|
Previous • Inleiding • Rijst • Vleesch • Kip • Visch • Ei • Sajoers • Sambelans • Diversen • Gebak • Menu's |
|
Makanlah Nasi |
|
Eenige Kip schotels |
|
|
|
Masak goeri van kip |
|
|
|
43.
Ajam panggang.
(geroosterde kip). |
|
Een jong haantje; peper, zout, soja, gesmolten boter, een kippen veer op
penseel.
Een schoongemaakte kip laten opensnijden en platdrukken, vervolgens
met zout en peper inwrijven. Nu neemt men 1/2 kopje soja en 1/2 kopje
gesmolten boter, roostert de kip boven een vuurtje of in den oven en
bestrijkt ze aanhoudend met de vermengde soja en boter tot ze bruin ziet
en gaar is. De kip draait men om en om. |
|
|
|
44. Ajam besengèk. |
|
Een jonge schoongemaakte kip; 20 sjalotten, 5 knoflookpitten, 2 lomboks,
1 eetlepel katoembar, 1 eetlepel djienten, 1 eetlepel laos, 1
theelepeltje trassi, 2 theelepels suiker, 2 à 3 theelepels
tamarindewater, 3 kopjes melk of santen, boter.
De kip wordt in den rug opengesneden en zoo plat mogelijk gehouden,
met peper en zout ingewreven, in een platte pan gedaan met iets zwaars (steen)
er op, want de kip moet plat blijven en aan weerskanten half bruin
gebraden worden.
[25:] a. De verschillende ingrediënten en kruiden worden bij elkander
fijngestampt, even opgebraden en dan bij de kip gevoegd. Dan doet men er
3 kopjes melk, het tamarinde-water en de suiker (ook 't verdere zout
naar smaak) bij en laat dit samen zachtjes koe~n, tot de saus heel dik
is.
b. Men zet vervolgens de kIp In den oven en overgiet haar telkens met
het zeer dikke nat.
N.B. Men kan de kip geroosterd (b) (d.i. in den oven) of niet geroosterd
(a) gebruiken.
|
|
|
|
45.
Ajam gorèng assem. |
|
Een jonge kip; assem, zout, boter of vet.
De kip wordt aan stukken gesneden; van assem en zout wordt, met een
weinig water, een papje gemaakt en hiermede de stukken kip goed
ingewreven. Vervolgens braadt men de stukken, die men eenigen tijd heeft
laten liggen, opdat de kip naar assem-garem zal smaken, in boter of vet
op, tot ze er bruin uitzien. Dit gerecht moet warm worden voorgediend.
|
|
|
|
46.
Zwartzuur van kip of eend.
(namaak hazepeper). |
|
Twee jonge kippen of 1 eend, 3 groote uien fijngesneden, een theelepel
kruidnagel gruis, een theelepel peper, vier, theelepels suiker, een stuk
kaneel, een bierglas roode of witte wijn, een half bierglas azijn, twee
lepels beschuitkruim of maïzena, zout naar smaak; bouillon of
water,boter.
Men snijdt de kip of eend aan stukken en deze worden met peper
en zout ingewreven en in boter bruin gebraden. De uien worden apart
gefruit in boter; daarna voegt men hierbij de azijn, de wijn, de suiker
en de specerijen.
In deze saus doet men de stukken kip of eend en laat ze zacht stoven,
terwijl men er wat bouillon of water bijvoegt. Om de saus te binden,
doet men er kruim of maïzena bij.
(Maakt men in Indië zwartzuur, dan meent men in plaats van wijn
bessensap, doet er minder azijn bij, doch voegt er een half kopje soja
aan toe.) |
|
|
|
47.
Ajam kerrie. |
|
Een kip, twee theelepeltjes katoembar, een theelepel djienten, drie
lepels fijngesneden uien, vier knoflookpitten, twee lomboks, een volle
theelepel laos, twee theelepels fijne seréh, twee theelepeltjes
kurkumapoeder, een liter melk, peper, zout en boter.
De kip wordt aan stukken gesneden en met peper en zout ingewreven. De
kruiden worden fijngestampt en met de melk opgezet, maar ongedekt op een
zacht vuur gekookt, anders schift de melk. Nu en dan, onder het koken,
zacht roeren, waarna de stukken kip er bij worden gevoegd. Deze kerrie
laat men koken, tot ze een dikke saus is geworden.
Enkele verkiezen de kerrie zoo lang te laten koken, tot ze geheel droog
gekookt is.
|
|
|
|
48. Ajam rietja. |
|
Een opengespouwen kip, acht lomboks zonder pitjes of twee theelepeltjes
sambel-oelek, een theeschoteltje vol fijngesneden uien, drie stukjes
knoflook, een theelepel trassi, een theelepel zout, een papje van assem
met melk.
Men wrijft de kip in met zout en roostert haar daarna. Vervolgens
doet men de met elkander vermengde en fijngestampte specerijen en uien
in het gereedgemaakte papje van assem en melk en besprenkelt hiermede
vervolgens de kip om-en-om, terwijl men deze roostert.
Zoo voortgaan tot het papje op is en de kip bruin geroosterd is.
|
|
|
|
49.
Abon-abon van kip. |
|
Een kip, assem water met zout, boter of vet.
De kip wordt zeer gaar gekookt, waarna het vleesch aan fijne lange
repen wordt afgenomen. Overigens als abon-abon van vleesch. (Zie no.
17).
|
|
|
|
50. Ajam kodok. |
|
Een kip, (niet te jong). Zes à acht sjalotjes, een handjevol peterselie,
een theelepel peper, zout naar smaak, drie eierdooiers, een stukje brood
geweekt in melk, een lepel fijngesneden augurkjes in 't zuur, twee
lepels soja met een half kopje bouillon aangelengd, vier lepels boter.
Men zorge, bij het gebruik, dat het vel der kip ongeschonden is; dit
vrage men den poelier. Dan snijdt [28:] men de kip voorzichtig op den
rug open en trekt er behoedzaam het vel af, zoo danig, dat dit in zijn
geheel blijft. Vervolgens snijdt men van de kip al het vleesch af en
maakt men hiervan met de specerijen, het geweekte brood en de
eierdooiers een gehakt gereed,waarbij men ook de gehakte sjalotjes,
peterselie en augurkjes voegt. Met dit gehakt vult men het vel weder op,
zoodat het weer den vorm van eene kip verkrijgt, en naait dit vel dicht.
Met een paar lepels boter wordt nu de kip in een vuurvasten schotel
gedaan en zoo in den oven geplaatst.
Daarna doet men er wat soja met bouillon bij. Als de kip begint te
zwellen, moet men er nu en dan met een stopnaald in prikken, anders
barst ze uit elkaar.
Men moet de kip voorzichtig keeren, opdat ze aan weerskanten er mooi
lichtbruin uitziet; nu en dan met de jus besprenkelen en overgieten.
|
|
|
|
51.
Ajam tjendawan. |
|
Een kippetje, aan stukken gesneden, peper en zout, boter, een blik
champignons, 2 lepels soja, 1 lepel citroensap, bouillon of water.
Het schoongemaakte, aan stukken gesneden hoentje wordt met peper en
zout ingewreven en dan in boter bruin gebraden. Men haalt de champignons
uit 't blik, (behoudt het water!) snijdt ze in tweeën, bakt ze in boter
lichtbruin, doet er daarna de soja, het citroensap in 't champignon-nat
bij, laat hierin de stukjes kip opstoven, desnoods onder bijvoeging van
1 kopje bouillon of water.
|
|
|
|
52.
Bebòtòk ajam. |
|
Een kip, schoongemaakt, aan stukken gesneden en het vleesch ontdaan van
de beenderen, 2 geklutste eierdooiers, 1 kopje santen, 4 fijngesneden
hauwen knoflook, 2 lepels fijngesneden uien, 8/, lepel fijne katoembar,
1/2 lepel fijne djienten, 1 theelepel fijne laos, lis theelepel trassi
(1 fijngesneden Spaansche peper), zout, soja, citroensap, halfgaar
gekookte koolbladeren - of kopjes.
Het kippenvleesch wordt fijngehakt, de kruiden bij elkander
fijngestampt en met het vleesch, de dooiers, peper en zout, tot gehakt
verwerkt en dit aangelengd met wat melk (of santen).
Nu neemt men telkens een hoeveelheid van dat gehakt, doet het in een
koolblad of in een kopje. Het blad wordt toegevouwen met een touwtje of
houten speldje. De pakjes worden boven wasem gaar gestoomd. De kopjes
worden in warm water gaar gestoomd.
|
|
|
|
53. Rempah-ajam. |
|
Een kip, een halve geraspte klapper, drie lepels fijngesneden uien, vier
knoflookpitjes, een lombok zonder pitjes, twee theelepels katoembar, een
theelepel djienten, anderhalve theelepel laos, drievierde theelepeltje
suiker, een theelepel trassi, een theelepel zout, boter of klapperolie,
twee eierdooiers.
Het vleesch wordt van de kip afgehaald, fijngehakt en dit vermengd
met de fijngestampte specerijen, den geraspten klapper en de beide
eierdooiers. Als dit goed [30:] vermengd is, maakt men er drie- of
vierhoekige platte koekjes van, ter grootte van een rijksdaalder. Deze
koekjes braadt men bruin in heete olie of boter. Men dient ze warm op.
|
|
|
|
54.
Ajam petjel |
|
Een kip, acht kemiries (gepofte), een lombok, twee theelepels trassi,
drie knoflookpitten, een theelepel zout, nagenoeg een theelepel vol
kentjoor, een handje vol selderijblaadjes, een kopje melk of santen, een
lepel citroensap, peper.
De kip wordt met peper en zout ingewreven en daarna geroosterd.
Men kan deze kip op drie wijzen behandelen en voordienen, n.l.: de kip
in haar geheel, de kip in stukken of al het vleesch van de kip afgenomen
en gerafeld.
Men stampt de kruiden bij elkander en kookt dit in de melk of santen
even op, tot het dik wordt. Dit sausje giet men over de geroosterde kip
of over de stukken kip, dan wel over het gerafelde vleesch. Vervolgens
besprenkelt men het gerecht met wat citroensap. De schotel wordt
versierd met kleine selderijblaadjes en desgewild, met zeer dun gesneden
plakjes komkommer.
|
|
|
|
55.
Ajam bawang. |
|
Een kip, twaalf kleine sjalotjes, vier stukken (hauwen) knoflook,
fijngesneden, een theelepel gemberpoeder, een theelepel samboel-olek,
een theelepel laos, een half kopje [31:] azijn, een kwart kopje soja,
eenige kopjes water, zout, boter of klapperolie.
De kip wordt in haar geheel goed bruin gebraden.
De sjalotjes worden in haar geheel gelaten en met de overige
fijngestampte en met elkander vermengde specerijen bij de kip gedaan en
samen opgebraden. Daarna voegt men er de azijn en de soja bij en smoort
dit langzaam, nu en dan er wat water bijvoegend, tot de kip gaar is.
|
|
|
|
56.
Ajam laksa. |
|
Een jonge kip, een ons laksa, vijf lepels fijngesneden uien, eenige
peperkorrels, vier lepels azijn, twee lepels madera wijn, twee hard
gekookte eieren, bouillon of water, peper, zout, boter of klapperolie.
Men weeke te voren de laksa. De kip wordt in stukken gehakt, met
peper en zout ingewreven en in boter of olie bruin gebraden. Hierna
fruit men de uien, doet deze bij de kip, met de laksa, de peperkorrels,
de azijn, de madera en de bouillon. Men laat dit te samen nog even
smoren. Wordt de kip voorgediend, dan doet men de stukjes netjes in 't
midden van een schaaltje, daarop de in vierdeparten verdeelde hard
gekookte eieren en daar overheen de jus met de laksa.
|
|
|
|
57.
Masak goeri van kip. |
|
Een groote kip; overigens dezelfde bestanddeelen als onder no. 41.
De kip wordt aan stukken gesneden en ondergaat verder dezelfde
behandeling als het vleesch onder no. 41. |
|