheidt van
vele exotische „toeristen-eilanden." Not a fair, but natare! Bij zijn
aankomst werd de filmheld, verwelkomd door Vincent Wee, als
vertegenwoordiger van de United Artists films, en den heer Cohen,
directeur van het Luxor. Het Luxortheater werd bezocht en Doug
complimenteerde den heer The met zijn mooi theater. Hij bekende niet te
hebben verwacht, dat Java zooveel en zulke mooie bioscopen had. Dat te
zyner eere heden en morgen in Luxor de vertooning van Reaching for the
Moon wordt gegeven, vond hij (en terecht) een aardige attentie. In deze
film toch vervult hij de hoofdrol. Lachend zei hij; „De menschen, die
mij hebben gemist, kunnen me dan toch nog zien." Inderdaad. Douglas
Fairbanks' is hier niet anders dan op het beste zilveren doek in het
schoonste theater der wereld. Dat is het verwonderlijke van de tilm, dat
het kleinste stadje gelijk wordt aan een metropool, in het licht van de
projectie-lenzen. Dat moest Douglas Fairbanks toegeven aan den heer
Cohen, die, zooals men weet, zelf in Hollywood heeft gewerkt. „Ik kom
terug met Mary", sprak hy eenvoudig. „Bali moet zij ook zien, dat is een
wereldreis waard." Wij weten zeker, dat hij het doen zal ook. |
|
|
|
 |
|
|
|
ARCHIPEL NAAR HET „ISLE OF
PARADISE". Rage voor Bali voorspeld. Krantentitel:
De Sumatra post Datum, editie:
06-09-1932, Dag |
|
ARCHIPEL NAAR HET „ISLE OF
PARADISE". Rage voor Bali voorspeld. |
De correspondent te New-York van het Hbld." schrijft: De
dagelijksche medewerker van de „Evening Post". Karl K. Kitchen,
heeft een rage voorßali voorspeld van deuzelfden omvang als er
voor Hawaii is geweest. Waarin hij wel gelijk kon hebben, indien
de huidige teekenen ons niet bedriegen. Het Amerikaansche
menschdom schijnt alsmaar op zoek te zijn naar een plek op deze
aarde, waar nog een ideale toestand heerscht en nog een
onveranderd paradijs bestaat. Men meende eerst, dat op Hawaii
gevonden te hebben, op andere eilanden in Stillen Oceaan, zoodat
binnen enkele jaren wolkenkrabbers aan Waikiki Beach verrezen
als hotels voor den eindeloozen stroom toeristen.
Hula-hula, de ukulele, sentimenteele songs geraakten en vogue,
surf board" werd nagedaan achter motorbooten en al is de
populariteit wat verminderd, toch worden de eilanden
stelselmatig en natuurlijk geheel onbewust ont-paradijsd. Is
Bali op denzelfden weg'? Ik hoop dat ons Indische gouvernement
het niet zoover zal laten komen, maar dat de Amerikaansche
nieuwsgierigheid naar Bali stijgend is, kan niet worden ontkend.
Er is maar eene verklaring voor dit phenomeen te geven en wel de
opvallende en goed doorgevoerde reclame-campagne over het eiland
door het New-Yorksche kantoor van de K. P. M., die nu een jaar
of vier, vijf aan den gang is „Why don't you include Bali?" En
het stereotype antwoord was: „Where the devil lies Bali?"
Tegenwoordig komen er aanvragen voor Eassage „to Bali" en geen
enkele wereldruistocht is compleet zonder een bezoek aan het
toovereiland.
Veel tot deze bekendheid hebben ook bijgedragen de film van
André Roosevelt en Hickman Powell's boek „The Lost Paradise",
benevens de opgetogen verhalen van de velen die er geweest zijn.
Onder de laatsten behoort een groot deel der Amerikaansche
monde, lieden als Gould Whitney. Van Rensselaer, Paul Cravat,
Porter d.d. terwijl ook kunstenaars als Zimbalist, Seidel,
Stokofsky Godotski, Heifetz Schelling en Ruth St., Denis er
vertoefden. Dat Charlie Chaplin er eenige weken bleef in plaats
van de beraamde paar dagen, is ook genoegzaam bekend geworden.
De nieuwste propagandistische aanwinst voor Bali is een superbe
film opgenomen door Charles Trego en vertoond op een
liefdadigheidsvoorstelling in het Vanderbilt Theater onder
patronage van een aantal societyleden.
Het was de slotavond van een Ballneesche tentoonstelling in het
Waldorf Astoria, waarvoor schilderijen en kunstvoorwerpen door
de K.P.M, in bruikleen waren afgestaan, welke laatste zich ook
in een groot succes mocht verheugen. De film werd door pers en
publiek met groote instemming ontvangen en een der critici merkt
met verlangen op: „All thelovely, lazy life of the „Isle of
Paradise" is unfolded in a marmer to make you curious about the
steamer fore to Bali". Er wordt letterlijk eiken dag naar
geinformeerd en ofschoon het heel moeilijk is, om juist te
schatten, hoeveel Amerikanen het laatste jaar op Bali zyn
geweest en hoeveel geld zij er inbrachten, toch kan men een
voortdurende toeneming constateeren. De film van Trego is, wat
wij zouden willen noemden, een typische reisfilm. Er ligt geen
verhaal aan ten grondslag als in de Roosevelt rolprent, maar het
is een dag uit het leven op Bali, een beetje overladen met
bijzonderheden als dansen en een lijkverbranding. Trego, die
alleen werkte, zag kans om alle beelden zonder pose opgenomen te
krijgen, het schijnt zelfs of de menseben zich niet eens bewust
waren voor de lens te staan. Het gevolg daarvan is geweest een
zeer zuivere indruk van het leven op Bali, als propaganda voor
een bezoek aan het eiland van groote waarde. Het staat nog niet
precies vast wat er met de film zal gebeuren, maar het is te
hopen,, dat ze in de groote theatercirculatie komt, zoodat de
massa ermede kennis zal kunnen maken.
Niet dat er een volksverhuizing van toeristen naar Bali en Ned.-Indië
het gevolg ervan zal zijn, maar het is weer een klein, hoewel
broodnoodig stuk propaganda voor onze Oost.
Rest mij nog mede te deelen, dat het een „sound film" is, waarop
veel gesproken wordt, waarvan de bezoeker zich later niets meer
herinnert en die verder is voorzien van muzikale begeleiding,
deels Westersch orkest, deels met authentieke gamelan-rauziek.
Misschien was het een gevaarlijk experiment geweest voor
Westersche door Jazz gedegenereerde ooren, maar waarom niet
desnoods alleen zuivere gamelan-muziek van het begin tot het
eind? |
| |
PORNOGRAFICA
BALICA „Le Rire" op Bali. Krantentitel:
De Sumatra post
Datum, editie:
09-09-1932, Dag
|
| PORNOGRAFICA
BALICA „Le Rire" op Bali. |
De sanging en oenagi, de schilders en beeldhouwers van Bali,
hebben door de eeuwen heen ccn—volgens onze Westersch-
Europeesche op vattingen—zeer ruim begrip gehad van wat wel en
wat niet betamelijk is, wat zich wel en wat zich niet leent tot
uitbeelding met beitel en penseel, schrijft de Balische
correspondent van de Ind. "Crt.
Onze goed-burgerlijke inzichten doen ons vaak onthutst, doch
steeds raet zekeren schroom, opzien naar die al te levendige, al
te intieme scènes, die de menigvuldige kunstenaars van het
kleine Eiland der Vele Goden, ter afwisseling van hun ernstige
werk, uitbeelden. Op linnen, op tempelwanden, waar men
voornamelijk voorstellingen uit Goden- en Sagenwereld aantreft,
waar men de koele onbewogenheid en vorstelijke allure van de
heldenfiguren uit Raraayana en Mahabharata bewonderen kan, daar
ziet men somwijlen ook onthullingen van boudoirgeheimenissen en
liefdesavonturen, die stellig voor Bocaccio's op-den-man-af—en
op-de vrouw-af!—geteekende verhalen niet onderdoen.
Laat me er echter onmiddellijk den nadruk op leggen, dat deze
voor ons soraietwat ontstellende plastieken schilderins gen,
uitzondering, bijzaak, toegift zijn; nimmer hoofdzaak. Het zijn
als het ware de ironische tegenhangers, de realistische
keerzijden van den ernst en de vergeven heid van de Balische
kunst als geheel, eene kunst, die in wezen sterk dramatisch
demonisch, hooggestemd en vau nobele spanning is. De adel, de
kracht en de reinheid van het voornaamste werk der Balische
artisten komen er eens te meer door tot hun recht. Slechts
rauggenzifters en kwezels kunnen dit anders zien.
Het zou hoogst onrechtvaardig zijn, ora bijvoorbeeld
Shakespeare's dramatische scheppingen te veroordeelen wijl — ter
onderbreking van een al te sterke spanning — daarin tooneelen en
samenspraken voorkomen, die, op zich zelf beschouwd, de grenzen
van hetgeen wij betamelijk en oorbaar achten, overschrijden.
Niemand zal de onnavolgbare Grieksche beeldhouwkunst haar
beteekenis en grootte ontzeggen, op grond van bepaalde
voorstellingen, die wy thans niet dadelijk boven onze huisdeur
zouden laten inmetselen. Noch zal men er een Rembrandt minder om
achten, wijl enkelez\jner etsen en schilderijen zoodanige
tafercelen te zien geven, dat wij ze stellig niet uitkienen zou
den ter versiering van onze ontvangkamer.
Bovendien — en dit is eigenlijk het allervoornaamste — zal men
moeten bedenken, dat de oer-oude polynesische opvattingen, (animistisch)
begrippen en overtuigingen van de onze aanmerkelijk verschillen
en dat onnoemelijk veel van die oude opvattingen in het Balische
„Hindoeïsme" zijn overgegaan. We moeten daarmede vrede hebben.
We moeten bewonderen, wanneer het werk ons daartoe dwingt en
.... ons oog maar uitrukken, wanneer dit ons hindert!
Nu wil het geval —en hier begint eerst de geschiedenis, die ik u
hoop te mogen vertellen —nu wil het geval, dat Bali in zekeren
zin aan de touristen is prijsgegeven. Prijsgegeven is wellicht
wat zwak ge zegd. De wegen, die deze touristen gaan, ziju
uitstekend verzorgd en geaphalteerd. De bevolking wordt op
bepaalde plaatsen en op gezette tijden opgetrommeld — zij het
ook op tijden dat het niet voor haar pastl — om vertooningen
voor deze touris ten te geven, welke, gezien de offeranden
daarbij gebracht, een geheiligd karakter dragen. Met medeweten
en onder goedkeuring van net bestuur werd niet lang geleden
zelfs een heilig jaarfeest — het Menyepi, het reinigingsfeest
der desa — verzet opdat de touristen toch maar daarvan zouden
profiteeren Etc. etc. De bestuursambtenaren, die hieraan hun ne
„medewerking" verleenen, weten stellig wel hoe vér zij gaan
kunnen. Ongetwijfeld beseffen zij bereids te ver gegaan te 'zijn!
Doch dit is een andere geschiedenis.
De touristen. Onder hen zijn vogels van diverse pluimage. De
besten onder hen komen wel raet het doel kennis te maken met de
rijke en levende cultuur van het merkwaardige eiland; zy plegen
verrijkt en nadenkend huiswaarts te keeren. Het zijn onder de
touristen de ontvankelijken, de weetgieiigen en leergierigen,
misschien zelfs soms wel de wijsgeerigen. Een andere categorie —
de meest algemeene — pleegt zich aan één stuk te vergapen. Men
herkent hen aan een eenigszins stupiden en beaten glimlach. Zij
vinden, zonder onderscheid, alles verrukkelijk, merveilleux,
interesting — al naar gelang. Zij zijn volslagen ongevaarlijk.
Gevaarlijk zijn die touristen, die belust zijn op sensatie, op
prikkeling. Het is een kleine categorie, doch zoo klein is zij
niet, of zij gaf teekenaars opdracht ora nu eens speciaal
scabreuze voorstellingen te maken. Zij zagen daarin iets, deze
touristen. Zij vonden die voorstellingen amusant, als de
„Petit Parisien", ja nog amusanter en gedurfder. Zij behooren
tot die groep onzer medemensehen, die gnuiven bij het
aanschouwen van onbetamelijke dingen; die in het Louvre en in
het Vaticaan museum onmiddellijk naar bepaalde hoekjes hollen,
die zich in het Museo Nazionale te Napels onmiddellijk meester
maken van de sleutel der „Geheime Kamer". Het zijn deze heden,
die de pornografie als industrie in het leven geroepen hebben.
En—hun aard getrouw — deden zij dat ook prompt op Bali. Toen nu
echter enkele Balische teekenaars zagen wat soort werk het was,
dat door deze lieden zoo bij voorkeur Jgezocht werd toen was
meteen deze industrie geschapen. Een nieuwe industrie. En een
lucratieve.
Doch eene industrie geschapen door en vcor touristen van dit
slag. Men houde dit wel in het oog. Nimmer iseenßaliër zelf op
dit denkbeeld gekomen. Nimmer zou hij zonder deze touristen, op
zulk een denkbeeld gekomen zijn. En voor de hotels van Bali
hadden nu de koopvrouwtjes een nieuw glansrn'k artikel.
Pornografica Balica. En de touristen zochten snuffelden, snoven
gnuifden en giechelden Het artikel was gewild En wat vraagt een
koopman meer? Ook al begrijpt hij niet waarom die groote blanke
menschen die met zulk een gezag bekleed zijn en zulk een
overwicht op hen nebben waarom die nu zoo in het bizonder verzot
zijn op dit artikel ja daarvoor veel schoons en goed minachtend
Voorbij zien Op een goeden — of kwaden — dag echter ziet een
inwoonster van Badoeng een dier bedenkelijke prenten en schrikt
zich dood. In ieder geval half dood. Zij rent er mee naar de
Hoogere Machten en beweegt hemel en aarde om aan dit schandaal
een eind te maken.
Dat zullen we doen, zeggen de Hoogere Machten.
Dat doen we zoo. We nemen voor de hotels alles in beslag wat we
van deze „kunstproducten" vinden kunnen, we arresteeren de
verkoopsters. En dan gaan we naar de desa's waar ze gemaakt
worden, om ook daar direct opvoedend te werken.
Men ziet het: de touristen gingen vrij uit. Een politieman, iv
burger, betreedt de desa en vertelt, dat hij zulke aardige
prenten voor een hotel gekocht heeft, maar dat ze hem te duur
waren, en dat hij wel meent ze hier, in de desa zelf, goedkooper
te kunnen krijgen, en wie die prenten dan wel maakt?
Bereidwillig, o, heel bereidwillig was men tegenover dezen
afgezant van de Hoogere Machten in Badoeng.
Men toonde hem wat er heel of half gereed was. En toen werd ook
hier alles in beslag genomen en volgden de arrestaties.
Zoo doen we dat. Men ziet het, het is alles heel eenvoudig
provocatiewerk. Het begint raet de touristen. En het eindigt met
de politie.
Of neen, het eindigt nog niet met de politie.
Het eindigt met een deftige zitting van de Balische rechtbank,
den Raad van Kerta, in het befaamde gebouwtje, de Kerta Ghosa,
te Kloengkoeng. Daar zaten de „schuldigen", de vijftien
koopvrouwtjes en teekenaars. En zij hoorden zich eenpariglijk
veroordeelen tot vijf dagen gevangenis, of vijf gulden boete.
Voor zoover mij bekend is, konden of wilden slechts twee hunner
de boete betalen. De overigen gingen het gevang in. Op de vraag,
aan een dezer vrouwtjes gesteld, of zij den Hoogen Heeren
vertelde, dat zij te voren geen enkele waarschuwing terzake van
bestuur of politie ontvangen had, antwoordde zij:
,Dien Hoogen Heeren iets zéggen ?! Wie zou dat durven? En
bovendien wat zou het baten?"
Maar wat wil men? Buiten het fameuze gebouwtje — dat een
zoldering heeft met teekeningen, waarop.... neen, laat ik liever
niemand doen blozen — buiten het gebouwtje stonden de touristen.
En zij vonden deze „typische rechtszitting" buitengemeen
„interesting". Dat was zij ook, werkelijk dat was zij. En zij
maakten er foto's van. Nieuwe reclame voor Bali!
Maar nu in gemoede. Wanneer het bestuur meent reden te hebben om
datgene wat krom is recht te maken, lag het dan niet veel eer op
deszelfs weg ora de bevolking voor te lichten, te waarschu wen,
desnoods te bedreigen, dan ongeletterde koopvrouwtjes onbegrepen
straffen te geven voor een schuld, die uitsluitend anderen
toekomt? |
| |
|
 |
| |
|
DE DOLLAR WAS GEEN
CENT WAARD OP BALI. Krantentitel:
Limburger koerier : provinciaal dagblad Datum, editie:
02-05-1933, Dag
|
|
DE DOLLAR WAS GEEN
CENT WAARD OP BALI. |
Een medewerker op Bali schrijft aan de „Ind Courant":
Niet zonder een glimlach lazen we hier op Bali de
wederwaardigheden van de touristen van de Stella Poiaris in
Soerabaia. We moesten constateeren, dat ze het in de
krokodillenstad beter gehad hebben dan op het godeneiland. De
Stella Polaris kwam hier aan juist op den dag, dat voor het
eerst de dollar unquoted was en hoewel men de zaak tamelijk
laconiek en vaak van den humoristischen kant opvatte, leidde een
en ander toch tot onaangenaamheden. Er was een dame. die een
dikke 70.000 dollar in handen had, doch die niet eens voor twee
cent katjang goreng kon koopen: niemand wilde een dollar
wisselen. De „Bank" in Den Pasar, doen bons werden niet
geaccepteerd en men dorstte in het gezicht van de Bar! Dat bleef
zoo- Geen lafenis voor de arme rijken! De groote autotochten,
die voor den tweeden dag op 't programma stonden werden afgelast.
Kortom, voor touristen beteekende dit deel van hun tocht
ontbering, ergernis, honger en dorst, terwijl het voor Bali,
voor de bars, de koopvrouwtjes met Balische snuisterijen en de
autoverhuurderrjeih zeer bepaaldelijk op eenige duizenden
verlies uitliep. „Denk eens aan" zei een der touristen, „wij
komen uit het rijkste land van de wereld en we kunnen hier voor
ons goede geld niet eens een doosje lucifers krijgen!" „Niet erg
snugger van de Bank. men had ons daai* toch gerust brjvoorbeelde
f 1.50 voor onze dollars kunnen bieden, hetgeen we gaarne
geaccepteerd hadden. Dan had de Bank aardige zaken gemaakt, wij
waren in staat geweest om het eiland te bewonderen en... Bali
had ook zaken gemaakt. Niet bepaald snugger?" Not to be quoted —
zoo luidden echter alle officieele telegrammen dien dag en het
beteekende. dat de dollar op Bali geen cent waard was. Half op
den dag werden echter althans de Balische koopvrouwtjes wijs:zij
verkochten han bullen en rekenden den dollar om op f I.—. En zoo
waren er op Bali ten leste toch nog ettelijken, die met
onmiskenbaar financieel inzicht van den dollarncod gebruik
maakten. Er-is al eens meer beweerd, dat een Balische vrouw
duizend man te erg is! Overigens was het voor de Stella Polaris-menschen
geen paradijs op Bali en zij zullen niet in alle opzichten
aangename herinneringen aan het eiland mee naar huis nemen. |
| |
|
Mrs. Corrigan.
VERLENGD VERBLIJF OP BALI ROYALE BEZOEKSTER. Krantentitel:
De Sumatra post Datum, editie:
20-03-1934, Dag
|
|
Mrs. Corrigan.
VERLENGD VERBLIJF OP BALI ROYALE BEZOEKSTER. |
De correspondent op Bali van de „Ind. Court." schrijft: Mrs.
Corrigan „and her party" blijven nog een dag of vier op Bali.
Eerst Zondag i zal luchtpiloot Scholte de wereldreizigers naar
Singapore voeren. Wanneer de charme van dit kleine, wonderlijke
eiland j niet al te sterk blijkt en het oponthoud hier i nog
langer gerekt wordt.
Mrs. Corrigan verklaarde uw correspondent, dat zij meende,
nauwelijks den moed te zullen vinden, a.s. Zondag in het
vliegtuig te stappen; het land en de kunstzinnige bevolking
hadden zulk een indruk op haar gemaakt, dat zij er bijna toe zou
kunnen besluiten, hier te gaan wonen !
Bali zou zeer zeker gesteld zijn op zulk een royale bezoekster.
Op werkelijk vorstelijke wijze bedacht zij velen, personen en
instellingen. Vereenigingen, die dansen, concerten,
theatervertooningen etc. voor haar ten beste gaven, ontvingen
rij- i kelijfce belooning, doch tevens schonk zij in natura en
in geld giften aan het Bali- j Museum te Bandoeng, fraaie
stukken I Balisch handwerk aan het Cleveland- j Museum, hetgeen
wederom bijdragen kan tot den roem van Ned.-Indië in het J
buitenland. j
Voorts gaf zij steun aan het hospitaal tj e van een
Amerikaansche dame, die zich hier vestigde, benevens een gift
voor de melaatschen van het eiland. Ten slotte zij nog vermeld,
dat zij fraaie Balische costuums schonk ten behoeve van
verschillende dansvereenigingen.
Tijgers werden er niet gejaagd. Waarschijnlijk kwam dit bericht
in de wereld, doordat de vicomte De la Rochefoucauld en de
raarquia De Talleyrand de Périgord het voornemen hadden daartoe,
doch daarvan werden weerhouden door het feit, dat de tijd te
kort was en hun veel van het schoons, dat er te zien viel, zou
ontgaan, wanneer zij er vele dagen voor namen om in Bali's
rimboe op grof wild te gaan jagen. Wel werden er door mrs.
Corrigan in Afrika tijgerjachten georganiseerd. Het is overigens
een ruime wijze van reizen, welke dit gezelschap zich
veroorloven kan. Gedurende vijf weken een schip charteren a
raison van f 1.000 per dag, dat doen we niet allemaal zoo direct
na.
Twee dagen geleden ging per vliegtuig de marquis De Talleyrand
„even" naar Batavia heen en weer om, ja, misschien cm sigaretten
van een bepaald merk te koopen, die op Bali niet te krijgen
waren. Het zal wel iets belangrijkers geweest zijn, dat het voor
een pakje sigaretten ook gebeurd ware!
Doch deze luxe ie het eenige, wat deze kleine groep touristen
onderscheidt van andere reizende stervelingen. Met name mrs.
Corrigan is een innemende, intelligente vrouw, die per saldo
waarschijnlijk meer zorgen zal hebben over haar enorm vermogen,
dar» genoegen. Het mag vermeld zijn, dat zij persoonlijk al hare
zaken regelt, hetgeen wel een bewys is van bizondere kwaliteiten.
Zondag gaat de reis via Soerabaia, waar benzine ingenomen wordt,
rechtstreeks door naar Singapore. Dan staan Bangkok, Angkor en
enkele andereplaatsen nog op het program, waarna de terugreis
naar Europa aanvaard wordt.
Van deze gelegenheid zij ten slotte nog gebruik gemaakt om te
vermelden, dat het vliegveld Zuid Bali thans in zoo danigen
staat gebracht is, dat bet zwaarste toestel er landen kan. Er is
met man en macht aan gewerkt; een verharde startbaan werd
aangelegd en het is thans een veld geworden, dat aan zeer hooge
eisenen voldoet.
Dat Koppen eenige weken geleden moeilijkheden had, was, naar we
thans ver nemen, voornamelijk te wijten aan het feit, dat hij
een slecht uitgebalanceerd toestel had, een omgebouwd toestel,
dat een tikje topzwaar, of liever kopzwaar, was. |
| 16-4-34 |
 |
| |
Hondsnverdelging
op Bali. Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
06-04-1934, Dag
|
| Hondsverdelging op
Bali. |
Door En gel sch e n Veearts. Onder patronage van den
Prins van Wales is de P. U.S.A. bezig, opruiming te houden onder
Bali's honden en zieke die ren.te behandelen. Wat is de P. D.S.A.?
„The People's Dispensaiy for S'ck Aoi mals of the Pooi" — zoo
heet de instelling, die over de geheele wereld verbetering
tracht te brengen iv het lot van onze viervoetige vrienden,
aldus de Bilische corr. van de Ind. Crt. Zij doet dit door
middel van het dooden vau ondervoede dieren en door behandeling,
volgens deskundige opvatting, van zieke dieren. Niet alleen
honden.
Het is geen kleine beweging, deze P. D. S.A.. Stichtster en hon.
voorzitster is mrs. Diekin, O. B. E , de ziel dezer organisatie
van dierenvrienden ; hon. penningmeester is Sir Ralph Paget;
onder de „Distinguished Patrons" zyn vele vorstelijke hooglieden,
markiezen, graven, baronnen, admi raals, aartsbisschoppen,
bisschoppen, kortom een keur der hoogsten in het oude Engeland.
Eo —er zit een kapitaal achter, geweldig ! Er worden geen halve
maatregelen genomen. Dr. Cronin, de Engelsche veearts, die thans
óp Bali door deze organisatie is te werk gesteld, behandeJde in
vier maanden tijds ruim 4 000 honden en doodde er, door middel
van een nimmer falende buks, tegen de 14,000. Zyn record is
940opééo dag.
Dr. Cronin rydt op Bali rond in een speciaal voor het doel te
Soerabaia vervaardigde ziekenauto, vol flesschen met ge
neesmiddelen, verbandstoffen, asphyxiatie toestellen,
operatie-tafel, kortom een klein, rydend polikliniekje, dat er
wezen mag wat betreft zindeiykheid en algemeene inrichting.
Zuid-Bali heeft thans zn beurt gehad; voor eenige dagen vertiok
de auto naar het Noorden, waarna het Oosten aan de beurt is.
Het is merkwaardig, dat de milddadige Britsche vereeniging de
honden van Bali zoo lang heeft kunnen vergeten. Was het geblaf
en gejank en gehuil dan in Londen niet te hooren ?
Uit Amerikaansche steden werden sedert lang zeer positieve
berichten ontvangen omtrent het „duidelijk doorkomen" van vocale
luchtstoringen, teweeggebracht door deze rauwe bende Balische
gladakkers.
• 'Doch, hoe dan ook, ten slotte zond men Dr. Croiiin uit om
hier ook de hand aan den ploeg te slaan. En — men kan er zeker
van zijn, dat voor eiken hond, dien hy naar beter oorden weet te
zenden, er twintig zyn, die hun kans ontloopen Waarmee slechts
gezegd wil zijn, dat niemand eenige vermindering van geblaf
bespeurt,: |
| |
|
 |
| |
BALI ALS
TOURISTENLAND. In 1933 1795 bezoekers. Krantentitel:
De Sumatra post Datum, editie:
10-01-1934, Dag
|
| BALI ALS
TOURISTENLAND. In 1933 1795 bezoekers. |
| Batavia, 10 Jan. (Aneta). In het afgeloopen jaar is Bali
door 1795 toeristen bezocht (tegen 1435 in 1932), waaronder 596
Amerikanen en 498 Nederlanders. |
| |
Toerisme op Java
en.... Elders. Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
23-01-1935, Dag
|
| Toerisme op Java
en.... Elders. |
Een „Belanghebbende" schrijft ons: Naar aanleiding van het
artikel onder bovenstaanden titel in Uw veelgelezen blad van
Maandag jl. en het daarin vervatte verzoek een verklaring te
geven, waarom het vreemdelingen-bezoek (van buitenlanders) aan
Java, practisch dood is, zou ik U daarop het volgende willen
antwoorden:
Ten eerste zijn de tarieven op de lijn Singapore-Batavia veel te
hoog; ten tweede is een oorzaak te zoeken in het feit, dat er te
Singapore geen enkel goed georganiseerd bureau bestaat, dat
uitsluitend werkt voor het vreemdelingen-verkeer naar Java. Een
bureau als het Officiëele Toeristeabureau en Nitour, dat juist
daar schitterend werk zou kunnen verrichten, ontbreekt ten
eenenmale; alleen een dergelijk bureau heeft er belang bij, het
toerisme naar en over Java te bevorderen.
Ook de K. P. M. heeft geen belang btj toerisme over Java, waarom
zij dan ook in hoofdzaak de kustreizen en het verblijf op Bali
propageert, by welk laatste zij zeer groote belangen heeft.
Van de ongeveer 100 toeristen, welke kortelings per K. P. M. van
Australië kwamen, hebben slechts enkelen een trip over Java
gemaakt, de overigen zjjn langs de kust gevaren met een intens
bezoek aan Bali.
Het is voldoende bekend, dat de hotels, het natuurschoon, enz.
op Java heel wat aantrekkelijker zijn dan te Singapore en
omgeving, zooals in Uw artikel terecht wordt opgemerkt.
Er zijn in het afgeloopen jaar maanden geweest, dat de hotels te
Singapore doorloopend tjokvol bezet waren met vreemde lingen;
dat, om slechts een maatschappij te noemen, de Dollarline steeds
volgeboekt was. Slechts enkele toeristen kwamen door naar Java.
Intense voorlichting omtrent het maken van een trip over Java,
kan men in Singapore niet bekomen.
Het wordt hier in Nederlandsch-Indië biykbaar niet begrepen, dat
een goed georganiseerd vreemdelingenbedryf millioenen in het
laatje brengt. Er wordt practisch niets voor gedaan. Indien mea
vergeiykingen treft met Europeesche staten of andere Oostersche
landen op dit gebied, kan men zich niet verwonderen over het
feit, dat Nederlandsch-Indië bijna volkomen door de toeristen
wordt genegeerd.
Ja, periodieken verschijnen er voldoende, er komen zelfs steeds
nieuwe by. Deze worden dan volgepropt met advertenties, in
hoofdzaak van hotels, opdat er aan de uitgifte toch vooral maar
verdiend zal worden.
Ook van de toeristen-bureaux als Cook, American-Express enz.,
mag niet veel verwacht worden.
De meeste toeristen zijn angstig te reizen in een land, dat de
gouden standaard handhaaft, en wat dit betreft voor Nederlandsch-
Indië, zeer zeker ten onrechte.
De hotels zijn beslist niet te duur; zij zyn nog steeds
goedkooper dan de geiykwaardige' hotels in het buitenland.
Bovendien, een toerist, die een reis onderneemt om het geheele
Oosten te bezoeken, behoeft heusch niet op een paar honderd
gulden meer uitgaven te zien, welke door een bezoek aan Java
zouden worden gespendeerd.
Op welke wyze men dan het vreemdelingen-bezoek aan
Nederlandsch-Indië met kans op zeer veel succes zou kunnen
bevorderen? Door oprichting van een goed georganiseerd
toeristenbureau te Singapore, in samenwerking met de Regeering,
scheepvaart, Nederlandsch-Indische toeristenbureaux, spoorwegen,
hotels, auto-verhuurderyen, enz, enz.
Taxeeren wy de kosten van een dergeiyk bureau op ongeveer f
2.500 per maand, dah zyn deze toch gemakkehjk te dragen. Laat
men nu de uitgifte van al die periodieken staken en één goed
geredigeerd periodiek uitgeven zooals Japan, Italië, enz.
De kans op succes wordt daardoor veel grooter en de kosten voor
de adverteerders veel minder.
Ik hoop, dat door Uw artikel en door deze beschouwingen, de
belangstelling voor het vreemdelingen-verkeer naar en in
Nederlandsch-Indië dermate mag toenemen, dat öf de Regeering by
monde van het Officieel Toeristenbureau, öf de
scheepvaartmaatschappyen het initiatief zullen nemen tot
vestiging van een bureau te Singapore alg door my beoogd. |
| |
Het toerisme op
Bali. Krantentitel:
Het Vaderland : staat- en letterkundig nieuwsblad Datum, editie:
07-05-1936, Avond
|
| Het toerisme op
Bali. |
| Een correspondent op Bah van de Loc. wijdt een beschouwing
aaa de l**k«»msten. dle BaU uit het toerisme trekt HU vermeldt
daarbij, dat de drommen vreemdelingen, dle BaU vluchtig bezoeken
over weinig geld beschikken en du, weinig uitgeven. HU maakt een
berekening van wat BaU nan de "n-eemdellngen jaarlijks verdient
en komt tot een bedrag van / 100.000 Wanneer men weet dat de
uitvoer uit geheel Bail per Jaar ongeveer 5 miUloen gulden
bedraagt, dan ls deze ton van het toerisme nlet bijster veel.
Doch dé BaU»* is daarmede gebolpen. In leder geval acht daar
niemand hot een reden tot klagen, wanneer Inkomsten niet zoo
groot uitvallen als men wel verwacht of gehoopt had. |
| |
VICKI BAUM GAAT 4
MAANDEN NAAR BALI Krantentitel:
Het Vaderland : staat- en letterkundig nieuwsblad Datum, editie:
05-06-1936, Avond
|
| VICKI BAUM GAAT 4
MAANDEN NAAR BALI |
Het Nieuws van den Dag van Ned. Indië las in de South China
Mornlng Post van 11 Mei, dat Vicki Baum. de schrijfster on. van
Menschen lm Hotel, voornemens is, een tweede bezoek aan Bali
brengen.
Zij is met de President Coolldge ult Amerika vertrokken en in
Sjanghai gearriveerd, waar zij voor een korte vacantie vertoefde.
Van daar zou ze eerst naar Peiping vertrekken, teneinde vrienden
te ontmoeten, alvorens zij de reis '.Zuidwaarts zou beginnen.
Haar bezoek aan Ball zal ditmaal vier maanden duren, aldus
deelde de schrijfster aan een vertegenwoordiger van bovengenoemd
blad mee, gedurende welken tijd zij een boek over Ball zal
voltooien. Do gegevens voor dit nieuwe werk werden een jaar
geleden bij het eerste bezoek van de schrijfster aan Ball
verzameld; een schets ligt reeds gereed. Thans moet het boek,
waarvan de titel nog niet vaststaat voltooid worden.
Vlckl Baum heeft gecontracteerd met de Me» tro Goldwyn Mayer,
voor welk concern zij reeds tal van scenario's schreef.
Bovendien heeft zij nog twee boeken geschreven, die ln Frankrijk
verfilmd zijn. Het eerste „Lac au Damos" (in Amerika onder den
titel: Martln's Summer) Js in Ned. lndlë reeds vertoond. De
andere film heet: Helene.
In Hollywood schreef Vlckl Baum ook een filmverhaal voor Greta
Garbo, getiteld: Camllle. De verwachting is. dat binnenkort aan
de ver» filming van dit nieuwe verhaal wordt begonnen.
Op welken datum Vicki Baum naar Ned. Indlë zal vertrekken staat
nog niet vast. |
| |
Bali op twee
Vleugels... Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
26-10-1937, Dag
|
| Bali op twee
Vleugels... |
's Avonds gaven de heeren Colin Mc Phee en Walter Spies aan
boord van de ?Op ten Noort" een pianoconcert op twee vleugels
van Balineesche muziek.
In een lezing vooraf zette de heer Mc Phee de beginselen van de
Balische muziek Uiteen en de waarde die de bestudeerrng daarvan
heeft voor den Westerschen componist.
Donderdag 21 October is het hoogtepunt geweest, niet alleen
doordat de oudheden als de olifantsgrot, het rotsrelief in de
awahs, de keteltrom en de koningsgraven en de Poera Empoel zeer
het bezien waard zijn, maar omdat de odalan, het jaarfeest van
dezen tempel juist op dezen dag viel en de congressisten
getuigen konden zijn van do wijze waarop de Baliër zijn heilige
plaatsen eert.
's Middags bood de Bestuurder van Gianjar een zeer geslaagde
dansvoorstelling aan. De spelers, de maskers, de clowns, —
het kleine clowntje niet te vergeten, — waren voortreffelijk,
het verhaal aan de hand van de schriftelijke toelichting goed te
volgen.
De dag werd besloten met een ketjakvoorstelling te Bedoeloe, een
onderdeel van een bepaald soort trance-dans.
Vrijdag 22 October werd allereerst gereden naar de Poera Kehen,
den rykstempel van het vroegere landschap Bangli. In
tegenstelling met Besakih, waar zeer spaarzaam beeldhouwwerk op
voorkomt, is de padocraksa, de overdekte toegangspoort van dezen
tempel zeer r<jk, maar toch harmonieus versierd. De reusachtige
waringin die het complex overschaduwt, maakt dezs plek koel en
weldadig aandoend.
Via den kraterrand van het Batoer-complex, met een schitterend
uitzicht op he-. meer, den binnensten krater-kegel en den ouden,
nog onbegroeiden lavastroom uit dé jaren 1925 i-n 1927, werd
naar Kintamani gereden, waar hai is-dan:-en en een ang
kloeng-voarsteling werden gegeven, aangeboden door den
Bestuurder van Bangli,
Deze wapendansen, waarbij de dansers op rijen staand
verschillende danspassen maken met speren of schilden in de
hand. zijn niet boeiend door schoonheid van beweging en mimiek,
maar wel merkwaardig door hun algemeene verbreidheid in dezen
archipel, hun primitiviteit en hun magisch? waarde.
Na dc lunch in het K.P.M.-hotel te Kintamani werd gereden naar
den rijkstempel te Gelgel, waar een djangerdans en een
barongvoorstelling werden gegeven, aangeboden door den
Bestuurder va.i Kloengkoeng.
De djanger is een carré-dans, waar een rij meisjes met
stralenkransvormigen, kleurigen hoofdtooi tegenover elkaar
zitten, geflankeerd door met snorren als man vermomde
jongelingen, die beurtelings en ook gezamenlijk zingen en
zittend dansen, met hoofd en oogen, met armen en heel het
bovenlijf. Deze dans is echter meer kleurig en aardig om te zien
dan zinvol.
Des avonds bood de Bestuurder van Gianjar aan genoodigden een
diner aan, waarna zij en belangstellenden gelegenheid hadden een
Javaansche wajang-orangvoorstelling te zien. Merkwaardig was het
te observeeren hoe het Balische publiek reageerde op deze voor
hen ongewone wijze van tooneel- en muziekspel. De zeer verfijnde,
op vertooningen in den kraton ingestelde wijze van opvoering is
wel heel anders dan de meer boersche en boertige Balische
vertooningen, die meestal gehouden worden door desamenschen voor
desamenschen. Mien krygt den indruk dat Java, noch Bali,
blijvend van genre zou willen ruilen. |
| |
Wij, in Indië
kennen ons Land niet Meer reizen in Vacantie naar Buitengewesten
Toonen U Schoonheid der Natuur Passagierstarieven zijn niet zoo
Duur Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
20-07-1938, Dag
|
| Wij, in Indië
kennen ons Land niet meer, reizen in Vacantie naar
Buitengewesten Toonen U Schoonheid der Natuur Passagierstarieven
zijn niet zoo Duur |
De koloniale Nederlander kent zijn eigen mooi Indisch land
niet genoeg; hij blijft te dicht bij honk, en voor zijn vacantie
gaat hij niet verder dan de bergen op enkele uren van zijn
woonplaats verwijderd. Waarom steekt hij niet over naar de
andere eilanden, waarom gaan de Soerabajaan, de Bataviaan niet
naar Sumatra, naar de mooie Menangkabausche landen, naar
Brastagi, waarom zien wij de gezellige Delianen niet bij ons in
Bandoeng, Garoet of Tosari en Nongkodjadjar ? Waarom geen
Indische touristen-wisseilng van Java naar Sumatra en viceversa?
De „Deli-Courant" breekt thans een lans voor het interinsulair
toerisme, hetwelk ondanks de teekenen van groei, toch nog niet
tot voldoende ontwikkeling is gekomen. Wat de K. P. M. en de
Nitour tot dusver hebben gedaan om er den eersten goeden stoot
toe te geven is loffelijk en verdient volle waardeering.
Natuurlijk moet erop dit gebied nog veel meer worden verricht.
De propaganda kan worden uitgebreid, de reizen kunnen nog
goedkooper worden, de Nitour-organisatie nog meer
geperfectionneerd. Doch dit is eerst mogelijk, wanneer de thans
gedane pogingen hun honorarium vinden in een toenemend
toeristenverkeer tusschen Java en Sumatra bijvoorbeeld. Dat zich
thans reeds zulk eene toename duidelijk afteekent, stemt tot
voldoening. Het is in inderdaad een zeer verheugend verschijnsel,
dat het toerisme tusschen Java en Sumatra wederzijdsch toeneemt,
zoo schrijft de „Dcli Crt." Al jarenlang hoort men de klacht:
wat weet de in Indië levende en werkende Europeaan toch weinig
van de glorieuze schoonheid van onzen Archipel. Hij reist in
zijn Europeesch verlof van hot naar her, hij zoekt overal in de
wereld natuurpracht op, maar voor de overweldigende verrukking
van het landschap, dat vlak bij de hand ligt, en waarvoor
buitenlandsche toeristen duizenden kilometers afleggen om haar
te ondergaan, is hij blind. Zoowel op Java als hier op Sumatra
vindt men talloozen die van oordeel zijn, dat de eene
klapperboom precies op den andere gelijkt. Zij arbeiden dies een
half menschenleven binnen een zeer beperkt gebied en sparen hun
geld vooreen reis naar Zwitserland of naar elders in West-Europa.
Het aantal Delianen, dat langer dan twintig jaar „in Indië,, is
geweest, maar van dat Indië niet anders kent dan de Oostkust van
Sumatra, is schrikbarend hoog.
Hun gebrek aan belangstelling voor Indisch toerisme valt voor
een aanzienlijk deel te verklaren uit een manco aan kennis
omtrent Java's schoonheid. Men heeft nooit moeite gedaan hun die
kennis bij te brengen. Er was geen enkele organisatie die een
reis naar mooi Java propageerde die hun van deze schoonheid en
die wonderen op de hoogte bracht en die het reizen gemakkelijk
voor hen heeft gemaakt. Zij ontvingen hier wèl fraaie boekskens
met den lokkenden oproep: Komt naar Zwitserland! Of: Reist door
Italië! Doch van Java wist men hoogstens, dat daar zonder
twijfel óók klapperboomen groeien en dat de zon er even fiksch
brandt als hier.
En dan was daar nog een ander bezwaar, dat tot voor zéér kort in
zijn volle zwaarte gelden bleef: Het reizen door den Archipel is
altijd uiterst kostbaar geweest. Maar dat bezwaar is thans
gedeeltelijk weggeruimd. Inmiddels heeft de K. P. M. echter
sedert kort een zeer ingrijpende verlaging voor reizen van
eenigszins langen duur ingevoerd. Men ziet nu reeds het
resultaat. Er wordt een druk gebruik van de booten naar Java en
die naar Sumatra gemaakt. Is het bezwaar van de duurte der K. P.
M.-verbindingen voor den toerist dus practisch geëlimineerd,
anderzijds heeft de Nitour er voor gezorgd, dat hem tegenwoordig
ook eene uitstekende serviceorganisatie ten dienste staat, die
op beide eilanden voor het interinsulair toerisme gedurig meer
propaganda gaat maken. Het is den Deliaan thans mogelijk voor
een redelijk bedrag een drieweekschen toer naar Java en terug te
ondernemen, waarbij men de schoonste streken van het Groene
Eiland bezoekt en bovendien nog vier dagen op Bali vertoeft. En
het kost den Java-man geen kapitalen meer, als hij de weelde van
de Sumatraansche natuur genieten wil. Dit wederzijdsch contact
heeft vele voordeden. In de eerste plaats is daar het economisch
belang. Men dient dat niet te onderschatten. In landen als
Zwitserland en Italië is het toerisme tot eene ware industrie
gegroeid, waar jaarlijks millioenen aan worden verdiend. Zulk
een vaart zal het in Indië nu direct wel niet loopen, maar dat
een behoorlijk georganiseerd toerisme ook voor dit land bizonder
voordeelig is, staat buiten kijf.
Dan is daar nog het niet in cijfers uit te drukken belang van
een nauwer persoonlijk contact tusschen de werkers in alle
deelen van den Archipel. Wij spraken onlangs een bekende,
vooraanstaande Bandoengsche figuur die meer dan 25 jaar op Java
woont en werkt, maar die Sumatra nooit gezien had. Hij maakte
thans voor de eerste maal een trip over ons eiland, een
vacantie-reis. Hij kende den geheelen Pacific, behalve Sumatra,
en voor een reis naar Europa ontbrak hem de tijd. Maar bizonder
veel had hij zich van dit gebied eigenlijk niet voorgesteld.
Toen hij op het punt stond weer naar Java te vertrekken, zocht
hij ons op en hij begon zich te verontschuldigen over het feit,
dat hij Sumatra tot dusver verwaarloosd had. Wij verbeelden ons
op Java altijd, zoo zeide hij, dat wij het daar wel weten, en
dat Indië bij ons begint en eindigt. Doch ik moet toegeven dat
ik mij heb vergist. Ik heb hier ontzaglijk veel geleerd, vooral,
in de aanschouwing der cultures, en ik vind dat iedere
cultuurman op Java minstens éénmaal in zijn loopbaan naar
Sumatra behoort te gaan. Wat het natuurschoon betreft: de
Westkust overtreft alles wat ik tot dusver ergens gezien heb.
Zoo ging het hier een prominenten Javaman, en zoo gaat het ons
als wij op Java komen. Men leert van elkander, men verbreedt
zijn blik, men begint het geheel, dat Nederlandsch-Indië is,
beter te begrijpen, men gaat het verband zien door het
onderkennen der verschillen, en men knoopt soms verbindingen aan,
die van groote waarde blijken te zijn. |
| |
NED.-IN DIE
Tourisme op Bali Touristen Blijven Weg door Chineesch-Japansch
Conflict Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
02-02-1938, Dag
|
| NED.-IN DIE
Tourisme op Bali Touristen Blijven Weg door Chineesch- Japansch
Conflict |
Hot aantal touristen, dat in het afgeloopen jaar een bezoek
aan Bali bracht, is een ncel eind beneden de verwachting
gebleken. In de latere maanden werden tallooze trips gecanceld
in verband met den oorlog in China. Naar verluidt, heerscht
zelfs in kringen van intelligente reizigers de geografisch niet
geheel verdedigbare meening, dat Shanghai en Bali vlak bii
elkaar liggen &
Ook voor het jaar 1938 zal de werkelijkheid^ teleurstellend zijn,
schrijft de „Ind. Crt." Nog dagelijks worden trips afgezegd,
waarvoor reeds maanden geleden schikkingen getroffen waren.
De invloed van den oorlog is uiteraard ook bemerkbaar in de
groote .„cruises". Wet aantal touristen, dat met de komende
groote schepen op Bali en Java zal arriveeren, is ook veel
geringer dan vorige jaren het geval was, soms 50% minder!
Intusschen worden de volgende cruiseschepen verwacht: de „Steila
Polaris", het {uxe jacht, van 10 op 11 Maart; de „Reüance" van
21 op 22 Maart; de „Empress ot Bntain" van 24 op 25 Maart en de
..Franconia" van den 3den tot den Iden April.
De tijd voor Bali en Java uitgetrokken is weer even kort als
vroeger, hetgeen naar nu reeds jaren lang gebleken is,
teleurstellend is voor een groot deel der passagiers, die men
vaak hoort verklaren, dat ij gaarne wat langer zouden vertoeven
op ueze eilanden, de eenige die — naar zij bewpif 1' ~~ niet
teleurstellen .na de reclame **>*« er V°°r gemaa*t wordt.
Bestaat er h^mr?°!ter?kh€i<i om hierin verandering te ttinff ¦ ,
t zou deze -cruises" aantreknïv, kea 6n Indië ten g°ede komeni«
hu r gewfone touristenbezoek aan Bali LIV V6el §eringer dan het
vorig jaar, ook hier weer het verschijnsel van cancel' Jng van
ettelijke voorgenomen reizen. Men kan niet verwachten, dat
hierin verande" n »oede zal komen, voordat de strijd ui China in
vrede veranderd is. |
| |
HET WONDERE BALL
Krantentitel:
Het Vaderland : staat- en letterkundig nieuwsblad Datum, editie:
16-05-1940, Ochtend
|
| HET WONDERE BALL |
Ja — er is toch eens een Amerikaan geweest die niet verrukt
was van BaU. Dat zal aan de honden gelegen hebben. Want de
vrouwen van Bali zijn mooi. niet alleen in hun bouw. maar ook in
hun houding. De mannen, de kinderen zijn van het goede soort,
maar de honden — een heel apart soort! — zijn een ramp. Men moet
leeren over hen heen te zien — dan is alles pas goed.
De directie van de K. P. M. heeft een twaalf» tal
kleurenreproducties van het eiland laten maken, naar etsen van
den schilder W. G. Hoffer teneinde bij toeristen , het verlangen
op te wekken. Bali te gaan zien. In lijn en kleur wordt hun een
zeer boeiend verhaal van het wondere eiland verteld.
Vermoedelijk zal het zun doel niet missen, waarvan dan allen,
die direct én indirect bij het toerisme betrokken zijn, de
schoon» vruchten plukken/De onder» werpen zijn met zorg gekozen,
de uitvoering verraadt goeden smaak: het maakt ook op den
toerist een prettigen indruk als men hem iets goeds aanbiedt ' |
|
|
Wat de vreemdelingen van Bali maakten
Krantentitel:
Het Vaderland : staat- en letterkundig nieuwsblad Datum, editie:
21-01-1940, Dag
|
|
Wat de vreemdelingen van Bali maakten |
De reclame e» de propaganda van de reis» bureau» hebhen van Bali
het moderne eiland gemaakt, hoewel Java en Sumatra zeker in
schoonheid niet voor Bali onderdoen. Maar dit laatste heeft de
lijkverbranding, die een publieke vermakelijkheid geworden is.
De Indische redacteur van De Avondpost heeft er, na 35 jaren,
een bezoek gebracht Eertijds had zoo goed als nooit een blanke
en zeker' geen Nederlander, voet aan wal van het eiland gezet;
althans niet in het Zuidelijk deel.
Het land was volkomen ongerept; wat van het volk niet kon worden
gezegde Kwade ziekten, overmatig gebruik van sterken drank en
opium, hadden het mooie Balineesche volk lichamelijk en
geestelijk ondermijnd en de vorsten en hoofden gingen eerder het
volk op den verkeerden, dan op den goeden weg voor. ln dat volk
was, door de ongelukkige wijze, waarop die vorsten en grooten „bestuurden",
elk spoor van energie, elke nelging tot behoud van cultuur,
verdwenen. Over het Bali van thans meldt de schrijver: Bali is
geen natuurland, het Balineesche volk geen natuurvolk meer. Bali
is een kijkspel ge» worden, met veel reclame, veel zucht naar ge»
win, en onnatuurlijk gedoe, dat den vreemde» ling moet trekken
en geld moet brengen. Het volk heeft zich daarop Ingesteld. Een
lijkverbranding is de gebeurtenis, die in gunstige ge» vallen
een halve tot een heele ton doet binnen» stroomen. In
vreemdelingen-tijden behoort er een lijk of behooren er meer,
beschikbaar te zijn voor het festijn.
Zijn er genoeg vreemdelingen, dus is er ge» noeg geld, dan wordt
er gedanst en gespeeld
Spelers, dansers, muzikanten, ze spelen en dansen, zooals het
moet en behoort, maar.. voor geld en niet zelden zonder zich te
geven. Wat velen onder het publiek zeer goed weten en voelen.
De hoofdplaats van toeristisch Bali ls Den Passar, waar een paar
hotels zijn. Goed, maar duur. Ook in enkele andere plaatsjes kan
men overnachten en eten.
Den Passar is het centrum. Een Indische plaatr, wat bouw betreft;
een Eugelsch»Ameri» kaansch plaatsje, meer dan Nederlandsch,
voor wat aangaat opschriften, aanwijzingen en ge» bruiken.
Er zijn gidsen. Ze spreken — volgens aanduiding — Engelsch,
Amerikaanse!», Duitsch.. maar geen Hollandsen. Men kan er een
Engllsh breakf ast krijgen, maar geen Hollandsen ontbijt tenzij
men er speciaal om vraagt Engelsche en Amerikaansche cocktails,
eerder dan Hollandsche jenever. Want, de nlet-Nederlaudsche
vreemdeling ls de man met kapitaal en dle kan worden afgezet De
Hollander veel minder.
Wil men iets koopen. dan noemt mes u éérst den Amerikaanschen
prijs, bijv. IS gulden. Legitimeert ge u als Hollander, dan
wordt het f 7.40 en ge krijgt het artikel voor 3 a 4 gld. Men .
kan er ook andere dingen koopen! Foto's, sommige nlet bepaald
pour la jeunese! Men wordt er des avonds, net als in echte
groote steden, aangehouden door «dames,'' dle zich welwillend
beschikbaar stellen om u afleiding «m genoegens te v«-«Qalla».
Inderdaad, ook ia dat opzicht is Bali met zijn tijd medegegaan
en geciviliseerd. Maar in zijn voordeel veranderd? Geenszins. -
Alles is hier ingesteld op het verschaffen van vermaak aan den
vreemdeling en het. opstrijken van zooveel mogelijk geld ult hun
zakken. Daarvoor kleed de bevolking desnoods haar eigen cultuur
uit Is Bali in onze oogen veranderd? Natuurlijk. Zeer Zeer sterk
zelfs. Wat de natuur betreft, de moderne hulpmiddelen stellen u
in staat alles in korten tijd te zien. Maar de menschenl Deze
zijn het meest ver» anderd.. Van eenvoudig natuurmensch is een
deel der Ballneezen geworden, beter, verworden, tot een
geldnajagende menigte, waaraan de natuurlijkheid goeddeels
ontbreekt en waarin het gekunstelde, de plaats inneemt van dat»
gene, wat uit het innerlijk zou moeten komen. In dat opzicht
valt Bali tegen. Misschien, dat de Balinees zelf den grootsten
afkeer heeft van wat hlj. ter wille van gewin, vrijwel dagelijks
moet doen. Het toerisme en dé reclame hebhen Bali en het
Zuld-Ballneesche volk ten deele reeds bedorven. |
|
|
|
|