Voordat mijn kleinkinderen Brecht en Mereltje kwamen
had ik er een stuk of zestig op de markt gekocht
en toen ontstond een ontroerende marmotten samenleving.
Eigenlijk was het een soort modelspoorwegcomplex:
er waren zo’n twintig huisjes
tegen de helling van de heuvel aangebouwd
met alang alang mutsen.
Het
leek het op een Afrikaans negerdorpje :
alle huisjes waren verbonden door paadjes
en over de hangbrug ging het naar het andere eiland
waar een kleiner dorpje was gebouwd.
Ze liepen de hele dag rond op zoek naar voedsel,
wat we steeds op andere plaatsen strooiden
en het waren net treintjes
als ze zo achterelkaar liepen.En elke dag was er eentje minder
en we begrepen er niks van.
Mijn zoon Sven had schrikdraad voor mij bij de Boerenbond gekocht wat we
helemaal rondom hadden gespannen
om s’ nachts het binnen dringen
van slangen, grote varanen die ze aloe’s noemden en loebakken een klein
soort vosje, tegen te gaan.
En elke dag was er toch weer eentje minder..
elke dag..
totdat er nog maar enkele over waren.
En toen kwam er een verschrikkelijke regenbui
het water in onze rivier steeg in een half uur twee meter,
het maakte een slinger in onze tuin
en elke keer hoorden we het bonken van de kokosbomen
tegen de wand in de bocht
en kwam al het vuil van Ubud
meegesleurd door het kolkende water voorbij
en ons hele terrein stond blank.
En toen kroop er een vier meter lange python
uit een rioolpijp
met wel vier bobbels in zijn buik ..
en werd gegrepen door de tuinjongens.
Een ging op zijn nek staan
en de andere greep hem bij zijn staart
toen was het een twee drie trekken
en na een paar keer was hij versuft
door de utgerekte wervels
en ze sloegen hem over hun schouders
en gingen ermee naar ons atelier,
de
meiden pesten.
Later werd hij gevild en opgegeten,
goed voor de potentie
en van zijn huid werden tasjes gemaakt
en ons raadsel was opgelost........
|