|
Previous • De Oorlog • Toerisme • Transport • Ontdekkingsreizen • De Vrouwen • De Ljkverbranding • Algemeen |
|
Transport |
|
|
Tram-Concessie.
Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië
Datum, editie:
26-04-1913, Dag |
|
Tram-Concessie |
|
Bij Gouvernements Besluit is aan den heer E. C. Abendanon concessie
verleend voor den aanleg en de exploitatie van een stoomtramweg op het
eiland Bali, loopende van Gianjar over Bebitra, Bedoeloe, Pliatan, Sakah
Batoean, Soekawati, Den Pasar, Sesetan Soeoeng Sesetan, vervolgens in
Oostwaartsche daarna in Zuidwaartsche richting ombuigende langs de
strandkampoeng Soeoeng Batang Kendal en over het eiland Serangan naar de
aanlegsteiger aan de Noordzijde van de Vaargeul Benoa met een zijtak van
Den Pasar naar Tabanan. |
|
|
Singaradja, (Bali) 25 Januari 1913. Bali van Zuid naar
Noord. Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
27-01-1913, Dag
|
|
Singaradja, (Bali) 25 Januari 1913. Bali van Zuid naar
Noord. |
De heer Jonkhoff is heden met den heer Bouman, van Soerabaja, en
controleur Dankmeijer, van Tabanan, met een Walthamauto dwars door Bali
gereden, van Den Pasar naar Singaradja.
De Waltham had een ontzettend zware taak. Ongelooflijk diepe ravijnen
moesten worden door getrokken en de waterscheiding in het midden van het
eiland was voor voertuigen maagdelijk terrein. De reizigers werden hier
met algemeen enthusiasme ontvangen. De auto werd al spoedig de Balische
padvinder genoemd. De tocht heeft 12 uren geduurd. Op sommige plaatsen
zakte de wagen soms een meter diep weg in den bodem. De bevolking
betoonde zich overal bizonder gewillig en het bestuur verleende op
lofwaardige wijze zijn medewerking tot het welslagen van den tocht. |
|
|
De geschiedenis van den Bali-weg. Krantentitel:
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië Datum, editie:
02-07-1917, Dag
|
|
De geschiedenis van den Bali-weg. |
Van Bali schrflft men ons:
Ruim 22 jaar geleden waren wfl getuige van de plechtigheid, dat onze
vroegere re- Sdent de heer H. W. Veenhuizen, de eerste sS -and in het
ravfln stortte, waarover _e weg zou komen, die Noord-en Zuid-Bali mnr
elkander zou verbinden. %eze reTdent was toen reeds bflna 5 jaar hoofd
van het gewestelijk bestuur van Bah en Lombok en hfl zag in, vat een
eerste vereischte voor een land een goed wegennet W Onder sfln bestuur
zfln op dit gebied dan ook zeer veel verbeteringen aangebracht. 700 vond
hfl het ook noodzakelflk, dat een flinke wei Zuid- met Noord-Bali zou
VeE_Qhönaverde en werkte daarvoor zooveel ln zfln macht was. Be
Waterstaat verleende roede zön hulp, maar dit was nu mist niet
Svorderlflk vóór een snelle ontwikkeling deßoor*nalD'het oponthoud zou
de heer Veenhuizen wellicht zfln bestuur al hebben neergelegd, voordat
met het eigenlflke werk een begin was gemaakt. Dat wilde men echter niet;
men liet dezen werker de eer van de eerste spade in den grond te hebben
gestoken.
Zonder tegenspoed was de groote weg uiterlijk einde April j.l. klaar
geweest, doch de hevige aardbeving van Januari 1.1. gooide vooral hoog
in het gebergte het terrein zóó door elkaar, deed zulke aardstortingen
en zoovele en zulke diepe scheuren ontstaan, dat het beslist onmogelflk
was, den wegaanleg volgens het eerst bepaalde tracé voort te zetten.
Oorspronkefflk zou de weg namelflk loonen van hier over Koeboetambahan,
Tamblang, Klampoeak, Pengyahan, Batang, daar over de waterscheiding,
Kintamani, Koaboebatoer Sekaan, Tegallagang, Pliatan, Soekawati en Den
Pasar.
Bit tracé was gekoien, omdat het liep door een bevolkte streek, nogal
gemakkelflk was aan te leggen en door het overschoone Kintamani liep.
Onmiddellflk na de aardbeving zfln eenife geologen op onderzoek uit
geweest, ter vaststelling van de oorzaak der aardbeving, ©eze waren van
meening dat de aanleg van een weg in die buurt tot de onmogelflkheden
behoorde. Be grond is daar als het ware doorploegd, bflna geen enkele
bergtop is zonder scheur en een groot gedeelte van den toen reeds gereed
zflnden weg is in het ravfln gestort. Toch geeft men den moed niet op en
men hoopt nog den weg over Kintamani en Panalokkan te kunnen leggen. Het
is wel jammer, dat er thans weer oponthoud is, want vanaf de Zuid was
Kintamani al zeer goed per auto te bereiken. Vanaf de Noord is hét
traject tot Klampoeak nu geheel en al gereed, en voor auto's berfldbaar.
Het mooie van dit werk is wel dat het geheel is uitgevoerd —
uitgezonderd eenige horinzontale gedeelten — onder een voortdurende
helling van 1 op 20, in graden, onder een hoek van 2°.B. Be bochten zfln
zuivere cirkelbogen, met een straal van minstens 20 M., voorts heeft men
zooveel mogelflk getracht, den weg in de berghelling uit te graven,
waardoor een gering gevaar voor afstorting bestaat. Ook is het
opmwkelflk dat men op een weggedeelte van 22 paal slechts een brug
ontmoet.
Het gedeelte dat uu gereed is, is tot stand «bracht met
heerendienstplichtigen, men stelt zich voor het overige met vrfle
koelies af te maken om op die wflse geregelder te kunnen doorwerken.
Als een kleine illustratie van het reusachtige werk zfl meegedeeld, dat
op het traject Klampoeak-Per-gijakan (7 paal afstand) het grondverzet
264.000 M» bedroeg. Be geheele weg krflgt een lengte van 78 paal.
Wanneer de weg gereed is, zal Singaradja per auto in 4 uur vanuit Ben
Passer te bereiken zfln. Dan zullen de gisten met heel wat minder tfld
en moeite vaa Bah s prachtnatuar kunnen genieten. |
|
10-06-1919 |
 |
|
|
|
NEDERLANDSCH-INDIE DE
BELANGEN VAN BALI. Wegen. Krantentitel:
De Sumatra post Datum, editie:
02-07-1928, Dag |
|
NEDERLANDSCH-INDIE
DE BELANGEN VAN BALI. Wegen. |
Het bezoek dat de Landvoogd over twee maanden aan Bali
wenscht te brengen zal dit eiland voor eenigen tijd in het
centrum der belangstelling plaatsen. Het is dhidelijk dat
verschillende vraagstukken dan opnieuw aan de orde worden
gesteld, althans met nieuwe oogen worden beschouwd, schrijft Z.
in het Soer. Hbl. Bali kent geen bestuursmysteries; het bestuur
staat er niet voor zeer gecompliceerde kwesties welke om snelle
afdoening in Westerschen trant vragen. De laatste jaren hebben,
wat ons politiek beleid betreft, veel Aufklarung gebracht en wij
hebben al vrij aardig geleerd dat er een massa is waaraan wij
niet mogen tornen. Associatie en unificatie... wij zijn uit dien
benauwden droom gelukkig wakker ge worden. En wanneer wij nu,
met wat meer respect voor anderer geestelijk of nationaal bezit,
de volkszaken op Bali maar rustig laten betyen naar eigen trant,
niet jagen en forceeren, dan bestaat er geen gevaar voor nieuwe
vergissingen als waarvan de geschiedenis van menig deel der
buitenbezittingen de sporen draagt. Afslijping der
kaste-verschillen, verzachting van scherpe adatvormen... het
moet alles aan den tijd worden overgelaten; wü mogen daarin geen
partij zijn. Toch is er iets waaraan een Westersch bestuur zich
met kracht kan zetten in de stellige, zekerheid dat het met zijn
bemoeienissen niets dan goed zal doen. De voortdurende toeneming
der bevolking in Zuid-, Midden- en Oost-Bali stelt in
afzienbaren tyd een beduidend tekort aan gronden iv uitzicht, en
een Westersch bestuur dat zijn taak begrypt zet zich tijdig aan
de oplossing, vooral omdat deze in zake van overbevolking, en
wat daaruit voort komt niet in een handomdraai is te krijgen Ook
hier vraagt de oplossing, voor zoo ver zy althans mogelyk is,
geen ijselijke bekwaamheid. Het zijn tenslotte dezelfde kwesties,
overal ter wereld, met dezelfde methoden. * WestJßali biedt
slechts zeer begrensde landbouwjmogelijkheden; het is op kleine
uitzonderingen na wat het nog niet ont gonnen gebied betreft,
geen sawahjland. Maar als elders het land vol, al te vol van
menschen is, dan is men ten slotte blydat er elders nog een lap
grond ligt, ook al is dit geen sawah. WestJßali is nog
geïsoleerd; de weg SokaJÊoeloekan, heeft die isolatie, voor wat
betreft het welvarende Negaragebied, goeddeels opgeheven, maar
daarmee is het Noordwestelijk deel nog niet geholpen. Een
evenals overal ter wereld geldt hier het welvaarts axioma: wegen,
wegen . . . wegen. Het nog goeddeels onbewoonde Noordwestelijk
deel van Bali moet door bescheiden wegen bereikbaar wordeu
gemaakt opdat het volk uit het dichtbewoonde Midden Bali er,
naarmate de drang tot uitzwermen sterker wordt, gelegenheid tot
vestigen vindt. Wij hebben thans den nog primitieven weg van
Soka naar Negara, terwyl men voornemens is dien door te trekken
naar de Gili-Mauoekbaai, schuin tegenQver Banjoewangi. Maar dan
is eveneens noodig de weg om de Noord naar die baai, en van deze
verbinding moeten nog een 40 K.M. worden aangelegd. In dit
gebied liggen reeds eenige Europeesche klapperondernemingen:
Telok Trima, van den heer Pownall, groot circa 200 bahoe;
Soember Klampok, van den heer Remmert, van ongeveer 500 baboe;
Prapat Agoeng, aan den Noordkant der Gilli-Manoekbaai, van een
Chineesche kongsie te Probolinggo. De twee eerstgenoemde
ondernemingen hehben water, doch Prapat Agoeng niet. Daar zijn
nu ongeveer 300 koelies, en voor al die menschen. moet het
drink- en keukenwater van Banjoewang worden aangevoerd ! Er is
een tijd geweest dat concessiejagers zich als gieren op dit deel
van West-Bali wierpen. In het oude hotel Banjoewangi zaten de
heeren met eene topografische kaart vóór zich en schetsten er,
lukraak, hunne aanvragen op, soms over elkaar. Zelfs klerkj es
deden er aan mee, om met de concessie wat te kunnen verdienen,
en dat mocht men hun niet kwalijk nemen, omdat ook
gepensionneerde residenten en generaals hetzelfde spel dreven.
Dat is nu uit. Op Bali mag het bestuur niet royaal zijn met
uitgifte van gronden. De Baliër gaat niet van zijn eiland af,
tenzij als balling, en alle grond moet voor hem worden
gereserveerd. Er zal een tijd komen dat voor iederen bahoe,
zelfs al is ze van zeer betrekkelijke waarde, een mannetje klaar
zal staan.
Nu heeft het,bestuur dit in de laatste jaren terdege ih het oog
gehouden; men neeft aangestuurd, waar hiervoor de gele genheid
bestond, op het laten vervallen van vroeger uitgegeven doch niet
in ex ploitatie gebrachte consessies, en er worden geen nieuwe
uitgegeven. Wat daar thans in ondernenr. ing-exploitatie is—men
zag het uit de zeer korte opsomming hierboven—is niet zóó groot
dat het meetelt. Bovendien doen. een paar ondernemingen daar
deugd; er zijn zoovele „stations" welke het pad voor den
trekkenden Baliër markeeret op den weg naar de plaats waar hij
zich wil neerlaten. Hij heeft niet veel aansporing noodig, de
Balier heeft economisch instinct. Wy zouden vooral willen
aanprijzen: de transmigratie niet te prikkelen door het geven
van voorschotten aan hen die naar nieuw gebied trekken. De
ervaring heeft, vrywel overal in Indië, zekere lessen gebracht.
Vooral deze: dat een uitzwermend kolonist iemand moet zijn met
minstens het normale kwantum energie, en die terdege den prikkel
der omstandigheden voelt. Wanneer men slappe individuen naar
eenig nieuw gebied zond, mislukte de kolonisatie. Het zich
scheppen van een bestaan in pas ontgonnen land, en geheel los
van de streek van herkomst, vereischt yver en zekere energie.
Door het geven van toelagen en voorscholten schakelt men die
beide onmisbare eigenschappen uit; men biedt slappen elementen
door geldelijken steun de gelegenheid, eveneens transmigreeren.
Aldus tast men het succes der kolonisatie aan en sterker
naarmate men individuel een grooter voorschot of toelage geeft.
Dan fokt men een asyl, en geen kolonie. Het Gouvernement zorge
alleen voor het goed bereikbaar zijn van het nieuwe gebied door
den aanleg van wegen, geschikt voor asverkeer. En overigens
wachte men kalm de onvermijdelijke volksver plaatsing af. Hoe
minder deze door Overheidsbemoeienis wordt geleid, hoe beter. Is
zij noodzakelijk, dan slaagt zij van zelf. Wanneer wij den blik
naar West-Bali richten dan zien wy dus dat uit een oogpunt van
tydige voorziening zoo spoedig mogelyk moet worden begonnen met
het aanleggen van wegen, zoowel om de Zuid als om de Noord, naar
de Gili-Manoek-baai. Er schijnen personen te zyn die van deze
baai aan Straat Bali overdreven verwachtingen hebben. Althans de
hoofdingenieur Meyers, die als inspecter Bali bezocht, opperde
zelfs de idee: dat de Gili-Manoek-baai de haven van een goed
deel van Bali zou kunnen worden. Insiders halen hierover de
schouders op- Zij zeggen dat slechts een, smalle vaargeul
toegang tot die baai geeft en dat zy alleen is te gebruiken als
landingsplaats van een overzetveer. Banjoewangi — Bali v. v.
Maar men stelle zich van de Gili-Manoekbaai vooral niet te veel
voor. Bovendien heeft zij als achterland eene reusachtige rimboe.
Wil men ook hier succes hebben, dan verlieze men de dimensies
niet uit het oog en houde zich aan kleine middelen. Zeker is het
dat nooit de Gili-Manoek-baai kan worden uitgespeeld tegen de
voorzieningen welke ter reede Boeleleng noodig zijn. |
| |
|
UIT OOST.-JAVA.
(Van onzen correspondent.) Banjoewangi-Bali. Krantentitel:
De Sumatra post Datum, editie:
10-09-1929, Dag
|
|
UIT OOST.-JAVA.
(Van onzen correspondent.) Banjoewangi-Bali. |
Bali trekt meer en meer de aandacht van het groote tourisme
en het reageert daarop door verbetering van hotels en
pasanggrahans, een behoorlijk wegen&telsel en exploiteeren van
ethnografica en volksgebruiken, geheel zooals men dat van een
touristenoord kan verwachten. Dat alles, wanneer de tourist er i
s. Om er te komen bajft men aangewezen op de scheepsverbinding
per K.P.M, hetzij van Soerabaja, hetzy van Banjoewangi uit. Dit
zeereisje, hoe kort ook, schrikt menigeen nog af van een bezoek
aanßaii en het is dus geen wonder, dat men reeds meermalen heeft
uitgezien naar een korte oversteek over straat Bali. Niet lang
geleden is de Directeur der haven van Soerabaja, onder wien ook
de haven van Binjoewan^i ressorteert, nog ter plaatse geweest,
om de mogelijkheid van een ferry verbinding met Bali te
bestudeeren.
V<ïor wat Bmjoewangi zelf betreft, behoeft die mogelijkheid niet
meer be studeerd te worden. In begin 1928 is door een
uitgebreide commissie uitgemaakt, dat het goederenvervoer geen
omvaug heeft of in de naast bereiken zal, dut . grondige v
betering van Banjoewaugi's haven g ka i binding te scheppen, die
het m maken mat de airo in Banjoewangi a bo)rd te rijden en aai
den overkant op Bali er af, moet dus voorloopig terzijde gelegd
worden. Aan de Batizijde is de situatie veel beter. Men heeft
daar, op aanwijzing van den <, directeur der haven vaa Soerabaja
opraetins*en verricht in de Gili - Manoekbaai, welke uitwezen,
dat m?n daar met matige ko.tenecn aanlegplaats zou kunnen maken.
D^ overvaart zelf van Banjoewangi naar Tjekikr in de Gili
Mauoek-baai zou dan maar 20 minuten duren, tegen thans de
overvaart naar Tjoepsl 2 uur. Tegen weg-aanleg van Tjekik naar
Tjoepel bestaan geen bezwaren en vanuit Tjoepel heefc men nu,
onder leiding van den voortvarenden assistent resident v. Bülow,
reeds een 8 meter breede weg aangelegd of verbeterd naar Negara,
vanwaar men weer aaagesloten is op den Passar en het verdere
wegennet van Bali. De bruggen zijn hier en daar nog wel erg
primitief, maar dit geheele traject is toch te berijden. Het
eenige obstakel in deze ideale oversteek, die een groot deel van
den touristenstroom over. Banjoewangi zou leiden, vormt de
absoluut verzande haven in die plavts zelf en he zal nog jaren
lang duren, voordat verbeter.ng daar de ferry verbinding
mogelijk zai m.k?n. |
|
|
De autobus op Bali. Krantentitel:
Nieuwe Rotterdamsche Courant Datum, editie:
20-12-1929, Ochtend
|
|
De autobus op Bali. |
De veiligheid van den weg bedreigd.
De op Java bekende Tan-autobussen zullen binnen enkele weken ook
op Bali hun intrede doen. De Locomotief verneemt, dat de firma
Tan voor Bali en Lombok aangevraagd heeft, haar
autobusexploitatie met een honderd autobussen in dit gewest te
mogen uitbreiden, waarop onlangs een gunstige beslHslng is
genomen. Binnen zeer korten tijd zullen reeds de eerste dezer
bussen op Bak gaan rijden en de vele Balische. Chineesohe en
Arabische autobushouders, welke thans reeds hoelanger zoo meer
autobussen laten rijden, concurrentie aandoen.
Wat den toestand van het oogenblik betreft, reeds nu zijn er
velen, zoo vertelt het blad dle hun autobussen dikwijls met
verlies moeten rijden, daar het toenemende aantal, vooral in het
afgeloopen jaar. de tarieven steeds naar beneden heeft doen gaan.
Wanneer men het verkeer op de groote wegen, in vergelijking
neemt met ongeveer een Jaar geleden, dan kan op zijn minst van
een 200 pet. toeneming in intensiteit gesproken worden. De
kwestie van strenge bepalinzen ten opzichte van dit verkeer,
wordt, dan ook zeer urgent en het Is te hopen, dat bij de a«.
decentralisatie in Januari 1930. de verschillende locale raden
hun aandacht hieraan zullen wijden.
Zooals thans op de groote wegen buiten de desa's wordt gereden
door autobussen en particuliere huurauto's is vaak een schandaal,
en er gaat dan ook geen dag voorbij of aanrijdingen zijn hiervan
het gevolg. Vooral op de twee groote wegen van Singaradja naar
Den Pasar, waar in het gebergte deze wegen veel bochten en
kronkelingen vormen, slaat men met angst dikwijls gade. hoe
autobussen elkaar met een 60 a 70 K.M.-vaartje voorbiisulzen
zonder signalen te geven. Waarlijk, een speciale motorbrigade,
die toezicht op het verks?r uitoefent, zal hier geen sinecure
genoemd kunnen worden. |
|
|
Veerdienst op Bali. Soerabaja-BanJoewangi-Tjoepel.
Krantentitel:
Het Vaderland : staat- en letterkundig nieuwsblad Datum, editie:
16-08-1932, Avond
|
|
Veerdienst op Bali. Soerabaja-BanJoewangi-Tjoepel. |
Dé correspondent van het Soer. Hbl. te Banjoewangi schrijft:
Dezer dagen zal een veerdienst op W. BaU «orden geopend, waartoe
van particuliere zijde het initiatief is genomen. De bedoeling
is een geregelde dageUjksche verbinding te onderhouden tusschen
Banjoewangi en de West-BaU» havens Tjandikoesoema en TJoepel
voor personen- en stukgoederenvervoer Het plan is, te varen in
aansluiting op den Soerabaja-sneltléln. welke bier om half
twaalf vertrekt en om 2 uur aankomt. Bovendien zal getracht
worden, een deel van het transport van West-Bali-slachtvee naar
den Oosthoek» welk transport geheel over Banjoewangi gaat en in
handen is van het Banjoewangische Prauwenveer aan zich te
trekken. Voor dit doel Is een vroegere communicatie-boot van de
Stoomvaart Mij .Nederland" te Soerabaja aangekocht voorzien van
een 24 P.K. motor, kunnende loopen een g-mijlsvaart. welk
scheepje op eigen gelegenheid de reis naar Banjoewangi ondernam
en reeds hier is gearriveerd. Met het oog op de beschikbare
dek-oppervlakte zullen maximaal 20 passagiers mogen worden
meegevoerd. - In verband met de in Straat BaU gedurende den
Oostmoesson loopende stroomen, zal in de aan den onder» nemer
uit te reiken vergunning velllgheidshalve worden bepaald, dat ln
het tijdvak Juli—December de oversteek zooveel mogelijk moet
plaats hebben ln de richting Penglnoeman en daarna langs den
Ballwal te koersen naar de meer zuidelijk gelegen aanlegplaatsen
Tjandikoesoema en Tjoepél. Slechts in eerstgenoemde plaats ls
een steiger aanwezig, welke werd gebouwd door het.Prauwenveer,
doch waarvan ook voor dit doel gebruik zal kunnen worden gemaakt
Het eventueele sapi-transport zal dan plaats hebden door middel
van te sleepen vee-prauwen. Hiermede is voor de eerste maal
daadwerkelijke uitvoering gegeven aan de sinds vele jaren
hangende en van verschillende zijden geopperde plannen voor het
scheppen van een veerdienst op den Ball-oVerwal v.v. o.a. werden
indertijd door KJPJM. en SH. hiertoe rendablliteltsberekeningen
opgesteld en de plaatselijke situaties i opgenomen. Wij
herinneren aan de ln verband hiermede verrichte opmetingen in de
Wlih-Manoekbaai — een zelfs voor groote schepen zeer gunstige
ankerplaats, welke baai echter te ver Noordelijk (40 KJMJ) van
het vee-centrum Negara is gelegen, om in aanmerking te kunnen
komen voor exporthaven. Mede door de vele daaraan verbonden
moeilijkheden van nautlschen en technlschen aard. kon de
rendabiliteit van een dergelijke onderneming nlet worden
aangetoond. Het tot stand komen van een dergelijke verbinding is
van veel belang voor W. Bali en Oost-Java en voor het
toeristenverkeer, dus kan daarom slechts worden toe» gejuicht. |
|
|
|
|