Home | Hobbies | Books | Mutiara Laut | Website Projects | Links

Bali 's Historie van de 6 de eeuw tot 1949

Previous
De Indische Hotels
De Indische hotels 2
De Slavenstand

Verhalen over Nederlandsch Indie

In dit hoofdstuk komen allerlei komische of opmerkelijke dingen aan bod

Het begin van Nederlandsch Indie

Aan het begin van de achttiende eeuw was de Nederlandse republiek, dat wil zeggen de VOC, de grootste macht in Zuidoost-Azië. Behalve in Indonesië waren de Nederlanders sterk vertegenwoordigd in India, Ceylon, Formosa, Mauritius, Malakka, Perzië, Noord-Amerika, Guyana en de Antillen in West-Indië, Brazilië, Zuid-Afrika en Guinea aan de westkust van Afrika. Nog geen honderd jaar later was de voc bankroet.
De achteruitgang was te wijten aan de reeds genoemde oorzaken: hebzucht, vriendjespolitiek, wanbeheer, naast radicale politieke veranderingen in Europa. Hoge ambtenaren verrijkten zichzelf door middel van illegale privé-handel, smeergeld, dubbel boekhouden en verduistering. De bewindhebbers van de Compagnie verzamelden niet alleen enorme privé-fortuinen, maar gingen zich ook openlijk te buiten aan nepotisme op grote schaal. De beruchtste gouverneurs-generaal in de achttiende eeuw waren Durven, Van der Parra, Jeremias van Riemsdijk, Alting en Siberg. Van Riemsdijk importeerde bijvoorbeeld een kristallen koets met een stel Arabische paarden en benoemde zijn zoon op negenjarige leeftijd tot betaald ‘assistent’ en toen hij zestien was tot ‘administrateur’. Van der Parra, een ijdele man en een trouw kerkganger, benoemde vooral familieleden en vrienden op lucratieve posities en verkocht andere aantrekkelijke banen voor een jaarlijkse ‘compensatie’. De namen van de families Alting en Siberg werden synoniem met nepotisme.
De bewindhebbers in Amsterdam waren zich van de fraude en corruptie goed bewust, maar gouverneurs als Van Riebeeck, Zwaardecroon, Van Imhoff of De Klerk, die reorganisatiepogingen ondernamen, leefden niet lang genoeg, waren door eerdere betrekkingen gecompromitteerd of werden tegengewerkt. Het kon zelfs voorkomen dat verbeteringen zelfs wettelijk werden vastgelegd maar in de praktijk onmogelijk uitvoerbaar bleken. Men gebruikte bijvoorbeeld de oude truc van bezuiniging op kleine uitgaven terwijl de algehele structuur van misbruik en fraude intact bleef.
Terwijl de privé-fortuinen groeiden, ging de Compagnie steeds sneller achteruit. De VOC bleef dividend op haar aandelen uitkeren, hoe de zaken er ook voor stonden. Halverwege de eeuw waren de schulden alarmerend hoog en waren de liquide middelen uitgeput. Tijdens de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784) stopte de geldstroom helemaal. In 1781 vroeg de voc voor het eerst om financiële steun bij de Nederlandse regering; een paar jaar later bedroeg de schuld van de Compagnie 140 miljoen, en op de laatste dag van 1799 hield zij officieel op te bestaan.

Previous • De Indische Hotels • De Indische hotels 2 • De Slavenstand